Herman Milikowski – Lof der onaangepastheid

We moeten het opvoedingssysteem herzien. Met name als het gaat om onaangepast gedrag. Onaangepast gedrag is namelijk heel belangrijk, dat moeten we veel meer waarderen. Dat is de boodschap van Milikowski met betrekking tot de opvoeding in zijn boek ‘Lof der onaangepastheid’.

Milikowsky ziet het opvoedingssysteem als een breed en veelomvattend iets, waar ook de psychiatrie bijvoorbeeld onder valt. Opvoeding is zeker niet alleen iets wat in de gebruikelijke scholen gebeurt. Allerlei vormen van onderwijs en opvoeding zitten op allerlei manieren in de maatschappij verweven. En dat gehele opvoedingssysteem, als je het dus zo breed opvat, is helemaal niet zo eenduidig. Bijvoorbeeld als het gaat om creativiteit en rebels gedrag, oftewel datgene wat we verstaan onder ‘onaangepast’ of ‘tegendraads’. Soms wordt dit aangemoedigd bij kinderen, en ook bij bepaalde kunstenaars, maar aan de andere kant wordt men in het onderwijs heel sterk afgericht en is er maar weinig ruimte voor protest of eigenzinnigheid. Milikoswski weet met wat voorbeelden, gedichtjes en nieuwsberichten snel te schetsen waarom we bij dat alles wel wat vraagtekens zouden mogen plaatsen. Volgens Milikowski draait veel van de opvoeding om aanpassing en is dat uiteindelijk ook waar veel mensen denken dat opvoeding over zou moeten gaan.

“Het euvel van misschien wel elk opvoedingssysteem tot op heden is, dat het weinig of geen plaats heeft voor de onaangepaste mens, voor de onaangepastheid in de mens.

Het is dan ook niet gek dat er bij de opvoeding veel wordt gepraat over ‘aanpassingsproblemen’. Volgens Milikowski is het probleem echter dat we daarbij het vrijwel nooit hebben over het belang van juist het ‘niet-aanpassen’. De onaangepastheid moet volgens hem ook een plaats hebben. Voor Milikowski is juist het niet-aanpassen van levensbelang. Zelfs dusdanig dat voor hem uiteindelijk de onaangepastheid het uitgangspunt vormt. Hij maakt duidelijk dat het juist het onaangepaste heel vaak voorop staat en misschien ook wel zou moeten staan. Elke aanpassing die wordt gevraagd of gezocht ziet hij als tijdelijk, want steeds weer lopen we tegen dingen aan waarop we ons nog niet hebben aangepast. De wereld veranderd en nieuwe mogelijkheden en oproepen tot verandering worden al weer gesteld. Dus onaangepastheid is altijd de basis, het logische uitgangspunt.

En daarbij is onaangepastheid ook wenselijk. Omdat er nu eenmaal ook veel zaken zijn die het leven belemmeren, of dat nu biologische, technologische, psychische, sociale dingen zijn, of bijvoorbeeld andere personen. En het moet niet altijd maar nodig zijn je aan te passen aan dingen die je belemmeren. Onaangepastheid maakt dat het mogelijk wordt om überhaupt te beoordelen en overwegen of een bepaalde aanpassing überhaupt wenselijk of gunstig is. En daar ligt het sterke van dit boek, dat het onaangepastheid in een daadwerkelijk positief licht weet te zetten. Als je net als Milikowski zoiets als ontwikkeling, zelfontplooiing en emancipatie hoog acht, dan blijft de niet-aanpassing gedurende het hele leven een belangrijke eigenschap die nastrevenswaardig is. Niet-aanpassing wordt in dit boek beschreven als een voorwaarde voor dat je je niet neerlegt bij hoe het is en je je eigen leven laat volgen uit de omstandigheden omdat je het daar steeds op bijstuurt. Onaangepastheid is nodig om het leven te beschermen. “Menselijke vooruitgang is alleen mogelijk door onaangepast gedrag”. Het niet-aanpassingsvermogen van de mens is belangrijk voor de levensontplooiing, en de bescherming daarvan zal steeds ‘de grootste aandacht behoeven’.

