Francisco Ferrer – The origin and ideals of the Modern School

moderne-schoolFerrer was niet tevreden met de afloop van revolutionaire tijden die begonnen in 1868 in Spanje. Na 1890 besluit Ferrer zich daarom enkel en alleen nog op lesgeven te richten en de wilde dagen van opstand achter zich te laten. Zijn anarchistische neigingen uit hij in zijn onderwijspraktijk: in een stelselmatige correctie van de overdreven oordelen van de leerlingen – telkens weer liet hij zien dat deze oordelen het resultaat waren van een bepaald dogmas, opgelegde meningen, of partijstandpunten. De diverse leerlingen (van verschillende rangen en standen)  weet hij in die zin tot elkaar te brengen, door ze meester te maken van hun eigen overtuigingen in weerwil van eerder geloof, onderwerping of apathie. Een rigoreuze logica, zo noemt Ferrer het zelf, toegepast met discretie, verwijderd van fanatische bitterheid: dit gaf intellectuele harmonie. Iedereen leerde de fouten van anderen te zien, evenals de fouten van zichzelf.

Zo ook bij mevrouw Meunier, sterk gelovig en anti-revolutionair (in deze zaken het tegenovergestelde van Ferrer), die desalniettemin de aanpak van Ferrer kon waarderen. Deze oudere mevrouw blijkt geen afstammelingen te hebben en na verloop van tijd, ondanks de verschillen tussen hen, wel wat geld aan Ferrer te willen schenken voor het oprichten van een nieuwe school. Dit is de befaamde ‘Modern School’ waar Ferrer bekend mee is geworden. Een compleet onafhankelijke school. Bekend vooral van het ‘rationale onderwijs’ dat hier gegeven zou worden.

Het online te lezen, hier besproken boek vertelt het hele verhaal, door Ferrer zelf, nadat hij  in de gevangenis was gezet voor een aanslag die een docent aan zijn school gepleegd zou hebben.

It shows, as we well knew, and could have proved with overwhelming force at his trial had we been permitted, that he was absolutely opposed to violence ever since, in his youth, he had taken part in an abortive revolution. It tells how he came to distrust violence and those who used it; how he concluded that the moral and intellectual training of children was to be the sole work of his career; how, when he obtained the funds, he turned completely from politics, and devoted himself to educating children in knowledge of science and in sentiments of peace and brotherhood.

Het zou een school moeten zijn die naar een rationele maatschappij toe werkt, als een voorloper van een dergelijke maatschappij. Het moet rationeel zijn, omdat een kind volgens Ferrer niet op aarde komt met al ingebakken ideeën, maar dat het kind die overneemt van de naasten en dat die dus vooral rationeel moeten worden getoetst aan eigen observatie en denken. Dus Ferrer ziet de noodzaak om iedereen te leren geen fouten te maken hierbij. Ervaring en rationele demonstratie is nodig: dan wordt een kind een goede observator, ook van zichzelf en zijn eigen gedachten. Dat is waar het onderwijs aan de Moderne School over gaat. Een sereen observatorium, dat is wat de school moet zijn. Het is een universeel plan, letterlijk voor iedereen. Het zou voor iedereen toegankelijk moeten zijn, en dus gratis. En hier zit wat Ferrer betreft nog altijd wel degelijk een stuk revolutionaire actie, iets wat het onderwijs binnen de maatschappij als een protest kan vormgeven: de onderdrukten, de onterfden, de waarheden leren: ervan uit gaande dat zij hun energie zullen steken in de vernieuwing (‘regeneration’, dus ook herschepping, herjonging) van de maatschappij, als rebellen.

…to deliver the minds of the pupils from all the errors of our ancestors, encourage them in the love of truth and beauty, and keep from them the authoritarian dogmas, venerable sophisms, and ridiculous convent ties which at present disgrace our social life.

Rebellion is a levelling tendency, and to that extent natural and rational, however much it may be discredited by justice and its evil companions, law and religion. I venture to say quite plainly: the oppressed and the exploited have a right to rebel, because they have to reclaim their rights until they enjoy their full share in the common patrimony.

