Situationist International – On the poverty of student life

Het is een pamflet van studenten aan de Universiteit van Strassbourg in 1966. De tekst is in eerste instantie geschreven door Khayati, een van de situationisten die een misschien wat academische en ook incoherente tekst schreef voor een speciale gelegenheid. Dat jaar waren studenten in de studentenraad gekozen die sterk beïnvloed waren door de situationisten. Ze konden hun positie gebruiken om onder andere deze tekst in veelvoud (maar liefst 10.000 stuks) op kosten van de universiteit te laten drukken. Hetgeen veel mediaandacht genereerde, toen ze aan het begin van het jaar deze tekst in grote getale uitdeelden. De studentenraad werd door de rechter opgeheven en de betreffende studenten werden uitgesloten van de universiteit. Maar de academie werd des te meer zichtbaar als plek voor mogelijke (revolutionaire) acties. Franse en Duitse studenten werden er in de zo vaak aangehaalde opstanden van 1968 sterk door beïnvloed.

Het zou in het Nederlands als ‘Over de ellende in het studentenmilieu’ zijn verschenen. Beter klinkt misschien ‘over het armzalige studentenleven’. Of dan volledig: ‘over het armzalige studentenleven beschouwd vanuit economische, politieke, psychologische, seksuele en bepaalde intellectuele aspecten met een voorzichtig voorstel voor verbetering’. Een onmogelijke titel natuurlijk. Al klinkt het origineel in het Frans alvast wat beter: ‘De la misère en milieu étudiant considérée sous ses aspects économique, politique, psychologique, sexuel et notamment intellectuel et de quelques moyens pour y remédier’. Hieronder is bij gebrek aan Nederlandse versie uitgegaan van de Engelse vertaling. De tekst is online te lezen en heeft een eigen wikipedia pagina. Diverse edities zijn in de omloop, een aantal omslagen zijn hieronder als afbeeldingen toegevoegd. 

De tekst keert zich tegen de vaak gehoorde (Kantiaanse) onderwijsopvatting waarbij een rationeel onderwijssysteem helpt een democratische wereld te vormen. Het is tegen elke automatische of voorspelbare onderwijsloopbaan vanuit het heden naar een toekomstige gewenste omstandigheid. Volgens de situationisten moeten we uitgaan van de concrete ervaring in het hier en nu. De ervaring van in dit geval de studenten. Een ervaring die in het onderwijs helemaal niet zo vrij is, en die over het algemeen tot spektakel wordt gereduceerd. De student is arm, zielig, een ‘shabby bohemian’. Misschien een non-conformist, maar dan heel degelijk. Hij sport, gaat naar een psycholoog als hij sociale contacten mist, en twijfelt verder aan zijn eigen sociale en communicatieve vaardigheden. Zij redding is de film, het theater, muziek – uiteraard wel als consument en niet door het zelf te maken. Vandaag de dag zou je daar natuurlijk ‘social media’ bij moeten noemen, overigens. En daarnaast uiteraard waar nodig verdovende middelen – drugs, alcohol, of iets van de apotheek. De student denkt dat hij heel onafhankelijk is – maar hij is gewoon een dienstbaar kind. Zijn hele sociale praktijk is gecontroleerd. De studenten krijgen de hele schuld van de maatschappij op hun schouders. Volgens deze tekst moeten de studenten beseffen dat hen slechts een toekomst te wachten staat die even gecontroleerd en versuffend is als de studie waarin ze zitten. Er is geen glorieuze dag na de studie waarmee alles wordt gecompenseerd. Helaas. Maar de student moet zich niet neerleggen bij de rol die hij in het onderwijssysteem inneemt, hij moet niet genoegen nemen met deze ervaring.

