Bernt Feis – Kazerne, kerk en kapitaal

Dit boekje geeft een heldere en praktische introductie van expliciet antikapitalistisch onderwijs. Zonder veel verwijzingen of abstracte filosofische bespiegelingen. Het is tegen het kapitalisme, of zoals de titel stelt tegen ‘kazerne, kerk en kapitaal’. Het klinkt misschien wat oubollig en dat is het ook wel, maar de kern blijft sterk en interessant: we zitten gevangen in specifieke economische verhoudingen die voor veel mensen en ook voor de natuur desastreus zijn. En het onderwijs kan een rol spelen om dat te veranderen.

Het kapitalisme wordt hier uitgelegd als een specifiek soort economische verhoudingen, gestoeld op onderlinge concurrentie en winst die wordt gemaakt door het produceren van spullen. Drie typische groepen mensen (sociale klassen) worden daarbij onderscheiden. Er zijn mensen die de productiemiddelen bezitten (de bazen en eigenaars). En je hebt arbeiders, die bezitten geen productiemiddelen en die hebben er ook niets over te zeggen. Als derde heb je ook nog een zogenaamde middenklasse daar tussenin, die niet rechtstreeks in relatie staat tot de productiemiddelen maar wel een belangrijke functie heeft bij het in stand houden van de verhoudingen. En met name in de verhouding tussen de bezitters en de arbeiders zit het probleem. Het kapitalisme staat gelijk aan uitbuiting, onderdrukking en zelfs uitroeiing (van zowel mens als milieu) door de bazen en eigenaars ten koste van de arbeiders. De grote groep arbeiders (volgens dit boekje 90%, Occupy sprak liever van 99%) is structureel de pineut en worstelt om in het basis levensonderhoud te kunnen voorzien en een volwaardig leven te kunnen leven. Onder andere de dagelijkse focus op consumptie (onze consumptiemaatschappij) en ook het functioneren van de overheid en het democratische stelsel versluieren het problematische van de verhoudingen, dusdanig dat we er vaak niet eens meer bij stil staan.

“Men kan de maatschappij van veel kanten bekijken. Hoe zijn de sociale verhoudingen? Wie heeft het in de bedrijven voor het zeggen? Hoe zijn de inkomens verdeeld? Hoe is de woonsituatie van de mensen? Krijgen alle mensen evenveel onderwijs? Als we dat doen, vallen ons meteen enkele dingen op: – er is op elk van die punten een grote en wezenlijke ongelijkheid tussen mensen van verschillende klassen. – de macht is gekoncentreerd in handen van een kleine groep, de grote massa moet in het maatschappelijk verkeer gehoorzamen.”

Binnen deze constateringen is voor het onderwijs een duidelijke plaats: het is een typisch beroep van de middenklasse, gecontroleerd door de staat die de maatschappelijke verhoudingen wil handhaven, met als doel een bepaalde kapitalistische moraal en manier van denken aan te leren. Meer specifiek komt dat neer op het inprenten van een westerse ideologie waarbij idealisme (nadruk op vergeestelijking en ascese), eerbied voor autoriteit (onderdanigheid, berusting, nederigheid), en het ‘Europa-denken’ (geloof in de superioriteit van de blanke) belangrijk zijn. Dat is volgens dit boekje in ieder geval een manier van denken die het kapitalisme in stand houdt. Een manier van denken die kon groeien vanuit het liberalisme, het idee van een democratische ‘sociale’ staat, en de waardevrijheidscultus in de wetenschap. En al is het idee van vrijheid of democratie mooi, in de praktijk hangt het samen met veel geweld en verdoezelt dit het daadwerkelijke functioneren van informatie en politiek in onze maatschappij. Eventuele onrustgevoelens of mogelijk verzet worden onderdrukt en, dat is wat we uiteindelijk niet moeten vergeten, de belangrijkste uitwerking is dat het de verdeling van mensen in relatie tot het productieproces versterkt. Daar is het onderwijs voor, in dienst van de kapitalistische maatschappij. “De maatschappij heeft er immers geen belang bij dat personen tot het produktieproces worden toegelaten die zich niet hebben vereenzelvigd met de gegeven maatschappelijke rolverdeling, en die zich niet onvoorwaardelijk hiervoor willen inzetten.”

