Henk Sissing (red.) – 3000 jaar denkers over onderwijs

Op verzoek van onderwijsfilosofie.nl schreef Henk Ter Haar, leraar Nederlands op de Guido de Brès scholengemeenschap, de onderstaande recensie. Henk introduceerde op twitter #3000doo om een uitwisseling van leeservaringen te stimuleren. Henk ter Haar is te volgen via @henkterhaar op twitter en blogt over onderwijs via Ter Haar Onderwijs

Het ging zoals het zo vaak gaat. Een tweet over een boek. Een paar keer klikken en nog geen 24 uur later ligt een nieuw boek op de mat. 3000 jaar denkers over onderwijs. Een boek vol uitspraken van denkers over nut en betekenis van onderwijs door de eeuwen heen. Maar het boek is veel meer dan een verzameling uitspraken over onderwijs. De uitspraken zijn verzameld rond zes hoofdthema’s te weten Onderwijs, Leraren, Leerlingen, Leiding geven in school, Ouders en Leren. En ieder thema wordt ingeleid door een eigentijdse onderwijsdenker.

We moge niet vergeten dat het onderwijs niet tot doel heeft om de hoofden van studenten te vullen met feiten.
Het doel is hen te leren denken, en altijd voor zichzelf te laten denken. – Robert Hutchins

Het boek opent met een voorwoord van Erno Eskens en René Gude, twee bekende filosofen die zich sterk maakten voor de introductie van filosofie in het voortgezet onderwijs en die schrijven over de verbinding tussen het onderwijs van de afgelopen eeuwen en het onderwijs van nu en starten met de constatering dat er eigenlijk helemaal niet zoveel veranderd is. Vervolgens worden de begrippen ausbildung en bildung geïntroduceerd. Ausbilding, ‘het bijbrengen van een vak’, is essentieel voor een school, aldus Gude en Eskens: Een leraar brengt de leerling een vak, of vakkennis bij. Maar daarnaast moet er binnen opleidingen ook aandacht zijn voor bildung: het streven naar eruditie, beschaving en mentale flexibiliteit, waarbij het aankomt op denkvaardigheden, persoonlijkheid en karakter. Steeds weer zoeken de schrijvers hier aansluiting bij het (klassieke) verleden. Op deze wijze komt Gude tot de uitwerking van het zogenaamde agoramodel, waarbij het klassieke marktplein, de agora als kapstok dient voor een uitgebreide onderwijsmetafoor, die uiteindelijk resulteert in een praktisch model dat gehanteerd kan worden bij het nadenken over de inriching van ons onderwijs.

Vervolgens komt de redacteur van het boek, Henk Sissing aan het woord, die de lezer uitnodigt bij de honderden uitspraken uit het boek steeds ‘waarom’ te blijven vragen en je op die manier uitnodigt als lezer eveneens denker te worden over onderwijs.

Het is Gert Biesta die in het eerste hoofdstuk aftrapt met een beschouwing over onderwijs. Biesta, in buiten- en binnenland veel genoemd en geroemd denker over onderwijs en opvoeding werkt zijn -voor veel volgers van denken over onderwijs inmiddels wel bekende – onderwijsvisie uit aan de hand van drie domeinen:

Biesta diagram

– Kwalificatie (verwerven van kennis en inzicht, vaardigheden en houdingen)
– Socialisatie (de manier waarop onderwijs jongeren verbindt met tradities, manieren van doen en zijn)
– Subjectivering (de vorming van een kind en jongere tot zelfstandig, moreel, verantwoordelijk en volwassen persoon) uit.

Biesta roept de lezer op de uitspraken in het boek te gebruiken voor reflectie, door in dialooog te gaan met wat er door de eeuwen heen over het onderwijs is gezegd en gedacht.

Een leraar raakt aan de eeuwigheid, hij kan nooit zeggen waar zijn invloed ophoudt.

