Jerry Farber – The student as nigger

sanFarber schreef een enorm provocerend boek. Uiteraard alleen al een titel die stof doet opwaaien. Een statement dat in 1967 in America nog een veel heftigere toon had dan vandaag de dag in Nederland. Farber geeft zelf aan dat hij dit n-woord gebruikte omdat hij de standaard academische ‘bullshit’ wilde doorbreken waarbij wordt volgehouden dat de toegewijde docent zijn kennis wil doorgeven aan een nieuwe generatie. Het gaat hem om de rol die studenten wordt opgedrongen in het onderwijs: studenten hebben aparte en ongelijke eetmogelijkheden, docenten vinden het ongemakkelijk als studenten in de docentenkamer komen, studenten hebben nauwelijks stem in het bestuur van de school, ze hebben zich te voegen naar wat voor onzin de docent ook oplegt. In principe heeft de docent de macht te bepalen hoe de student zich moet kleden, wat hij wel en niet mag doen, hoe hij zich heeft te gedragen, enzovoorts. Ik zal me hieronder beperken tot een meer feitelijke benaming van waar Farber op doelt: de volkomen ondergeschiktheid van de student. De vraag is of je voor zoiets het n-woord zou moeten hanteren. Naast nog allerlei andere doelbewust pijnlijke termen waarmee Farber dit beschrijft (Auschwitz approach bijvoorbeeld). Juist dit expliciete en keiharde (en toch ook niet erg doordachte of toegelichte) gebruik van deze termen zal toentertijd hebben bijgedragen aan zijn roem als ‘underground’s first classic’ (zie voorkant van het boek), het doet wel wat stof opwaaien. Maar goed, het gaat dus uiteindelijk om het aandacht vragen voor een anders misschien enigszins klinische uitdrukking ‘volkomen ondergeschiktheid’ van de student: een claim die Farber heeft willen maken om te wijzen op de onderdrukking van leerlingen en studenten in ons onderwijs.

Voor Farber is die volledige ondergeschiktheid niet zozeer door docenten bewaakt, maar door de hele maatschappij. Studenten zijn volgens hem de (wederom niet heel genuanceerd gekozen term) slaven van de maatschappij en de docenten zijn daarmee een soort opzichters. In het hoofdstuk (eigenlijk los essay) ‘the student and society’ formuleert hij het als volgt, en wel gericht aan de studenten en leerlingen:

“Our schools may seem useful: to make children into doctors, sociologists, engineers – to discover things. But they’re poisonous as well. They exploit and enslave students.; they petrify society; they make democracy unlikely. And it’s nog what you’re taught that does the harm but how you’re taught. Our schools teach you by pushing you around, by stealing your will and your sense of power, by making timid square apathetic slaves out of you – authority addicts. Schooling doesn’t have to be this destructive. If it weren’t compulsory if schools were autonomous and were run by the people in them, then we could learn without being subdued and stupefied in the process. And, perhaps, we could regain control of our own society.”

De docent, die Farber op dat moment was, moet volgens hem proberen de leerling compleet ongeschikt te maken voor de andere lessen die de leerling bij andere docenten zal volgen. Hij gaat graag ergens op de tweede rij in de klas zitten, als er dan toch zo’n standaard klaslokaal opstelling moet zijn – en laat de leerlingen moeite doen hem überhaupt te kunnen zien. Iedere docent die gewoon normaal heeft proberen te doen in een klaslokaal weet volgens hem waar hij het over heeft: je kan nauwelijks normaal doen want zo gauw je het klaslokaal in loopt begint onverbiddelijk het onderwijsgedoe en je bent  niet meer gewoon een persoon maar een ‘docent’. Farber wil liever het klaslokaal kwijt. En waar we dan moet leren? Nou, antwoordt Farber, dat zullen we heus wel redden.

Voordat we ons dat soort dingen serieus gaan afvragen moeten we eerst maar eens iedere vorm van repressie kwijt zien te raken. Scholen exploiteren leerlingen om hun kracht uit te buiten om de maatschappij verder te brengen. Maar daarbij leren ze de leerling zichzelf niet te respecteren. Ze laten de leerling richten op de instituties om je heen. Je krijgt een diploma voor een soort mentaliteit. Net genoeg initiatief om serieuze opdrachten te kunnen uitvoeren en competitief genoeg richting zijn medescholieren, maar onderdanig naar de meerdere – verslaafd aan regels en gericht op status. Je weet wel: zo’n type waarvan zelfs de vakantie nog gestructureerd is en geen idee heeft wat ‘eruit breken’ zou kunnen betekenen: een eigen onderneming beginnen? Elke radicale gedachte, bijvoorbeeld dat we kunnen eisen om niet mee te doen aan een dergelijke vorming, wordt de leerling en student ontleerd. Zelfvertrouwen wordt afgeleerd. Kracht wordt weggenomen.