Deze uitgave van het ‘socialistisch onderwijsfront’ uit 1973 gaat overigens met name over geschiedenisonderwijs. Het is geschreven door een toenmalig leraar geschiedenis Bernt Feis. Het boek gaat in op hoe het vak ‘geschiedenis’ in de leerboeken wordt behandeld. Feis vergelijkt wat wel en niet aan bod komt in de lesstof. Bij specifieke thema’s zoals over de Vietnamoorlog en de Koude Oorlog, of bijvoorbeeld over dekolonisatie. Hoe de geschiedenis wordt verteld is ideologisch en politiek geladen. Feis wil vooral ook bij zijn geschiedenisvak een antikapitalistische invulling vinden. Hij schreef twee jaar later nog het boekje ‘Geschiedenis van het gewone volk van Nederland‘, in de Volkskrant het meest liefdeloze handboek genoemd, wat je kan zien als een poging om zelf een opzet te maken van hoe de geschiedenis dan het beste verteld kon worden. Maar in het hier besproken boek gaat het over meer in brede zin over antikapitalistisch onderwijs. Het onderwijs als geheel wordt beschouwd.

Het komt met het bovenstaande eigenlijk neer op een vrij simpele keus: “ondersteuning of bevrijding van de bestaande orde.” En hoewel dit meteen met Marx, Engels en Lenin klassiek socialistisch wordt uitgelegd (jawel de klassenstrijd dus), komt het met betrekking tot het onderwijs wat minder rigide over en ontstaat er eigenlijk een best genuanceerd beeld. Hoewel het onderwijs binnen en voor het kapitalistische orde bestaat, is het niet alleen maar dienstbaar daaraan. Het is allerminst zo dat we machteloos zijn tegenover het kapitalistische systeem. Bij de roep om democratisering van onderwijs, of de vrije ontplooiing van het kind, en ook bij diverse onderwijsvernieuwingen (die veelal net te weinig kritisch en creatief zijn en alleen maar het systeem soepeler willen laten werken) is er aandacht om niet blind op te voeden voor de huidige maatschappij. Het is een kwestie van dit verder kritisch verdiepen en praktisch uitwerken. Dusdanig dat het daadwerkelijk en heel direct de strijd met de ‘behoeften van het kapitalistische produktieproces‘ aangaat. Anders werkt elk alternatief maar al te vaak (wederom) versluierend en richten we helemaal niet uit. Het moet gebeuren in de praktijk door zowel onderwijsinhoud aan te passen en kritisch bewustzijn aan te wakkeren (inzicht te verschaffen in de daadwerkelijke maatschappelijke processen). Maar het moet ook direct ingaan tegen de prestatiedwang en het taakbesef en de bijbehorende belofte om daarmee uiteindelijk na school vrij te zijn en te kunnen doen wat je wilt en juist ander soort onderwijsactiviteiten kiezen welke direct de antikapitalistische zaak ondersteund. Kortom: antikapitalistische onderwijsinhoud die direct wordt gekoppeld aan maatschappelijke actie. Iets wat zonder veel moeite in alle vakken kan gebeuren.

Een aantal voorbeeldprojecten voor geschiedenis die daaraan zouden voldoen zijn opgenomen als bijlage. “In de strijd tegen dit misdadige systeem, de ontmaskering van de kapitalistische ideologie en wetenschap valt aan de geschiedenisbeoefening een centrale taak toe. Zij is bij uitstek toegerust voor de ontmaskering en onthulling van de kapitalistische leugens.” Maar kritische bewustwording is niet genoeg, ook of zelfs niet bij geschiedenislessen. “Wil zij effekt krijgen, dan moet zij zich in dienst stellen van de bevrijding van de arbeidende klasse.”

In al met al niet veel meer dan 100 pagina’s, en al voor een paar euro tweedehands aan te schaffen, is dit boekje een aanrader voor iedereen die wil nalezen wat hierboven kort is samengevat en/of juist de specifieke voorbeelden van geschiedenisonderwijs wil bekijken.

Deze boekbespreking is geplaatst binnen de volgende categorieen: 1973, Creativiteit, Dekolonisatie, Marx, Onderwijsdoelen, Politiek en overheidsbeleid, Racisme, Subversiviteit

Geef een reactie