Het is niet voldoende dan maar een kritische studie te kiezen, zoals de meer geëngageerde studenten misschien deden of doen. Prijs jezelf als student niet gelukkig met het kennen van Althusser of Sartre, van Barthes of Lefebvre (bekende meer kritische Franse denkers) met het idee dat je daarmee bent opgewassen tegen het onderwijssysteem. Dit zijn de passieloze polemieken van de gewaardeerde kritische geesten, koop niet die verschrikkelijke dure en moeilijke filosofische teksten waarin zogenaamd alles tot in de puntjes is uitgedacht: het houdt je geest onnodig bezig en laat je geld rollen zonder dat het ook maar iets wezenlijks oplevert. Ook ouderwetse romantische denkbeelden zijn geen alternatief voor de technocratisering van de universiteit. De professoren die oude of klassieke waarden en normen aanhangen, of de Griekse filosofen aanhalen om hun eigen positie te versterken, zijn bitter en absurd – slachtoffer geworden van het systeem. Het is makkelijk aan te vullen met humanisten, de klassieke filosofen, de mensen van de ethiek en moraal, de gelovigen en de esthetici. En de pedagogen, die juist zo aan terrein winnen: die waarschijnlijk nog wel het meest! En ook de nieuwe, vooral ook linkse, onderwijshervormers die de universiteitsstructuren willen herzien en de universiteit weer in het sociale en economische leven willen invoegen: die doen niets anders dan het onderwijs alleen maar meer dienstbaar maken aan het kapitalisme. Het lelijke van een cybernetisch georganiseerde universiteit die al deze mensen verenigt is overal zichtbaar, zo laat de tekst weten, en vijftig jaar later is dit nog altijd erg herkenbaar. En voor de schrijvers van deze tekst zijn het allemaal vijanden. Deze vijanden spelen hun spel over de hoofden van de studenten.

Moeten de studenten meer politiek worden en zich verzetten? De studenten staan er wel voor open. Demonstreren doen ze zo nu en dan. Maatschappijkritiek is wel interessant. Een mening hebben is van belang. Maar in dit pamflet wordt dat als volkomen ontoereikend afgedaan. Dan nog liever kiezen voor een apolitieke stellingname, net als de studenten die heel precies weten wat ze aan het onderwijs hebben, en via een of ander onderzoekstraject daar zo lang mogelijk in blijven rondhangen om gebruik te maken van alle mogelijke beurzen. Maak er liever dan maar het beste van: van die studenten die tegen hun studie zijn maar zich er desondanks – en juist daarom – in vastbijten en er tegen tekeer gaan. Iets rebelser nog en hij of zij zou zomaar het begin van een revolutie kunnen ontketenen, aldus het pamflet. De jeugd zal óf integreren in de maatschappij, óf zich er radicaal tegen afzetten. En dan ook totaal afzetten: omdat je anders ongewild onderdeel wordt van het ingecalculeerde van demonstraties en betogingen, het politieke mediacircus en het maatschappijkritische spektakel – waarbij je kortom compleet geïntegreerd blijft en gewoon je (kritische) steentje bijdraagt aan de maatschappij zoals hij is. Rebelleren dus tegen de studie die je zelf volgt, dat is een directe opstand tegen de universitaire hierarchie.

Misschien kan het zelfs nog meer worden: een ‘revolt against the entire social system based on hierarchy and dictatorship of both the economy and the State’. Het tegengaan van het hele systeem van productie waar de producent geen controle heeft over zijn activiteit of het product. En tegen de staat en al zijn doorwerkingen. Als je het goed aanpakt en de verbanden zoekt. Waarbij de actie voorop moet staan. Geen onnodig getheoretiseer. Laat niet wat slimme en vage beterweters zeggen wat er moet gebeuren, laat het niet onderdeel worden van een programma, een strategie, een socialistische gedachte, een religieus gevoel, een alternatief ideaal wereldbeeld. Het pamflet roept op tot een heel open maar alomvattende doorbreking van de wereld zoals die is. Werkelijke maatschappelijke revolutie. Studenten moeten samen met de radicale arbeiders aaneensluiten om een werkelijk massaal een kritiek op elke vorm van spektakel duidelijk te maken. Een situatie creëren waar vanuit men niet meer terug kan. Geen oppositie dus, geen tegenstellingen. Geen enkele ideologie meer. Het zou enkel meer leugens opleveren. Geen discussie, uitwisseling van standpunten, geen medezeggenschap of inspraak. Geen tolerantie. Geen denken aan dat op sommige momenten of op sommige plekken misschien het systeem in stand moet worden gehouden. Niets daarvan. Geen concessies.