Farber richt zich steeds expliciet tot de leerlingen en studenten: ook als je de lessen doelloos en oninteressant vindt, laat je zelfs niet verleiden de kleine uitdagingen en puzzels aan te zien voor belangrijk onderwijs. Het lijkt wat betekenis te geven om een moeilijke som te kunnen oplossen, het is fijn om de druk te voelen toenemen richting een belangrijk examen, je hebt het gevoel dat je hard aan het werk bent om wat van je leven te maken. Maar echt? Eigenlijk zet het na het onderwijs gewoon door: je gaat werk zoeken omdat dit erbij hoort en je moet toch wat geld verdienen net zo goed als dat je eerst toch gewoon school moet volgen, en nog altijd bepalen anderen wat nou eigenlijk belangrijk is in jou leven en waar je je tijd grotendeels aan besteedt. Tuurlijk: het existentiële probleem van de mens kan je zo goeddeels uit de weg gaan en onderdrukken – maar serieus nemen doe je het niet. Zou je niet echt eens iets met je tijd gaan doen? Zou je niet echt eens iets voor jezelf gaan bepalen, bijvoorbeeld wat voor jou van betekenis is in het leven? Zou je niet echt eens nadenken hoe jij je leven wil leven?

Hoe we omgaan met cijfers in het onderwijs zegt genoeg. Waarom gebruikt elke school cijfers om het leren te stimuleren? Cijfers leggen de focus op het testen, niet op de leerstof. En voor leren praten en bijvoorbeeld autorijden zijn toch ook geen cijfers nodig? Zelfs als je denkt dat cijfers op zijn minst goed zijn om het leerresultaat te evalueren, zelfs dan moet je je afvragen of een cijfer werkelijk het meeste recht doet als evaluatieresultaat.

Grades don’t make us want to enrich our mindes; they make us want to please our teachers (or at least put them on). Grades are a game. When the term is over, you shuffle the deck and begin a new round. Who reads his textbook once the grades are in? What’s the point? It doesn’t go on your score. Oddly enough, many of us understand all of this and yet remain convinced that we need to be graded in order to learn. … We are like those sleeping pill addicts who have reached the point where they need strong artificial inducement to do what comes naturally.

Een ‘slimme’ robot, dat is meer waar onderwijs naar toe werkt, en slimme robots vormen geen democratie. Democratie moet je niet leren maar doen. En doen betekent: er niet over lesgeven maar het lesgeven democratisch doen. Dus daadwerkelijk zeggenschap over school geven aan de leerling, en geen flauwe studentenraad die eigenlijk geen werkelijke vuist kan maken. Dus ook daadwerkelijk zeggenschap over de lesstof en de docent biedt hulp waar nodig, en dat betekent niet dat de leerlingen helemaal zelf bepalen wat juist is om te leren. Democratie in school betekent niet dat we moeten stemmen wat juist of waar is: het betekent dat onderwijs niet iets is wat iemand verplicht moet doen. Als we daadwerkelijk onze kinderen de hele dag willen vasthouden, laten we dan eerlijk zijn en het gewoon een gevangenis noemen. Maar nee, er is geen verplicht onderwijs nodig! We leren overal en vaak ook alleen, laat dat lekker gebeuren. We lezen echt wel uit onszelf, allemaal. Kleine groepjes ouders zijn prima in staat om voor elkaars kinderen te zorgen en ze te stimuleren nieuwe dingen te ontdekken. Technologische ontwikkelingen maken het mogelijk allerlei informatie buiten school te vinden. Er is een prima alternatief.

Elke school die bestaat zou volkomen zijn eigen richting moeten bepalen. Geen blauwdrukken dus van een nieuwe school, geen vastgesteld curriculum of lesmethoden of lokaalindelingen. Als de overheid of een stad een school zou willen: laat hem dan betalen en zich er verder niet meer mee bemoeien. Veel diversiteit zal dit genereren, variatie in onderwijs, meer experimenten met lesvormen en vertrouwen op de eigen inbreng van docenten en studenten om te komen tot goede lessen. Dit betekent heus geen chaos of een groot verlies aan kwaliteit: juist niet. Iedereen die bij het onderwijs betrokken is wordt namelijk verantwoordelijk, dus dit zal de kwaliteit juist laten toenemen. Administratie komt bij de docent of leerling zelf te liggen. Zelfbestuur is waar Farber toe oproept. En dat betekent ook dat er ‘nee’ wordt gezegd. Ook een ‘nee’ om geen leerling meer te willen zijn, om die slechte deal te verhinderen. Een maatschappij kan toch nooit zijn leerlingen opgeven, of maar gewoon aan hun lot overlaten. Waarom toch denken dat dit een soort van algemene anarchie oproept die schadelijk gaat zijn voor iedereen? Zoals Farber in de inleiding schrijft:

‘When people have criticized the ideas in “The student as nigger’, they have tended to accuse me of advocating educational anarchy. This would be both a respectable and an intriguing position but it is not mine. Lately, I’ve noticed, when you attack existing structures, you are accused of advocationg that there be no structures at all. Certainly it is not anarchy to say that students and teachers should run their own schools. Nor is it anarchy to want to do away with the grading system and similar craptrap.’

