Noam Chomsky – Chomsky on MisEducation

Het boek ‘Chomsky on MisEducation‘ gebruiken we hier enkel als startpunt voor een samenvatting van Chomsky’s ideeën over onderwijs. Daarvoor was ‘On Democracy and experience‘ net zo goed geweest. Maar beide boeken zijn niet geweldig, het gaat alle kanten op. Terwijl Chomsky’s uitgangspunt voor heel zijn denken over onderwijs is eigenlijk heel duidelijk is: “Schools … are institutions for indoctrination and for imposing obedience” (hoofdstuk 1, een interview uit 1999). Volgens Chomsky is het onderwijs zoals we dat kennen gericht op indoctrinatie. En niet alleen op scholen, ook allerlei vormen van onderwijs buiten de scholen is daarop gericht. Het is het meest belangrijke en ook radicale uitgangspunt van Chomsky, wat hij steeds weer benadrukt, analyseert, en waardoor hij vindt dat we het onderwijs heel kritisch moeten beschouwen.

Volgens Chomsky is onderwijs in handen van de elite, wat hij ook wel een ‘specialized class’ noemt, die kennis en macht heeft om voor de restvan de mensen de zaken te kunnen regelen. Hij geeft concrete voorbeelden daarvan, haalt uitspraken aan uit de geschiedenis van het onderwijsbeleid waar dit ook expliciet het doel was. Onderwijs was onderdeel van hun plan om ‘de arbeiders’ in toom te houden, en bijvoorbeeld om de boeren dusdanig te scholen dat ze in de fabrieken konden werken. En meer algemeen moest de jeugd steeds weer geïndoctrineerd worden. De indoctrinatie zorgt ervoor dat de elite, en de wereld waar zij voor staan, die macht blijft houden. Wat ook neerkomt op het in stand houden van de dominante ‘westerse kapitalistische culturele hegemonie’, wat Macedo (die ook een intro bij Freire schreef) in zijn intro bij dit boek ook als koloniaal en instrumentalistisch omschrijft. De machthebbers hebben baat bij een bepaalde manier van redeneren en denken die hun positie versterkt, om de ‘elite-run economy’ die we kennen in stand te houden, als een soort lucht die iedereen inademt en voor gewoon houdt. En dit wordt dan een soort ‘objectieve’ werkelijkheid wat in het onderwijs (veelal impliciet) wordt aangeleerd. Het vormt de (impliciete) achtergrond waar vanuit de leerboeken zijn geschreven, de curricula zijn vormgegeven, en hoe het onderwijssysteem is ingericht. De machthebbers hebben en houden zo de controle over de meningen en oordelen van velen, en zo houden ze hun macht in stand. Volgens Chomsky is dat nog altijd heel actueel en tegelijk heel problematisch.

Vandaag de dag gaat deze indoctrinatie volgens hem heel vernuftig. Ook buiten de scholen. Chomsky heeft het bijvoorbeeld over ‘manufacturing consent’ (ook een titel van een van zijn boeken), propaganda (zoals Bernays dat beschreef) en de rol van de PR industrie. Het gaat volgens hem erg ver. Er wordt een heel specifiek beeld gecreëerd in de media, er zijn allerhande bijeenkomsten waarin dit wordt gerealiseerd, er worden heel bewust specifieke woorden herhaald in speeches, enzovoorts. Chomsky maakt duidelijk dat dit een systemisch probleem is, dit komt niet door een bepaalde politicus, docent of beleidsmaker: het gaat niet over individuen. Korte termijn redenaties, waarbij natuurlijke bronnen worden uitgebuit en winst moet worden gemaakt: het past allemaal binnen wat hij het ‘neoliberalisme’ of liever de ‘kapitalistische democratie’ noemt, die Chomsky al vanaf eerst nationale constituties tot de diverse handelsverdragen heel duidelijk ziet. Het gaat om een systematische ideologie met bijbehorende privileges. Bijpassend is dat er een heel industrie is die ons gevangen houdt in allerlei spelletjes, speelgoed, hebbedingetjes, uitjes, plannen, vermaak. En er voor zorgt dat iedereen daar ‘tevreden’ zijn leven mee vult. In een interview uit 2013 zegt hij dat het kind-zijn volgens hem wordt vernietigd, kinderen weten niet eens meer hoe ze moeten spelen. Chomsky denkt dat er veel mis is met de wereld waarin we leven en steeds is het weer een soort indoctrinatie waar de gewone mens en misschien nog wel vooral de kinderen de dupe van zijn.

