Alain Badiou – Handbook of Inaesthetics

Is onderwijs nodig voor waarheid? En waarheid voor onderwijs? Misschien kunnen die vragen centraal staan bij het bespreken van dit boek van Badiou. Onderwijs was volgens hem ooit de cruciale derde term die kunst en filosofie aan elkaar kon binden met betrekking tot het vinden van waarheid. Van oudsher waren de kunstenaars en filosofen toch degenen die de waarheid in pacht dachten te hebben. Maar niet zonder dat daar veel training, oefening en onderwijs aan te pas kwam. Het speelde daarmee een essentiële rol in de grootste theorieën en filosofieën. Maar dat is verleden tijd. We zijn er klaar mee. We zijn het zat. Onderwijs is niet meer de sleutel tot waarheid. Kunst en filosofie kunnen en moeten zonder. En het is maar de vraag wat er dan van onderwijs over blijft. Geen aanspraak meer maken op een rol met betrekking tot ‘waarheid’ betekent waarschijnlijk dat we het fundament van onderwijs moeten herzien en dat onderwijs het risico loopt een groots doel te missen. De eens zo  grootse en alomvattende rol van onderwijs om  aanspraak te maken op waarheid, in relatie tot kunst, is aan zijn eind gekomen. Onderwijs is op die manier niet meer nodig.

Waar van oudsher onderwijs in staat was een rol te spelen met betrekking tot het vinden van waarheid (mensen opvoeden qua denkbeelden, bepaalde houding realiseren om op een ware manier in het leven te staan, voor kunstzinnige vorming, voor filosofisch denken) zijn deze tijden voorbij. Het wordt tijd om het didactische, romantische en klassieke denken over onderwijs (in relatie tot waarheid en kunst) als verzadigd te beschouwen. De drie schema’s zijn allemaal uitgewerkt, vervuld. De avant-garde van deze eeuw, van Dada tot Situationisme, heeft geen nieuwe verknoping kunnen bieden. Het leverde enkel gekke romantisch/didactische tussenvormen op en het was bovenal anti-klassiek. Badiou denkt een nieuw schema op te kunnen tuigen, een vierde verknoping.  Zoals op radical philosophy, in een goede review van dit boek van Badiou (en ook een gerelateerd werk van Ranciere) is te lezen: ‘Badiou proposes to interrupt this confused and mournful scene with a new schema, … Badiou does not name it. Perhaps we should call it the ʻinaesthetic schemaʼ?’ Bij Badiou is het inesthetische doorslaggevend: een relatie van filosofie tot kunst waarbij kunst waarheid produceert maar zonder object voor filosofie te zijn, maar als ‘intrafilosofisch’ effect werkzaam kan zijn. Het artikel zet overigens ook meteen vraagtekens bij hoe nieuw dit schema is. Badiou zet het voornamelijk af tegen het denken van Deleuze dat in zijn ogen hopeloos kunst tot percept en affect reduceert en daarmee scheidt van filosofie  wat over concepten zou gaan. Het zegt dan ook iets over hoe we filosofie moeten begrijpen. Een filosofie is een ‘elaboratie van een categorie van waarheid’, het laat ze zien, het vertelt dat ze bestaan. Het onderscheidt dit van meningen, van het democratische gekwebbel. Badiou heeft altijd volgehouden dat filosofie niet creeert zoals Deleuze schreef, maar waarheid kan grijpen of bevatten waarvan de oorsprong ergens anders ligt. Met name, en uitsluitend, in politiek, wetenschap, liefde en kunst. Elke waarheid ontstaat in een ‘event’. Niemand kan iets dergelijk ontdekken als er niet is gebeurd, als er niet iets aan de hand is. Zonder echter het event gelijk te stellen aan waarheid. Dus ook een kunstwerk wordt geinitieerd door een ‘event’. Die kunstwerken laten een gesitueerd onderzoek zien naar waarheid op basis van het ‘event’. Het biedt een eindig, gelocaliseerd fragment hiervan. Waarheid is oneindig. De filosofie kan dit soort dingen aan het licht brengen, hier een licht op laten schijnen, dit tonen en uitlichten. En onderwijs speelt hier geen rol meer in.

