Elizabeth Green – Building a better Teacher

In augustus 2014 publiceerde de Amerikaanse onderwijsjournaliste Elizabeth Green haar boek Building a better Teacher: How Teaching Works (and How to Teach It to Everyone). Het boek leest als een selectie uit een beknopte, informele geschiedenis van onderwijsverbetering en onderwijsbeleid in de Verenigde Staten. Hieronder een recensie van Simon Verwer, met onderaan een aantal verwijzingen naar eerder verschenen Engelstalige recensies. Het boek werd in de V.S. positief en kritisch ontvangen.

Een van mijn favoriete passages uit Building a better teacher, het laatste boek van onderwijsjournaliste Elizabeth Green, verhaalt over de jonge Japanse onderwijzer Akihiko die naar Amerika afreist om een bezoek af te leggen aan de school die filosoof John Dewey ooit is gestart. Omdat veel theorie van de Japanse lerarenopleidingen gebaseerd is op het denken van Dewey hoopt deze Akihiko in de Verenigde Staten het werk van de grootmeester in levende lijve te kunnen aanschouwen. Green:

“The experience would have been unbelievable if it had not repeated itself so many times. After visiting more than a handful of math classes, he understood. (…). They [the teachers SV] had, he realized, no jugyokenkyu. Translated literally as “lesson study,” jugyokenkyu is a bucket of practices that Japanese teachers use to hone their craft, from observing each other at work discussing the lesson afterward to studying curriculum materials with colleagues.” p. 126.

Waar in Japan onderwijzen als een collectieve onderneming werd beschouwd, was de praktijk in de Amerikaanse klaslokalen dat leraren hun ding deden, zonder bemoeienis van anderen. Een constatering die veel Nederlandse onderwijzers ook zullen herkennen. Dit type observatie is een van de terugkerende onderwerpen in het boek.

In haar boek stelt Green al voortschrijdend een aantal zeer wezenlijke vragen die ook voor de Nederlandse situatie relevant zijn:

1. wie onderwijst onderwijzers hoe te onderwijzen?
2. wat gebeurt er tijdens een les van een geweldige leraar? En hoe kan je daarvan leren?
3. wat betekent de mythe van de ‘geboren leraar’ voor onze visie op de professionele ontwikkeling van leraren?
4. hoe leren leraren in de dagelijkse praktijk wel of niet van elkaar?
5. hoe is het mogelijk dat de praktische wijsheid die aanwezig is in het dagelijks handelen van leraren zo structureel genegeerd is door lerarenopleidingen en universiteiten?
6. hoe komt het dat onderwijzers en schoolleiders dat hebben laten gebeuren?
7. hoe kunnen nieuwe benaderingen, zoals charter schools, bijdragen aan de verbetering van een onderwijssysteem als geheel?
8. hoe hebben internationale vergelijkings-/ranglijsten zo dominant kunnen worden?

En dit zijn er slecht een paar.

Green heeft een goed, prettig leesbaar boek geschreven. Het boek sprak mij vooral ook aan door de de biografische invalshoek. De kracht van de anekdote is belangrijk waar het over onderwijs gaat. Green schetst de portretten van een tiental onderwijsvernieuwers die stuk voor stuk het Amerikaanse onderwijs bottom-up willen verbeteren. Het boek deed mij dan ook soms denken aan het werk van Luc Stevens, Geert Kelchtermans, Anja Vink en de betere stukken van Johannes Visser waarbij de anekdote gebruikt wordt als bron van inzicht. Onderwijs is bovenal mensenwerk en dat voel je als lezer beter wanneer personen een hoofdrol spelen, zoals hier het geval is.

Green beschrijft hoe Deborah Loewenberg Ball, een basisschooljuf die als pure alfa moeite heeft met het uitleggen van wiskunde, zich in rekenen verdiept, er verliefd op wordt en het vervolgens gaat studeren. Aan de andere kant is daar Magadalene Lampert, die na een PhD aan Harvard zowel professor wordt als basisschooljuf op dezelfde school als Deborah waarna ze samen besluiten om het mathematische redeneren van de leerlingen nader te bestuderen. Door samen lessen voor te bereiden en elkaars lessen te bezoeken – vaak met een groep leraren in opleiding erbij – onderzochten de twee hoe leerlingen wiskundige concepten de baas worden. Het leidde tot een didactische concept met de veelzeggende zoekende naam ‘This Kind of Teaching’ dat later Mathematical Knowledge for Teaching ging heten.