Al gaat onaangepastheid wel altijd op basis van (een bepaald soort) aanpassing, aldus Milikowski. Aan de primaire levensbehoefen moet je je namelijk wél altijd eerst aanpassen, zo stelt hij. Ook dat is aanpassen volgens Milikowksi: je eigen gedrag aanpassen aan wat je lichaam vraagt. Het is een voorwaarde om vervolgens weer te streven naar verdere ontwikkeling en ontplooing. Net zoals je soms aanpassen moet aan de anderen om je heen. Ook daar is een voorwaarde dat je je aanpast voor zodat je primaire levensbehoeften van jou en anderen bevredigd worden. Dus Milikowski geeft allerminst een pleidooi voor volledige onaangepastheid. Het gaat erom dat er op gezette momenten wel of juist niet wordt aangepast, en in wat voor mate. En dat is een keuze die redelijkerwijs en met veel verdraagzaamheid worden gemaakt. Volgens Milikowski zijn er geen algemeen geldende sociale of maatschappelijke spelregels, die zijn volgens hem een fictie. Ook al zijn bepaalde mensen of groepen misschien afwijkend (ten opzichte van de burgerlijke moraal, of algemene maatschappelijke cultuur), dat maakt het nog niet ongeoorloofd of ‘slecht’. Protest, recalcitrantie, verzet: dat moet volgens Milikowski niet worden gezien als iets van de pubertijd waar mensen overheen moeten groeien, of als iets slechts in het algemeen, want het is juist hetgeen wat de wereld verbetert. Uiteindelijk is de uitdaging voor iedereen om door goedgekozen aanpassing of niet-aanpassing uiteindelijk tot zoveel mogelijk ‘niet-aanpassen’ te komen. Waarbij dit niet-aanpassen uiteindelijk wel het belangrijke of laatste ideaal zou moeten zijn. En dat lijkt me nog altijd een scherp en heel interessant uitgangspunt om na te denken over opvoeding.

Het onderwijs zal dan wel fundamenteel anders moeten dan hoe we het nu kennen. Omdat daar eigenlijk altijd ‘aanpassing’ de enige optie lijkt te zijn die wordt voorgeschoteld en gewaardeerd. Alsof iedereen altijd maar móet veranderen, dat de leerlingen zich moeten aanpassen aan de regels van de school, of mensen uit andere culturen zich moeten aanpassen als ze in Nederland komen wonen en daar onderwijs willen volgen, of dat we ons moeten aanpassen aan nieuwe technologische ontwikkelingen, of dat we ons moeten aanpassen aan wat de baas ons (later) vraagt op ons werk, enzovoorts. Soms moet dat volgens Milikowski juist niet. De neiging om degenen die (om bepaalde redenen, misschien zelfs tijdelijk) voor onaangepastheid kiezen te bestraffen is vaak heel misplaatst. Je moet niet de hele tijd enkel maar aanpassing afdwingen of veronderstellen. In het onderwijs zou hij juist graag ‘menselijke ontplooing’ of ’emancipatie’ voorop zetten. En dat is iets heel anders dan aanpassing. Menselijke ontplooiing vereist juist ook een belangrijke plek voor het niet-aanpassen.

In een kernachtige citaat, stelt Milikowski het volgende voor:

“… dat men geen aanpassing verlangt, waar dit voor de menselijke ontplooiing niet vereist is, en … het niet-aanpassen te aanvaarden, als dit gunstig is of niet ongunstig voor de menselijke ontplooiing”.

