Alice Miller – For your own good

Volwassenen zijn volgens Miller vaak wreed en gewelddadig tegen kinderen. Onder het mom van een noodzakelijke correctie of het weerbaar maken van de kinderen denken ze met alles weg te komen. Dat hoort nu eenmaal bij hoe kinderen in deze wereld opgroeien, het is voor hun eigen bestwil: zo redeneert de volwassene. Hun kinderen groeien op en zullen zelf ook weer zo kunnen redeneren bij de opvoeding van hun kinderen. En na enige generaties weet niemand meer beter: dit is hoe opvoeding is en zal moeten zijn. En zo blijft geweld en wreedheid bestaan, als nutteloze vicieuze cirkel. Aldus in vogelvlucht de analyse van Alice Miller.

Het is misschien wat kort door de bocht, zoals Miller het voorstelt. Toch heeft het velen aan het denken gezet. Het is een heldere en prikkelende gedachte, het doet reflecteren op mogelijk eigen wreedheid of gewelddadigheid als opvoeder en waarschuwt voor een mogelijke hele negatieve invloed van ons handelen op onze kinderen en eigenlijk de hele wereld waarin we leven. Iets wat eigenlijk iedereen zou willen voorkomen.

Miller zet haar pleidooi stevig aan. Allereerst in het eerste deel van het boek, dat gaat over wat ze noemt ‘poisonous pedagogy‘. Ze probeert daadwerkelijk al het onderdrukkende en nare in de opvoeding te benoemen. Het is een term, gebaseerd op Katharina Rutschky‘s Schwarze Padagogik (in het Engels Black Pedagogy) die daarmee het wrede en kindonvriendelijke van opvoedingsmethodes al wilde beschrijven. Met Rutschky keert ze zich bijvoorbeeld tegen J. Sulzer’s Versuch von der Erziehung und Unterweisung der Kinder en Kruger’s Gedancken von der Erziehung der Kinder. Wat die ten tijde van Kant levende auteurs wilden, is controle krijgen over het kind: het laatste woord hebben, de wil van het kind breken, orde en regelmaat, gezag, het kind sterk maken, respect. En ook al gebeurt dit op een vriendelijke, lieve, meer manipulatieve manier, dan is het effect volgens Miller alsnog hetzelfde. Net zoals wanneer er dingen worden verzwegen of verhaaltjes worden opgehangen aan hele serieuze aangelegenheden, zoals ze onder andere bij (Kants voorbeeld) Basedow ziet. Nog los van wat er door geloof en religie allemaal wordt aangepraat en bewerkstelligt. Het kan allemaal die vicieuze cirkel van onnodig geweld, onderdrukking en wreedheid richting het kind in stand houden. Het effect is dus dat het kind ontzettend in de verdrukking kan komen en traumatisch gedrag kan gaan vertonen. Het tweede deel van dit boek gaat over die effecten, die ze bespreekt aan de hand van Hitler, een moordenaar, en een drugsverslaafde. Het is voor Miller ongeveer de basis voor alles wat slecht is in onze wereld. Ze probeert met voorbeelden de verschrikkelijke uitwerkingen te laten zien die onze opvoeding kan hebben. Al met al een behoorlijk stevig neergezet verhaal dus over de duistere kanten van de pedagogie.

Dit boek is deels geschreven als reactie op brieven die ze ontving na een eerder boek, in het Nederlands vertaald als ‘Het drama van het begaafde kind‘. Een boek waarin ze het opnam voor het getalenteerde kind, dat het narcisme van de onderzoekers bevredigt en ouders gelukkig maakt en zo al hun theorieën bevestigt, maar alleen maar functioneert op basis van ‘lege’ en ‘valse’ zelfbeelden. Het ergste daarvan vindt ze dat deze kinderen zelf desgevraagd zullen aangeven een gelukkige jeugd te hebben gehad omdat ze helemaal zelf in die zelfbeelden zijn geloven. Eigenlijk werd hier dus al de verhullende werking van de bovengenoemde vicieuze cirkel al uitgewerkt, wat als argument gebruik kan worden om te verklaren waarom dit maar door zo weinig mensen wordt herkent en aangevochten. Het verklaart waarom de meeste mensen zullen denken dat het wel mee valt en dat het allemaal heus niet zo erg is. Ze verwijst met name naar Winnicot en Freud in dit boek, maar maakt ook gebruik van Herman Hesse‘s Demian om haar punt te onderstrepen, en noemt ook Pestalozzi die zijn eigen kind zou hebben verwaarloost, wat voor haar in zekere zin past bij zijn prachtige onderwijskundige denkbeelden en theorieën – waar dus de schaduwzijde van pedagogische opvoedkundige theorieen zichtbaar wordt. Het doet wat suggestief aan voor de kritische lezer, maar ja volgens haar vergt het ook eerst een poging om uit die vicieuze cirkel te breken om de werking van die cirkel past echt te doorzien. Het is een kwestie van gevoelig worden ervoor, het probleem eerst echt serieus nemen:

Until we become sensitized to the small child’s suffering, this wielding of power by adults will continue to be a normal aspect of the human condition, for no one pays attention to or takes seriously what is regarded as trivial, since the victims are “only children.” But in twenty years’ time these children will be adults who will have to pay it all back to their own children. They may then fight vigorously against cruelty “in the world”—and yet they will carry within themselves an experience of cruelty to which they have no access and which remains hidden behind their idealized picture of a happy childhood.

Haar oproep om uit al die narigheid te komen is dus om ervoor te zorgen dat volwassenen niet de ‘ware gevoelens’ van de kinderen onderdrukken, weer meer gevoelig te worden voor het lijden van het kind. In het reine komen met je eigen opgroeien is wat Miller daarvoor nodig acht, juist als docent, opvoeder, ouder of kinderpsychiater, om vervolgens pas open en transparant aan andermans opgroeien te kunnen meehelpen en niet je eigen problemen (wreedheid, trauma’s of wat dan ook) over te dragen op de nieuwe generatie. En zo zet dit boek elke opvoeder of onderwijzer ertoe aan vooral ook een gevecht met zichzelf aan te gaan om de wreedheid van de eigen opvoeding te boven te komen, er op een of andere manier mee in het reine te komen. En het lezen van dit boek kan daarvan het begin zijn. Lees het hele boek via archive.org.

Deze boekbespreking is geplaatst binnen de volgende categorieen: 1983, 2002, Cultuur, Discipline, Kant, Kinderen, Methoden, Pedagogie, Pestalozzi, Talent

Geef een reactie