John Cage – For the Birds

for the birdsIn een interview wordt John Cage gevraagd waarom hij niet echt alle pedagogische activiteiten heeft gestaakt. Hij heeft net daarvoor in het interview aangegeven dat hij vooral leert van zijn studenten in plaats van andersom, en dat hij bovenal heeft geleerd dat hij liever niet les geeft. Maar het staken van alle pedagogische activiteiten betekent dit voor hem niet.

Wel antwoordt Cage dat hij waar mogelijk de universiteiten heeft gemeden. Ze zijn volgens hem te nauw verbonden met bestuur en de regering. Een mogelijke manier om hierbinnen toch te gedijen is er voor Cage echter als het echt moet wel degelijk.  Bijvoorbeeld het aan het begin van een college vaststellen dat niemand weet wat er precies bestudeerd of geleerd moet worden, en duidelijk te maken dat er geen verdeling moet gaan optreden tussen studenten en niet-studenten. Een werkvorm die hij zelf praktiseerde aan de Universiteit van California.

De interviewer (Daniel Charles) vraag dan naar wat Kaprow (in navolging van Cage, als protégé) deed, zoals beschreven in zijn boek “assemblages, environments and happenings“. Dit waren toch zeer gecontroleerde activiteiten. Waarbij die zoektocht naar een vrijheid van bestuurlijkheid juist heel doelmatig wordt en misschien haast net zo beperkend gaat worden als het bestuur zelf: het vormt een bestuur op zich. Cage ziet echter juist wél wat in het doorbreken van dominante patronen en bestuurlijkheid door een andere orde, een andere opzet. Maar Cage wil liever zoeken naar daar waar onordelijkheid wordt opgeroepen. Ook in relatie tot je eigen willen, ook in zijn muziek, ook in zijn dagelijkse activiteiten.

Then your teaching – if you’ll allow that word – could be defined as a pedagogy of non-volition? A detachment in relation to the will?
A progressive detachment, yes, that will not fall back into attachment. A detachment that wil repeat nothing.

Let op: hier wordt door Daniel een concept beschreven wat opmerkelijk mag heten: een pedagogie van niet-willen! Daar waar de docent zich tijdelijk losmaakt van zijn wil, daar waar op een progressieve manier, zonder voorbeeld of herhaling een moment wordt gecreëerd waarbinnen met zich los kan bewegen ten opzichte van alles wat men ‘eigenlijk’ wil.

Twee kanten op wordt het komt in dit interview een verduidelijking, dat maakt het misschien wel zo bijzonder. Eenmaal richting Zen, het binaire denken in tegenstellingen en ‘het niets’. De andere richting ‘experimentele’ situaties.

Die experimentele situaties eerst. Dit zijn niet-gedetermineerde situaties: dus zonder verplichtingen of verboden, waar niets is (te) voorzien. Expliciet noemt het Cage het een situatie van anarchie, verwijzend naar Thoreau. Heel concreet: als die situatie, of een muziekstuk, van tevoren bedacht is, al in het hoofd zit voordat het plaatsvindt, al voorgeschreven is: in dat geval wordt de situatie of de muziek niet in zijn volledige rijkdom wordt toegelaten. We zouden in plaats van die situatie ook net zo goed een boek kunnen schrijven waarin die situatie wordt voorgeschreven, of zouden in plaats van de muziek ook een lichtspel kunnen laten zien die de muziek verbeeld. Beide gebeuren uiteraard. Maar de experimentele situatie is de meest rijke en complexe vorm en die is niet op die manier te vertalen en blijft anarchistisch. De meest concrete manifestatie.

Maar dit is geen situatie waar niets voorgeschreven is. Het is niet ‘voorschrijven’ of ‘niets’ maar de nadruk ligt op wat daartussenin, onderweg aanwezig is. En daar komen we bij de Zen uit:

As long as you oppose Some-thing to Nothing, you remain in the game of intellectual categories. What I wanted to say, when speaking of the “nothing in between” is that the Nothing is .. neither Being nor Nothing. It is outside the relationship between Being and Nothing. Right. Each Time we establish a relation, each time we connect two terms, we forget that we have to return to zero before moving to the next term. The same goes for Being and Nothing!

Het is een soort niets dat in het midden opdoemt, maar niet ‘niets’ is als een te begrijpen categorie.