Ferrer vergelijkt zijn school met ‘La Institución Libre de Enseñanza‘ in Madrid, dat net daarvoor was opgericht op basis van het werk van de Duitse filosoof Krause wat ging over toleratie en academische vrijheid en tegen de ook door Ferrer zo gehate dogmas. Het was een afsplitsing van de universiteit van Madrid. En daarmee zet Ferrer zich af tegen ongeveer elk ander onderwijsinstituut van die tijd. Als verdere onderwijsfilosofische referenties worden in secundaire teksten vaak Kant, Rousseau en Godwin aangehaald, wat in die tijd best strookte met een liberale, idealistische en positivistische onderwijsvisie zoals die van Ferrer. Als een van de meest geaccepteerde lesmaterialen diende Jean Grave’s ‘de avonturen van Nono‘ dat voor de Moderne School was geschreven. Later werd ook materiaal van de hand van Elisee Reclus opgenomen. Dat alles zal wel volstaan als referentie voor hoe Ferrers denkbeelden zich verhouden tot andere grote denkers op dit gebied, zie voor meer informatie het verzamelde commentaar op Anarchy Archives. Belangrijk zal voor Ferrer ook de ontwikkelingen van het onderwijs van Paul Robin (in Cempuis) geweest zijn, net zoals voor Sébastien Faure‘s La Ruche.

Ferrer neemt daarbij afstand van de Socratische procedure: die is volgens hem onjuist wanneer hij te letterlijk wordt toegepast. Je moet het kind namelijk wel degelijk wat ideeën inplanten en niet door middel van vragen enkel maar alles uit de leerling laten komen. Natuurwetenschappelijke ideeën, die zijn noodzakelijk. En dat betekent voor Ferrer alles behalve een eind aan fantaseren en dromen, of creatief mogen zijn: met de wetenschap kunnen we die juist beter sturen en realiteitszin geven. De natuurwetenschappen zijn het onwrikbare en ondogmatische fundament waarop kan worden gebouwd.

Dit ondogmatische fundament moest door alle leraren werd uitgedragen op zijn school en de basis zijn voor het hele onderwijs. Ferrer besefte dat hij daarvoor ook docenten moest opleiden. Maar ook dat hij keuzes moest maken die tegen de reguliere onderwijspraktijken van die tijd in gingen.

Meisjes en jongens gingen bijvoorbeeld samen. Niemand zal dit nu opvallend vinden, maar voor die tijd: het was waarschijnlijk het punt waar de Moderne School het meeste op aangevallen werd. En daarmee introduceert Ferrer binnen zijn school een gelijkwaardigheid tussen man en vrouw die ver te zoeken was in de maatschappij. Zoals hij in felle bewoordingen schrijft in een krachtig hoofdstuk waar hij het opneemt voor de vrouw als gelijkwaardig en complementair aan de man:

It is a conspicuous fact in our modern Christian society that, as a result and culmination of our patriarchal development, the woman does not belong to herself; she is neither more nor less than an adjunct of man, subject constantly to his absolute dominion hound to him — it may be — by chains of gold. Man has made her a perpetual minor. Once this was done, she was bound to experience one of two alternatives: man either oppresses and silences her, or treats her as a child to be coaxed — according to the mood of the master.

In zelfde duidelijke bewoordingen schrijft Ferrer over gelijkwaardigheid, ook als bepaalde kinderen vanuit andere klassen in de samenleving komen en qua geld en aanzien verschillen van andere kinderen. Op school speelt dit geen enkele rol voor hoe ze behandeld worden.

En evenzeer tegen de Christelijke normen in (!) neemt Ferrer het sterk op voor persoonlijke hygiene. Afval werd geminimaliseerd, er werd zo min mogelijk verbruikt.

Er werden geen straffen gegeven, geen geweld werd gebruikt. Er werden ook geen prijzen gegeven, geen beoordelingen, geen toetsen.

Op zondag mocht de rest van de familie meekomen om ook te genieten van het toegankelijke onderwijs.