Zoals in dit pamflet staat geschreven, en waarmee het getheoretiseer in het pamflet tegen hun eigen opvattingen wordt verdedigd:

The most rebellious among them display a pure, nihilistic rejection of this society without any perspective beyond the immediate. But a perspective of supersession is being sought and developed everywhere in the world. Now it needs to acquire the coherence of a theoretical critique and find a way to organize this coherence in practice.

It’s time to reinvent both the revolution and the life it envisions. if the revolutionairy project remains fundamentally the same – to abolish class society – this is because the social conditions that give rise to such a project have not been radically transformed anywhere. The project must be undertaken with a radicality and coherence that benefits from the experience of previous revolutionairies’ failures, so that a partial realization will not bring about a new division of society.

En dat is de enige theorie die telt. Complete en radicale zelfbeschikking zijn zowel het middel als het doel. Het neemt de vorm aan van, en laat ook het belang zien van, de strijd. Totale emancipatie. Iedereen heeft controle over zijn eigen hele leven. Geen vervreemde half-eigenaarschap om te overleven, maar een algehele zelfbepaling. Dat is waar de strijd over gaat. Waarbij het scharnierpunt een complete eliminatie is van elk soort ‘commodity’. Werk moet worden aangevallen: je kan prima leven zonder te werken. Neem controle over de geschiedenis, maak geschiedenis. Er staat ontzettend veel op het spel. En een mooi spel zal het worden.

Unshackled creativity in the construction of all life’s moments and events is the only poetry it can acknowledge, a poetry made by all, the launching of the revolutionairy festival. Proletaran revolutions will be festivals or they will be nothing, for celebration is the keynote of the life they herald. Play is the fundamental principle of this festival, and the only rules it recognizes are to live without dead time and to enjoy without restraints.

Klinkt dit te mooi om waar te zijn? Of juist ouderwets en als ‘typisch de jaren zestig’? Waarschijnlijk beide. Maar zoals Khayati rond die tijd in een andere tekst schrijft: we hebben nu eenmaal een taal nodig die zich losmaakt van de vervreemding van het dagelijkse leven. De taal moet instrument zijn in de radicale theorie. Een theorie van iedereen. En de woorden zullen helaas altijd weer door zogenaamde specialisten worden omgebogen tot ideologische constructies en vervreemdende denkbeelden. Of onderdeel worden van polemieken over wel of niet haalbaar en wenselijk. Daaraan deelnemen betekent per definitie verlies. Blijf ervan weg! Filosofie moeten we onderdrukken om weer vrij te kunnen filosoferen, zoals ze het in het pamflet verwoorden.

‘It is thus essential that we forge our own language, the language of real life, against the ideological language of power, the terrain of justification of all the categories of the old world. From now on we must prevent the falsification or cooption of our theories. We use specific concepts already used by the specialists, but we give them a new content, turning them against the specialists that they support and against future salaried thinkers who might be tempted to besmear situationist theory with their own shit (as Claudel did with Rimbaud and Klossowski with Sade). Future revolutions must invent their own language.’

Dus het is zaak telkens de taal opnieuw uit te vinden in dienst van het bovenstaande project. En van daaruit actie te voeren. Studenten, lees dit pamflet, blijf radicaal en kritisch, leg je niet neer bij de omstandigheden zoals die zijn. Misschien kan het pamflet nog altijd een aanzet zijn om weer een nieuwe taal creëren om de strijd aan te gaan met het onderwijs zoals we dat kennen en de maatschappij waar dat onderdeel van is? Of gaat deze tekst ook gewoon de geschiedenisboeken in als een interessante tekst die eens veel studenten in vervoering bracht maar nu slechts een mooi tijdsbeeld geeft van vroeger?

Deze boekbespreking is geplaatst binnen de volgende categorieen: 1966, Althusser, Creativiteit, Cultuur, Ervaring, Kaboem!, Kant, Pedagogie, Subversiviteit, Universiteit

3 Comments

  1. Pingback: Jean Baudrillard – Simulacra and simulation | onderwijs filosofie

  2. Pingback: Tyson E. Lewis – Inoperative learning | onderwijs filosofie

  3. Pingback: Isodore Ducasse – Poésies | onderwijs filosofie

Geef een reactie