Een dergelijk hoofdstuk laat wat mij betreft zien hoe onderwijsverbetering werkt. Ten minste, op kleine schaal. Want er ontstaan wel problemen wanneer deze benadering van lokaal naar nationaal niveau wordt opgeschaald. Green beschrijft hoe Loewenberg en Lampert trachten hun methode te verspreiden en dat ze bij die reis ontzettend veel weerstand ontmoeten. Green verklaart dit ten dele door de Amerikaanse politieke situatie waarbij het onderwijs de speelbal is binnen een te divers krachtenveld van politici, lobbyclubs, ouders en in de laatste plaats leraren. Interessant vind ik ook wat Green schrijft over de klassieke tegenstelling in onderwijsbleid tussen controle versus vertrouwen:

As descriptions, both arguments – accountability and autonomy – contain a measure of truth. Teachers do lack some of the freedom they need to teach well, an they also lack adequate feedback. But as prescriptions, actual suggestions for how to improve teaching the arguments fail. p. 13.

Een citaat dat mij ook deed denken aan het succes van het project van Stichting Leerkracht in Nederland. Want of het nu gaat om het verhaal van Doug Lemov, bekend van Teach like a Champion, of om pogingen van Teach for America alumni om van betekenis te zijn in zwarte wijken middels charter schools: waar het in eerste instantie op neer komt bij onderwijsverbetering is dat leerkrachten tijd en ruimte krijgen c.q. nemen om samen beter te worden, iets dat overigens simpeler klinkt dan het in werkelijkheid is, waarover hieronder meer.

In eerste instantie noteer ik ook omdat na initieel succes de fase van opschaling vaak gekenmerkt wordt door teleurstellingen en frustraties, zoals Green ook beschrijft in haar boek. Een boeiende vraag is daarom of ‘opschalen’ van een specifieke methode of werkwijze überhaupt wel wenselijk is in het onderwijs. Des te knapper is het dat het project van Stichting Leerkracht zich op het moment als een olievlek over Nederland verspreidt.

Het boek heeft 10 hoofdstukken met betere en mindere delen. De verhaallijn van Loewenberg Ball en Lampert die pogen hun werkwijze aan de man te brengen blijft boeiend. Ook erg sterk is het openingshoofdstuk dat duidelijk maakt waarom je professor of education kan worden zonder verstand te hebben van onderwijzen. Het dedain ten opzichte van de onderwijspraktijk valt te verklaren vanuit een wetenschapshistorisch perspectief, hetgeen Green overtuigend laat zien aan de hand van beroemde namen als Nate Gage, Lee Shulman en Eric Hanushek.

Wat minder is wat mij betreft is dat Green wel heel sterk focust op wiskundeonderwijs als casus. Begrijpelijk aan de ene kant maar ze laat interessante parallellen daardoor ook liggen. Wat ook ontbreekt is een wat kritischer overweging met betrekking tot de vraag waarom samen lessen voorbereiden, peer review, etc. nog niet de standaard is. Green onderbouwt haar informele geschiedenis van onderwijsverbetering goed maar blijft weg daar waar een belangrijk pijnpunt zit: tijd. Zoals Sara Mosle schrijft in haar review op The Atlantic:

A big problem with American education, in other words, is how we conceive of the job. Green is right: there’s much about teaching that isn’t instinctive, and as her book usefully shows, learning how to perfect the art is demanding.

Mosle heeft gelijk: wat betekent het om leerkracht te zijn is de vraag die we samen moeten willen beantwoorden. Het opstellen van curricula en standaarden is één ding, een verbetering van het onderwijsproces is dat waar het in de kern uiteindelijk om draait. Zijn leerkrachten vooral uitvoerders of dient een onderwijzer gelegenheid te hebben om zichzelf te verbeteren? Zo ja, wat betekent dat dan concreet?

Zulke kwesties worden ook in Nederlandse context te vaak geschuwd. Het heeft niet zoveel zin om te debatteren over tijd als element van goed leraarschap op zichzelf maar wel over wat goed leraarschap op zichzelf is of zou moeten zijn. We weten al heel veel over hoe onderwijzers beter kunnen worden in hun vak. De vraag is of we een dergelijke visie op leraarschap in de praktijk willen terugzien. Het lerarenregister kan hierin zowel een positieve als een negatieve rol spelen.

Het boek van Green is een aanrader voor eenieder die graag leest over onderwijsverbetering en onderwijsbeleid in het algemeen en de Verenigde staten in het bijzonder. Wie een kritischer blik op de ontvangst van dit boek en onderwijsbeleid in de Verenigde Staten zoekt, kan terecht op het blog van Andrea Gabor.

Andere, eerdere recensies:

1. The Atlantic Review
2. Washington Post
3. New York Times Book Review
4. New York Books
5. Andrea Gabor blog

Deze boekbespreking is geplaatst binnen de volgende categorieen: 2014, Dewey, Lesgeven, Onderwijspraktijk

Geef een reactie