In het onderwijs is de indoctrinatie zichtbaar in de architectuur van de gebouwen, de manier waarop onze geschiedenis wordt gepresenteerd. Sommige info wordt wel besproken op scholen, maar een bepaalde informatie ook helemaal niet. Het is erg selectief. Tegenwoordig maakt de privatisering van het onderwijs alles alleen maar erger, of, anders gezegd, nog weer meer in handen van een elite en voor een elite: met hoge kosten, nadruk op economische afwegingen en efficiëntie. Wat erg marktgedreven werkt en in het academisch onderwijs sterke banden heeft met het de industrie en ook het leger. Maar ook bijvoorbeeld zoiets als een studie-lening past in dat plaatje, ook dat heeft met indoctrinatie te maken. In dit alles wordt een vorm van sociale controle versterkt, waarvan de elite profiteert die uiteindelijk erdoor komt, en waarmee de maatschappelijke verhoudingen in stand worden gehouden.

Het is een terugkerend thema bij Chomsky die zichzelf op dit punt veel herhaalt. Het vormt eigenlijk ook de basis van zijn lezing in 2012 ‘Education for whom and for what?’ wat eerder dan een boek aan te raden is als een goede introductie tot Chomsky’s denken over onderwijs. Zie hieronder.

Chomsky is emeritus hoogleraar taalkunde aan het Massachusetts Institute of Technology. Hij wordt beschouwd als de grondlegger van de ‘generatieve taalkunde‘, en dat bracht hem in discussie met Piaget en Skinner en dat maakt het allemaal niet verbazingwekkend dat hij veel heeft nagedacht over ontwikkeling, lesgeven, leren en een belangrijke stem is geworden in (politieke) discussies over onderwijs. Toch is hij zelf heel bewust van zijn positie en hoe je als intellectueel, juist door jarenlang onderwijs, misschien wat te goed leert wat je wel of niet hoort te zeggen, dat je leert denken in over-simplificaties, en je ogen sluit voor bijvoorbeeld de echte problemen in de wereld. Het is iets waar hij zich enorm over kan opwinden bij andere intellectuelen.

“Once intellectuals are adapted to the doctrinal system and rewarded by it, it becomes increasingly less difficult for them to live within a lie and ignore the true reality, even when faced with documented historical evidence.”

Chomsky staat al jaren bekend als een linkse criticus, soms zelfs (onterecht) anarchistisch genoemd (Chomsky is wel sterk door het anarchisme geïnspireerd). Chomsky probeert dus juist wel het onrecht te benoemen en juist dingen te benoemen die voor de elite gevoelig liggen of waar liever niet over gepraat wordt. Dat zit er ook al vanaf vroeg in. Hij schreef vanaf jonge leeftijd al over politiek, misschien mede beïnvloed door zijn vader die lid was van de IWW. En in ongeveer elk boek of lezing verbindt hij zijn ideeën aan desastreuze geopolitieke ontwikkelingen of actuele schendingen van mensenrechten. Denk aan lange uitweidingen over Vietnam, de problemen in Nicaragua in de tijd dat dit speelde, en andere oorlogen en vormen van onderdrukking door met name de Verenigde Staten of Israël ook vandaag de dag. Hij spreekt over de acties van deze landen als een vorm van terrorisme. Soms vraag je je hierdoor bij het lezen van ook het boek ‘Chomsky on MisEducation’ overigens af of het nog wel over onderwijs gaat. Hij neemt uitgebreid de tijd om te bespreken wat er volgens hem aan de hand is in de wereld, het is voor hem direct verbonden met verkeerd onderwijs omdat we over dit soort dingen dus ook niet juist geïnformeerd worden en we niet leren hoe het echt zit. Hij probeert iedere keer juist niet de ogen te sluiten voor die werkelijkheid waarin we leven. Giroux ziet daarin dan ook precies de meerwaarde van Chomsky: “Education for empowerment means creating informed and critically engaged social movements willing to fight the emotional plagues, economic inequality, human misery, systemic racism, and collapse of the welfare state caused by neoliberal capitalism and other forms of authoritarianism.” Misschien moeten we dat soort zaken dus juist als startpunt van het onderwijs nemen?