In zijn boek gaat het naast het onderwijs en de opvoeding ook over andere maatschappelijke fenomenen. Milikowski gaat nog het meest in op het fenomeen van ‘onmaatschappelijke gezinnen’, tegenwoordig misschien als asocialen of ‘tokkies’ aangeduid. Hij bespreekt het huisvestingsprobleem dat erachter zit, maar ook materiële omstandigheden of ‘ongeregeld werk’ wat er een oorzaak van is. En daar blijkt ook het meest expliciet zijn maatschappijkritiek. Milikowski ziet het belang wel van programma’s voor meer sociale saamhorigheid of hulp, maar dan niet alleen voor de mensen aan de ‘onderkant’ van de samenleving. De maatschappij als geheel heeft een probleem. Bij de gezinnen in achterstandswijken wordt bijvoorbeeld beargumenteerd dat ze zo geïsoleerd raken van de rest van de maatschappij, maar die rijke lui in villa’s zijn volgens hem misschien nog wel meer geïsoleerd. En daar bovenop, juist die rijke mensen, zij die het veelal voor het zeggen hebben, zij dwarsbomen wezenlijke maatschappelijke verbeteringen. Hij noemt dit de ‘primaire’ onmaatschappelijkheid, die zit bij de ‘veroorzakers’. Juist die primaire maatschappelijkheid, daar zou men zich eerst op moeten richten. Net als bij discriminatie en privileges, die elkaars complement zijn, wil je de een laten verdwijnen dan zal de andere ook verdwijnen. Als je het asociale van de veroorzakers aanpakt, verdwijnen ook de problemen waar de gezinnen mee kampen die normaliter als asociaal worden weggezet. Of zoals het in het canon sociaal werk is samengevat:

Onmaatschappelijkheid, zo redeneerde Milikowski, is net zo goed een typering voor die mensen die bewoners in volksbuurten in slechte omstandigheden gevangen houden. Anders gezegd: je moet niet alleen naar de slachtoffers kijken, maar ook naar de ‘veroorzakers’: huisjesmelkers, werkgevers, politici, pastoors, noem maar op.”

Vanaf allereerste pagina van dit boek is het al duidelijk dat het geen saai betoog betreft. Het is typische sociologie van het kritische soort, uit de jaren zestig (dit boek werd uitgegeven in 1961). Zijn eigen ervaringen in het verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog (hij verbleef ook een tijd in een concentratiekamp) en ook zijn betrokkenheid bij het communisme zullen zeker hebben meegespeeld bij het komen tot dit maatschappijkritische en spannende boek. Het is niet heel makkelijk lezen, het heeft een wat filosofische toon, maar toch is het best toegankelijk, mits je erop uit bent eens goed na te denken over (on)aangepastheid. Milikowski gaat ook in op andere theorieën over aanpassing en maakt duidelijk op welke punten die volgens hem tekort komen. Overigens zonder daarmee alles van tafel te schuiven. Hij plaatst zijn eigen opvatting binnen de sociologische werken van Gillin, Ogburn, Weber, Mannheim en Fromm, en Groenman, waardoor hij het in duidelijk sociologisch kader weet te zetten waarbinnen hij iets wil toevoegen. Ook de geesteswetenschappen worden verkend, waarvoor hij bij onder andere Revesz en Van den Berg uit komt. Milikovski legt zich niet neer bij aannames over wat qua aanpassing of niet-aanpassing vaak (impliciet) als normaal of wenselijk wordt verondersteld, of hoe bepaalde vormen van onaangepastheid (creativiteit) in het algemeen worden onderscheiden van bijvoorbeeld meer ongewenste (destructieve of verstorende) vormen van onaangepastheid. Milikowski is daar kritisch op omdat het een meer gedegen beschouwing van het fundamentele belang van onaangepastheid omzeilt en bemoeilijkt.

Al met al een gedegen, heel relevant en rijk uitgangspunt om over allerlei maatschappelijke thema’s en zeker ook opvoeding en onderwijs na te denken. En als het aan Milikowski ligt daarbij te komen tot een heroverweging van waar onderwijs over zou moeten gaan. Jammer dat zijn werk maar zo weinig wordt gelezen en aangehaald in discussies over onderwijs en opvoeding!

Deze boekbespreking is geplaatst binnen de volgende categorieen: 1961, 1969, Beschaving, Creativiteit, Cultuur, Subversiviteit

Geef een reactie