Tot zover ongeveer de gedachtegang van Badiou in vogelvlucht. De hierboven gestelde vraag was niet de vraag waar het Badiou primair om ging in zijn schrijven, maar ging om deze analyse en de consequenties daarvan voor de kunst en de filosofie. Het eerste hoofdstuk van het boek ‘Petit manuel d’inesthetique’ uit 1998 is al in 1994 geschreven als een anthologie over de relatie tussen kunstenaars en filosofen, en wordt wel een manifest genoemd. Het neemt glashelder en keihard stelling over kunst en waarheid. Dit boek is daarmee met name relevant voor degenen die onderwijs een grote plaats toedichten in het vinden van ‘waarheid’ of omtrent de esthetische opvoeding van de mens, want die zal hier een bitter pil aan hebben. Want juist vanuit dat opzicht wordt de theorie van Badiou werkelijk prangend. Het doet een poging om buiten het onderwijs om kunst, filosofie en waarheid weer op een overtuigende manier met elkaar te verknopen.

Terug naar het onderwijs en de hier gestelde vraag naar de relatie tussen onderwijs en waarheid. Badiou heeft wel degelijk in zijn werk oog voor de vraag naar de relatie tussen waarheid en onderwijs. Het is en blijft namelijk voor hem een onderwijs door of met waarheden. Zoals Badiou schrijft:

… let us recall that the only education is an education by truths.

Maar het is tevens een onderwijs van ‘subjecten’:

… the education of subjects, the youth in particular.

En misschien blijft onderwijs dan wel degelijk ook een aparte rol toegekend met betrekking tot waarheid, maar een die niet begrepen moet worden in relatie tot kunst of filosofie. Maar een die gaat over het onderwijs van subjecten door of met waarheden. Onderwijs is dan onderwijs met of door waarheden, aan subjecten. Sterker nog, waarheid en subject zijn innig verweven want waarheid is volgens Badiou de “generieke naam van een subjectieve constructie”. Waarheid, onderwijs en subject lijkt ons omtrent het filosofische denken over onderwijs dus verder te kunnen helpen, een relevant fundament te kunnen verschaffen. Dit is dan uiteraard wel filosofie in meest klassieke jargon. U moet een beetje in de filosofie zijn ingelezen om de reikwijdte van dit soort termen te overzien. Het zijn van die filosofische termen die een veelheid aan betekenissen en verwijzingen kennen die vaak ook elkaar tegenspreken. Maar als u daar een beetje in thuis bent, dan dan wordt het met Badiou mogelijk het onderwijs (van subjecten) in het teken van evenement, effecten, consequenties, wereld, situaties, identiteiten, opening, punten en lichaam te duiden. Dit zou zicht geven op een vrij unieke, abstracte en diepgravende onderwijsfilosofie. Eén waar vast nog vele jaren vele onderwijsdenkers mee aan de slag kunnen.

Het kan een nieuw licht laten schijnen op wat de laatste tijd in het Nederlands wel met subjectificatie wordt aangeduidt door Biesta. De parallel tussen Biesta en de grote filosofische begrippen als subject, onderwijs en wereld valt in ieder geval meteen op. Waarschijnlijk zou Biesta zijn gedachtegang voor een groot deel volgen. Biesta heeft echter nooit de filosofie dusdanig sterk willen maken en het altijd teruggebracht tot een denken over pedagogie. Badiou heeft daarentegen ‘sinds L’être et l’évènement (1988) een robuuste ontologie uit de grond gestampt en maakt hij er bovendien geen geheim van een communist te zijn. … Hij is politiek geëngageerd, wiskundige, muziekkenner, auteur van romans en toneelstukken, en hij schrijft regelmatig polemische stukken over bijvoorbeeld de hoofddoek of het Israëlisch-Palestijns conflict.’