Met deze uitspraak van Henry Brooks Adams, geeft Paulien Meijer in het volgende hoofdstuk aan hoe groot de invloed is van de leraar op het leven van een leerling. Een goede leraar vergeet je nooit. Meijer vraagt aandacht voor de autonomie van leraren en de mate waarin zij, samen met collega’s, invloed hebben op hun eigen evaluaties. Opvallend veel uitspraken in het hoofdstuk over leraren gaan over de liefde die de leraar moet hebben voor zijn vak, maar vooral voor zijn leerlingen. De quotes over het leraarschap zijn een genot om te lezen en zetten meer dan eens aan tot denken, maar vooral ook tot enthousiasme: Ja! Zo ben ik, of zo wil ik zijn!

De uitspraken van denkers over leerlingen worden ingeleid door Luc Stevens, directeur van het NIVOZ en deskundige op het gebied van leraar-leerlinginteractie. Het adagium relatie als voorwaarde voor prestatie wordt door Stevens aangegrepen om relatie, competentie en autonomie als bekende basisbehoeften voor onderwijs onder de aandacht te brengen en van daaruit te spreken over intrinsieke motivatie van leerlingen en het veronderstelde gebrek aan vertrouwen daarin bij veel leraren.

Als we niet meer in staat zijn een situatie te veranderen, moeten we onszelf veranderen. – Victor E. Frankl

Marc Vermeulen spreekt vervolgens over leiderschap in onderwijs en meer precies over de positie die schoolleiders in zouden moeten nemen in het onderwijs. Hij bespreekt het probleem van het moeten nemen van beslissingen over het onderwijs en dus over jongeren in een situatie van chronisch informatietekort en chronische bemoeienis van buiten. Schoolleiders zijn volgens Vermeulen maar matig op de hoogte van inzichten uit onderwijskunde, organisatiewetenschap of sociale psychologie. Vermeulen staat Slow Management voor: tijd maken in je agenda om aan de hand van denkers van nu en uit het verleden na te denken over het onderwijs. Een tip die mij niet alleen zinnig lijkt voor schoolleiders, maar evenzeer voor leraren. Hoevaak hoor ik niet om me heen dat er te weinig tijd is om echt na te denken over het waartoe van, over de richting van ons onderwijs? De verzamelde uitspraken in dit boek nodigen hiertoe zeer uit.

Er is geen school zo goed als een goed nest en geen leraar zo goed als een deugdzame ouder. – Ghandi.

In het een na laatste hoofdstuk van het boek zijn uitspraken verzameld die te maken hebben met de rol van ouders. De manier waarop ouders hun kinderen thuis begeleiden is volgens wetenschappers van veel grotere invloed op onderwijs dan wat dan ook, opent Mariëtte Lusse haar inleiding op dit onderwerp. Lusse gaat vervolgens in op de relatie tussen school en ouders en hun rol in de opvoeding van het kind en benadrukt het belang van goede samenwerking bij deze ‘hachelijke onderneming’.

Je kunt niemand iets leren. Je kunt iemand alleen helpen het in zichzelf te vinden. – Galilei

In het laatste hoofdstuk spreekt onderwijs- en ontwikkelingspsycholoog Robert-Jan Simons over het verzamelbegrip ‘leren’. Als we over leren denken, associëren we dit vaak met ‘schools leren’ en denken we vaak over leren als ‘onderwezen worden’. Simons bespreekt zo een heel aantal beperkende opvattingen van leren en illustreert deze met verschillende uitspraken van denkers.

Zo geeft dit boek een aanzet tot denken over en reflecteren op aan het onderwijs gerelateerde onderwerpen. Ik heb het met buitengewoon veel plezier gelezen. Het is een boek dat niet snel onder het stof zal verdwijnen. De enorm waardevolle verzameling uitspraken nodigt uit tot lezen en herlezen. De vaak prikkelende uitspraken van deze denkers zetten aan tot denken en reflectie. Het boek is een aanrader voor iedereen die bij het onderwijs betrokken is en kan in school zeer goed gebruikt worden als middel om na te denken over de visie op onderwijs. Ik zie er zelf naar uit om met mijn collega’s eens te spreken over een uitspraak van Comenius als: ‘De taak van het onderwijs is de ontwikkeling van de hele mens’. Ik kan zo al tien collega’s noemen die daar heel anders over denken.

Deze boekbespreking is geplaatst binnen de volgende categorieen: 2015, Biesta, Introductie onderwijsfilosofie

Geef een reactie