Een leerling kan ook in het huidige onderwijs makkelijk nee zeggen, dat moeten de leerlingen gaan beseffen. Een boycot of staking lijkt Farber meer dan logisch in ongeveer elk onderwijs dat we ook vandaag de dag nog kennen. Je ziet het dan ook vaak genoeg gebeuren, hoewel de media er niet zoveel gewag van maakt. En uiteindelijk kunnen we naar een situatie toe waar docenten en leerlingen aan dezelfde kant staan, wanneer zij een gemeenschappelijk doel gaan nastreven: het vrij maken van de school van krachten die van buiten komen. Het lastigste is als je als student iemand tegenover je krijgt die eigenlijk heel aardig en meegaand is.

Suppose, as he sends out for coffee and sandwiches, that he tells you how significant your proposals are. Suppose he takes you behind the scenes, where decisions are made, and shows you what the limitations of his position are. Suppose he sets up a committee to study your suggestion. Maybe he even gives you a little of what you asked for. Just a taste so you don’t go away empty handed. … When he asks what specifically you want him to doe, you must be able to tell him. If it’s the authorities above him that turn out to be the obstacle, then you need to make it clear that you will carry the campaign to them. Above all, it’s essential to retain your radical goals as well as your readiness to engage in direct acton.

Die directe actie, dat is waar het uiteindelijk om draait. Zorg dat je met je actie mensen achter je krijgt. Neem niet genoegen met tussentijdse oplossingen of tijdelijke inwilliging van wensen. Accepteer geen giften, giften benadrukken de hiërarchische posities van wie wel en niet een gift kunnen geven. Het gaat om wie de macht heeft in school. En dat zouden de studenten moeten zijn: anders zijn ze altijd het slachtoffer. Directe actie door leerlingen, daar gaat het om. Staken, weigeren je werk te doen of specifieke taken uit te voeren, een bepaalde les of vak boycotten, zo lang er maar een enthousiasme voor ontstaat en er een wens is om het te gaan doen. En zolang het maar niet gewelddadig wordt. Dit is volgens Farber altijd fout, want we zitten niet in een gewelddadig systeem en dat zou het nooit door ons moeten worden. Helemaal mooi als een actie a la PROVO kan worden. Iets wat ook een esthetisch effect heeft, gedurfd en verrassend. Leuke voorbeelden komen in het boek aan bod. En natuurlijk kunnen dergelijke acties samengaan met een meer gestructureerde samenwerking in bijvoorbeeld een studentenraad, maar dan moet die raad wel de eerdergenoemde acties ondersteunen, ontzettend uitkijken niet in de val te trappen waarin je eigenlijk het spel van de school meespeelt, en daarom altijd doelen stellen voorbij de huidige school en de daarbinnen geldende regels en praktijken. Volg nooit de scripts die de school je oplegt. Probeer niet te worden zoals de school wil dat je wordt. En hopelijk komt het moment dat je gaat glimlachen als je het woord leerling hoort: omdat je weet dat ook dat maar een door  de maatschappij bedachte term is om je in het gareel te houden. Je bent al die tijd vrij geweest je naar eigen inzicht als leerling te gedragen, of niet.

Het boekje bevat naast bovenstaand betoog, verspreid over een aantal hoofdstukken, ook een aantal apart te lezen essays of verhalen die uitdrukking geven aan een dergelijke vrije en opstandige levenshouding die Farber zelf ook kenmerkte. Aan de ene kant door een soort provocatieve karikaturen waarin verschillende aspecten van school als volstrekt idioot worden neergezet. De titel van het boek komt dan ook van een van deze provocatieve karikaturen, namelijk van de student als ‘nigger’. Heel sterk is ook een tekst waarin op een schijnbaar academische manier het leren lopen van ‘Johnny’ wordt beschreven. Aan de andere kant door waarschijnlijk levensechte ervaringen van Farber zelf in de gevangenis, en het volle leven dat gevonden wordt in protest en opstand. Farber was lid van de Non-Violent Action Committee (N-VAC) en heeft meermaals in de gevangenis gezeten, onder andere voor deelname aan een anti-Vietnamoorlog demonstratie tegen een napalm producent. Hij beschrijft in de teksten vrij alledaagse taferelen uit zijn eigen leven, en laat daarin het volle, vrije leven weerklinken. Volgens mij kunnen al deze teksten gelezen worden als uitdrukking van een revolutionaire levenshouding die Farber als enige optie ziet om ‘echt’ en vrij te zijn. Iets wat Farber zeker ook zou volhouden in een maatschappij zoals we ook vandaag de dag kennen. Farber onderschrijft daarmee dus op het niveau van de maatschappij zijn duidelijke stellingname voor een leven ook in het onderwijs. Ook in het huidige onderwijs kan enkel een revolutionair een ‘echt’ leven realiseren:

To be real in school is to be revolutionary.

Deze boekbespreking is geplaatst binnen de volgende categorieen: 1969, Creativiteit, Curriculum, Diploma, Diversiteit, School, Subversiviteit

Geef een reactie