A. H. van Kampen – Beschaving zonder masker

Dit boek gaat over beschaving. Wat bedoelen we eigenlijk als we het over ‘beschaving’ hebben? Van Kampen opent met het verwijzen naar het schaven met een houtschaaf, waarbij de ruwe spaanders eraf vliegen: beschaving is een zelfde soort polijsten, maar dan van een persoon ‘tot een wellevend, welgemanierd mens’. Maar van schaven verandert het hout zelf niet, en zo ook blijft ook de mens uiteindelijk gewoon zichzelf. Beschaving is gedwongen, op basis van overwicht oppervlakkige vorming, een beetje geforceerd bijgewerkt. Het hangt samen met mode, conventie. Beschaving zou volgens velen een groot goed zijn, maar Van Kampen ziet dat dus anders. Met veel citaten en verwijzingen schept hij een ander beeld. “Beschaving is het vergudsel van een rotte appel”, zo schrijft hij. En al komt hij uiteindelijk tot een veel genuanceerde definitie van beschaving, als “een complex van zedelijke, van morele opvattingen, die de menselijkheid in wijsgerige en logische zin tot ideaal stellen, benaderen of trachten te benaderen”, dan maakt hij toch vooral duidelijk dat juist het type beschaving wat wij (in het westen) hebben daar wel een hele beroerde variant van is. Beschaving zoals wij dat kennen is met name uiterlijke beschaving, met veel techniek die ons leven een beetje vergemakkelijkt en veraangenaamt, en daarbij ook nog eens geweld, drank, leugens, diefstal, prostitutie, autoriteit, burgerlijkheid, wetten, justitie, politie, legers. Van Kampen heeft het niet zo op met de beschaving die we kennen. “Wie in alle redelijkheid probeert zijn weg te gaan, krijgt het gevoel, te leven te midden van een troep zenuwlijders of hyena’s.” Denk maar aan de ‘kettervervolgingen en de heksenprocessen in de middeleeuwen, de stierengevechten in Spanje, de hanengevechten in Ierland, …, de lynchpartijen in Amerika, de Jodenpogroms, de slavernij op de plantages en in de mijnen’ die inderdaad allemaal juist op conto van onze zogenaamde beschaving moeten worden geschreven. En, zo laat hij hier op volgen, dat geldt natuurlijk ook voor de ‘drama’s die zich afspelen in Duitse en andere gevangenissen en concentratiekampen, de economische uitbuiting, het permanente militarisme’. In 1936 toen dit boek werd geschreven nog uiterst actuele zaken.

Twee zaken in het bijzonder valt hij in zijn boek aan: nationalisme en kolonialisme. Voor de tijd waarin dit boek werd uitgegeven, namelijk in 1936, nogal prangende onderwerpen. “Een boek van AH. van Kampen gaat in het eerste hoofdstuk – ‘Nationalisme, een gevaarlijke zielsziekte’ – in op de oorsprong, betekenis en opkomst van het nationalisme. In het tweede hoofdstuk – ‘De blanke parasiet’ – behandeld hij de koloniale bezetting van Indonesië door het Koninkrijk der Nederlanden en de bevrijdingsstrijd van de inheemse bevolking aldaar. Een pleidooi voor het opheffen van de kolonie en voor solidariteit met de bevrijdingsstrijd in Indonesië en andere koloniën in Azië.” aldus de beschrijving op archive.org waar het boek in zijn geheel is te lezen. En hoewel het wel wat gedateert en ook qua stijl soms wat ouderwets aan doet, is het de moeite waar daar doorheen te lezen. Dan leest het namelijk nog altijd als een sterk en veelzijdig betoog tegen allerlei vormen van nationalisme en kolonialisme, en het inherente racisme, ongelijkheid, en misplaatste goede bedoelingen die onze beschaving kent. Als er dan toch een verschil wordt gemaakt in rassen, huidskleur, bevolkingsgroepen (zoals we dat nog altijd zo vaak doen): dan moeten we de balans eerlijk opmaken en concluderen dat de gemiddelde blanke westerse moraal zeker niet de hoogste of beste is. Het is een beschaving van uitbuiting en onderdrukking, wat je niet goed kan praten met het idee van een soort zelfverdediging: het is heel duidelijk wie vanaf het begin de aggressor is geweest – juist iedereen uit de westerse beschaving.

Het valt op dat Van Kampen daarbij kiest voor veel verwijzingen naar mensen die direct betrokken zijn en hij geeft vooral hun inzichten weer, en blijft dus weg van al te veel abstract gefilosofeer. De verschrikkelijke omstandigheden in ‘de kolonieen’ (hij verwijst bijvoorbeeld naar De Kom zijn beschrijving) laten zien hoe daar de gekoloniseerden tot enkel maar beest werden gemaakt, en wat voor misdadigers die kolonialisten waren. Dat is hoe het werkelijk is en dat soort beschrijvingen maken dat we ons een beeld vormen van wat daar werkelijk gebeurde. Meer in algemene zin is Van Kampen tegen allerlei mooie woorden en grootse gedachten, die natuurlijk ook bij beschaving horen. Veelal zijn het ficties die we hebben bedacht om goed te praten of de eigen belangen te verdedigen, maar die uiteindelijk veel goeds in de weg zitten. Zo ook bijvoorbeeld het nationalisme, met het aanhangen van landen en landsgrenzen: “Bij nationalisme is de burger niets; alles wordt buiten hem om behandeld. … Het nationalisme is de dood voor al het goede, al het redelijke en al het verstandelijke in de mensheid. Met een toenemende nationalisme gaat een toenemende decadentie gepaard; alle cultuur wordt dan gesmoord. De kunst, de wetenschap, de geest, de handel en de techniek zijn internationaal, verschrompelen zodra men ze aan nationale banden legt.”

Op meerdere manieren is het een boek dat nu in het onderwijs ingang zou mogen vinden. Allereerst omdat onderwijs natuurlijk bij uitstek de kant kiest van de beschaving. En dit boek maakt als geen ander duidelijk dat we daarmee het onderwijs als geheel toch op zijn minst wat sceptisch zouden moeten benaderen, zeker in het westen. Want willen we wel aan de kant van een dergelijke beschaving staan? En zijn we niet veel te vaak alle gruwelijkheden van onze beschaving aan het relativeren of vergoeilijken? Maar ook omdat hoe dan ook meer concreet in de klas, in de lesstof, in de voorbeelden die we in het onderwijs kiezen altijd weer een bepaald type beschaving laten doorschemeren. En wat voor soort beschaving zouden we dan voorop willen stellen? Wat voor beschavingsvorm zouden we dan op willen hemelen en wat juist veroordelen? Van Kampen geeft een aanzet hiervoor: we zouden voor een soort beschaving kunnen kiezen die tegen allerlei gewelddadige methoden is, die los van ras of afkomst samenwerkt en strijd tegen de uitbuiters: zij die ‘overal het zedelijke bewustzijn, het zelfrespect, de solidariteit en de onafhankelijkheidszin’ bevorderen en dat ook bewust nastreven. En denk niet dat we dat misschien al lang doen: Van Kampen haalt hier Madeleine Paz aan, en spreekt over voorbeelden als Sacco en Vanzetti en Indonesische vrijheidsstrijders. Dat type personen zijn blijkbaar voorbeelden van wie de juiste type beschaving verdedigen. Dat is misschien het type mensen die we in het onderwijs aan bod moeten laten komen. De helden der beschaving!?

Deze boekbespreking is geplaatst binnen de volgende categorieen: 1936, Beschaving, Cultuur, Dekolonisatie, Politiek en overheidsbeleid, Wereld

Geef een reactie