En hoewel Giroux het bijna zo verwoord alsof Chomsky dus gelijk een vrij heldere opzet voor een alternatief ten opzichte van het huidige onderwijs, is het bij Chomsky zelf wat complexer en filosofischer. Het alternatief moeten we volgens hem veel eerder allemaal zelf zien te realiseren. We moeten ons (zeker ook wie werkzaam is in het onderwijs) zelf organiseren. Het is belangrijk de ‘commons’ niet te vergeten, en het behoud daarvan, en het niet te laten toe-eigenen door anderen die daar hun geld makkelijk mee kunnen verdienen. Hij neemt het op voor de occupy movement en hun aanpak en manier van redeneren over financiële instituties. De macht is uiteindelijk juist in handen van de meerderheid, juist omdat het een meerderheid is, dus in handen van de 99%. Die moeten georganiseerd worden en toegewijd genoeg zijn om de zaken te veranderen. Dus als Chomsky dan toch zelf een aanzet moet geven voor een dergelijk alternatief, dan moet de mens daarbij volgens hem voorop staan. Een humanistische gedachte, die hij ook herkent bij Russell en Dewey. Al nuanceert hij in hoofdstuk 2 van ‘Chomsky on MisEducation’ wel het idee dat we nu het werk van Dewey weer simpelweg kunnen oppakken, want het soort democratie waar Dewey het over heeft (en die voor Dewey uiterst belangrijk is) is nu zeker niet aanwezig. Hij lijkt zijn insteek veelal in termen van een soort ‘intellectuele zelfverdediging’ uit te leggen. Kinderen moeten leren steeds beter voor zichzelf leren denken. In de praktijk gaat het volgens hem vooral over motivatie, over zelf ontdekken. Iets wat met het gestandaardiseerd testen of ‘teaching to the test‘, of ook bij ‘no child left behind‘ helemaal kapot wordt gemaakt. Zijn visie is niet zo bijzonder, maar sluit direct aan bij wat Von Humboldt al die jaren geleden al aangaf. Chomsky vertaalt het naar een onafhankelijk creatief en onderzoekend ontdekken en construeren als onderwijsideaal. Onderwijs moet niet het ‘vullen’ van een leeg vat zijn, maar het aangeven van een draad/lijn waarlangs de leerling of student zelf verder kan komen. Het gaat erom de juiste structuur aan te bieden, de juiste input te geven, kaders te geven om creativiteit en eigen onderzoek mogelijk te maken. Creativiteit heeft juist regels en kaders nodig, eigen onderzoek heeft structuur nodig. Die moet in het onderwijs geboden worden. En dit lijkt in de talloze video’s, ook in de twee bekende hieronder, steeds weer het – eigenlijk conservatieve – alternatief te zijn voor de huidige ontwikkelingen in het onderwijs. En dat is dan waarschijnlijk ook precies wat hij onderwijzers wil bieden voor de onderwijspraktijk met zijn teksten en overdenkingen.

Deze boekbespreking is geplaatst binnen de volgende categorieen: 2000, 2004, Creativiteit, Dekolonisatie, Ervaring, Onderwijspraktijk, Politiek en overheidsbeleid, School

7 Comments

  1. Pingback: Paulo Freire – Pedagogy of the oppressed | onderwijs filosofie

  2. Pingback: Richard S. Peters (red) – The philosophy of education | onderwijs filosofie

  3. Pingback: Christopher Winch en John Gingell – Key concepts in the philosophy of education | onderwijs filosofie

  4. Pingback: Ken Robinson – The Element | onderwijs filosofie

  5. Pingback: Giorgio Agamben – Infancy and History | onderwijs filosofie

  6. Pingback: bell hooks – Teaching Community | onderwijs filosofie

  7. Simon Verwer

    Education for empowerment means creating informed and critically engaged social movements willing to fight the emotional plagues, economic inequality, human misery, systemic racism, and collapse of the welfare state caused by neoliberal capitalism and other forms of authoritarianism.”

    Heerlijke quote!

Geef een reactie