Het blad waarin de ideeen van de school, het programma, maar ook het werk van de studenten werd gepubliceerd heet ‘Bulletin’ en groeide uit tot een filosofische review.

The directors published in it the programme of the school, interesting notes about it, statistical details, original pædagogical articles by the teachers, accounts of the progress of rational education in our own and other countries, translations of important articles from foreign reviews and periodicals which were in harmony with the main character of our work, reports of the Sunday lectures, and announcements of the public competitions for the engagement of teachers and of our library. One of the most successful sections of the Bulletin was that devoted to the publication of the ideas of the pupils.

Mede door het Bulletin maar ook door groeiende aandacht in andere media en de invloed die de Moderne School kreeg, groeide ook de tegenkracht, voornamelijk vanuit de Jesuieten. Uit het bovenstaande zal wel duidelijk zijn waarom juist hier zo hard tegen de Moderne School werd geageerd. Je zou kunnen zeggen dat dit aartsvijanden waren. En de Moderne School begon aan invloed te winnen.

The influence of the Modern School, extended to other schools which had been founded on its model and were maintained by various working-men societies, penetrated the families by means of the children. Once they were touched by the influence of reason and science they were unconsciously converted into teachers of their own parents, and these in turn diffused the better standards among their friends and relatives. This spread of our influence drew on us the hatred of jesuitism of all kinds and in all places, and this hatred inspired the design which ended in the closing of the Modern School. It is closed; but in reality it is concentrating its forces, defining and improving its plan, and gathering the strength for a fresh attempt to promote the true cause of progress. That is the story of what the Modern School was, is, and ought to be.

Toen Ferrer in 1908 dit stuk schreef, eindigde hij met de hierboven geciteerde woorden. De Moderne School stond erg onder druk. En Ferrer daarmee ook. Hij was een door de overheid ongewenst persoon – een overheid die sterk verbonden was met de kerk. Het ware roerige tijden. Snel na het schrijven van dit boek werd duidelijk hoe hard de overheid daadwerkelijk wilde ingrijpen. Zoals Emma Goldman in een bekend essay over Ferrer schrijft:

On the first of September, 1909, the Spanish government–at the behest of the Catholic Church–arrested Francisco Ferrer. On the thirteenth of October, after a mock trial, he was placed in the ditch at Montjuich prison, against the hideous wall of many sighs, and shot dead. Instantly Ferrer, the obscure teacher, became a universal figure, blazing forth the indignation and wrath of the whole civilized world against the wanton murder.

Did Francisco Ferrer participate in the anti-military uprising? According to the first indictment, which appeared in a Catholic paper in Madrid, signed by the Bishop and all the prelates of Barcelona, he was not even accused of participation. The indictment was to the effect that Francisco Ferrer was guilty of having organized godless schools, and having circulated godless literature. But in the twentieth century men can not be burned merely for their godless beliefs. Something else had to be devised; hence the charge of instigating the uprising.

Ferrer werd als leider gezien van bloedige confrontaties in Barcelona (waar hij op dat moment niet eens was) en zonder gegrond bewijs doodgeschoten, nog maar 50 jaar oud. De laatste woorden van Ferrer zouden zijn: ‘lang leve de Moderne School’. En de Moderne School zou wel zeker lang leven. Allereerst door dit boek van Ferrer en de verdere verspreiding van zijn gedachtegoed door allen die bij de Moderne School betrokken waren. Maar vooral ook omdat er binnen een paar jaar talloze Moderne Scholen zouden worden opgericht in diverse Europese landen en met name ook in America. Nog altijd zijn daar talloze ‘vrienden van de Moderne School‘ te vinden.

Deze boekbespreking is geplaatst binnen de volgende categorieen: 1913, Leertheorie, Lesgeven, Onderwijspraktijk, Politiek en overheidsbeleid, School

3 Comments

  1. Pingback: Volume #45 – Learning | onderwijs filosofie

  2. Pingback: Judith Suissa – Anarchism and Education | onderwijs filosofie

  3. Pingback: Alexander S. Neill – Summerhill | onderwijs filosofie

Geef een reactie