Het is iets dat enkel in toeval opduikt, omdat het een oneindigheid aan mogelijkheden toestaat in een concreet evenement. We voorkomen daarmee elke versimpeling die ons denken hier altijd in probeert te realiseren. Het laat het beste de complexiteit toe waar niet niets gebeurd, maar ook niet iets wordt laten gebeuren. Het laat de intense complexiteit van ons leven zien waarop nieuwe lagen van nieuwe kansen worden aangeboden, zich aandoen. Het is het radicale alternatief dat niet aan weerszijde van een tegenstelling wordt gevonden, maar het radicale alternatief dat ergens tussen die weerszijden van een tegenstelling aan het oog ontspringt.

Voor iedereen die een dergelijke filosofische bespiegeling kan waarderen is dat natuurlijk allemaal prachtig. Maar ook elke docent die een zo rijk mogelijke les wil proberen te laten ontstaan zou hier over na moeten denken, lijkt me, wat ik overigens al eerder in andere woorden heb proberen duidelijk te maken.

Dit korte fragment was onderdeel van een lang interview die als geheel is gepubliceerd en die over veel meer onderwerpen gaat dan enkel dit meer onderwijsfilosofische stuk wat ik hier niet verder zal uitwerken. Ook de teksten waartussen dit fragment is opgenomen in het boek ‘hatred of capitalism‘ zouden relevant zijn om later nog eens te bespreken in relatie tot dit interview met Cage. Ik beperk me hier tot de meer praktische kant kan met enige moeite wel in andere teksten/interviews over en met Cage kunnen worden gevonden. De praktijk kortom van deze ‘pedagogie van niet-willen’ of deze experimentele situaties vergen. Je zou het bijvoorbeeld kunnen vergelijken met de door hem uitgevoerde musicircussen. Zoals Peter Dickinson hierover heeft genoteerd: “There should be food and drink, as in a real circus. Ideally, all the senses should be employed. There should be no seats so people can move about. Dancing can be included. There is no score. The piece “should be fun” — people “should get the joyousness of the anarchic spirit.” Iets wat misschien aanknopingspunten biedt om een hele rijke les te creëren. En denk niet dat in een dergelijke anarchie enkel het hardste wordt gehoord, dat alles wordt verloren in een geschreeuw en onrust, of dat het dan eigenlijk geen les meer is. Concentratie wordt hier wel degelijk gevraagd, er is wel degelijk sprake van een performance waar met aandacht naar wordt geluisterd. Het lost zeker niet het hele concept ‘les’ op, maar laat juist de volledige rijkdom in een les zelf ontstaan. De les zit vol met intentie, een veelheid aan intenties. Eigenlijk is de meest rijke les op deze manier een tegelijkertijd laten plaatsvinden van een veelheid aan lessen simultaan.

“Cage realized that prolonged loud sounds would make others inaudible, as his comment to me showed. In 1980, undercutting criticism, he told Frans Benders that he was concerned with “resolving complexity” through the “notion of a musicircus, of many things going on at once. You can have soft things going on at the same time as loud things, and all you have to do to hear the soft things is go closer.” He added, “You can get rid of intention by multiplying intention.”

Het is daarbij ook niet zo dat gedurende de 4 minuten en 33 seconden stilte waar Cage zo bekend mee is geworden helemaal niets gebeurde: er was toch muziek, exemplarisch is de eerste uitvoering met het dunnen dak waarop het begon te regenen tijdens de uitvoering zoals Dickinson met Peter Tudor bespreekt:

It was very intense and it still is because it is a piece of music that exists in time, and you have to pay attention to what’s happening when you perform it. Each performance has memorable moments. [laughs] The most obvious one was during the first performance. There was a tin roof and it rained during the second movement—not during the first or third. [laughs] It’s been seen as opening up the sounds of the environment, which John says he finds more useful aesthetically than so-called music.

Kunnen we niet proberen de les op een zelfde manier te openen zodat de alledaagse omgeving en het complexe leven daarin naar voren treedt, wat vele malen nuttiger zou kunnen blijken dan het zogenaamde onderwijs dat we normaliter in scholen orkestreren? In dat geval zou Cage in ieder geval veel meer bestudeerd mogen worden.

En laten we dan net als Cage zelf de 10 regels van zijn zuster Corita Kent op haar werk bij het Immaculate Heart College maar eens als begin nemen, die blijkbaar ook recent nog bij de UVA zijn opgedoken. Inderdaad een tijdloos lijstje als je het mij vraagt.

sister-corita-rules-for-students-teachers

Deze boekbespreking is geplaatst binnen de volgende categorieen: 1981, Creativiteit, Ervaring, Experiment, Lesgeven, Pedagogie

Geef een reactie