Laten we het proberen in deze bespreking nog iéts verder uit elkaar te rafelen en die termen als situatie, effect, evenement en opening kort ten opzichte van subjecten en wereld te beschrijven. Dit kan waarschijnlijk het beste aan de hand van een paar fragmenten (kopjes) uit ‘scholium’ (voorwoord ‘Logiques des mondes‘, vertaald overgenomen uit ‘Alain Badiou Inesthetiek: Filosofie, Kunst, Politiek‘). Het denken van Badiou maakt het mogelijk een heel helder, haast puntsgewijze samenvatting te geven van hoe subject, wereld, en allerlei andere zaken met elkaar samenhangen:

Een subject is een indirecte, creatieve relatie tussen een evenement en een wereld.

‘We spreken af dat we de wereldse dimensie van het subject ‘lichaam’ noemen. Wat vanuit het evenement de actieve orentatie van het lichaam bepaalt, noemen we ‘spoor’.

In de context van een subject-worden wordt het evenement (waarvan het hele zijn in een verdwijnen ligt) door een spoor, en de wereld (die als zodanig geen enkel subject toelaat) door een lichaam gepresenteerd.

Een subject is de algemene orientatie van de lichamelijke effecten, in overeenstemming met de eisen van het spoor. Het is dus de vorm-als-spoor van de effecten van het lichaam.

Het reeele van een subject ligt in de consequenties (consequenties in een wereld) van de relatie tusssen een spoor en een lichaam, die dit subject constitueert.

Het zijn zinnen die verder door Badiou worden uitgewerkt en waar je echt even op moet studeren voordat ze een beetje landen. Maar dan blijkt ook wel de kracht en de helderheid waarmee deze complexe zaken in relatie tot elkaar worden gepresenteerd. Badiou maakt vervolgens ook nog uiterst betekentisvolle sprongen naar bijvoorbeeld taal en denken. Dit leidt diep in de filosofie van Badiou. Teksten als ‘being, existence, thought’ (aan de hand van Beckett) en ‘Dance as a Metaphor for Thought’ (aan de hand van Nietzsche en Mallarmé) zijn experimenten in deze richting. Het formuleert antwoorden op vragen als ‘Kan een subject worden gedacht?’ en probeert de verwevenheid van denken met ‘events’  te accenturen. Ook doet het uitspraken over een minimum aan ‘dispositif’, een minimum aan taal om te bestaan. En beschouwd het theater als daar waar bovenstaande onderwerpen in sterke samenhang kunnen worden beschouwd.

Badiou mengt zich kortom met dit boek in een veelheid aan discussies die in de onderwijsfilosofie spelen aan de hand van een welhaast totale filosofische uitwerking waarbinnen hij alles zijn specifieke plek toewijst. Dit is een complex en pittig boekje kortom waar we hier nog maar het eerste laagje van proberen te doorgronden. Moeite kost het dus wel, het kost de beginnende lezer vast behoorlijk wat tijd om zich in de filosofische wereld van Badiou in te lezen. Iedereen die graag een totaal gepresenteerd krijgt (als in een omvattende filosofie) met een duidelijke politieke boodschap, die zal van Badiou houden of zijn werk op zijn minst deze moeite waard vinden. Iedereen die een boodschap heeft aan ‘wereld’, ‘subject’ en ‘onderwijs’ zou zich in dit werk kunnen of moeten verdiepen.

En toch: misschien kunnen we deze weg beter niet inslaan, misschien moet het algemene advies toch zijn om Badiou’s denken niet te proberen te doorgronden. Misschien moeten we het de moeite niet waard vinden. Want, zoals De Reactor zich afvraagt, ‘vanwaar de populariteit van Badiou bij een deel van de progressieve intelligentsia? Wellicht is de reden hiervoor dat het denken van bijvoorbeeld Derrida, Nancy en Rancière als te bescheiden en politiek te vaag wordt ervaren. Deze denkers zijn zeer terughoudend tegenover elke aanspraak op waarheid en elke ambitie om een totaalsysteem te construeren. Meer nog: termen als ‘waarheid’ en ‘totaliteit’ worden al gauw geassocieerd met politiek totalitarisme. Volgens Badiou echter conceptualiseert dit soort deconstructieve filosofie eigenlijk slechts zijn eigen onmacht en speelt ze hiermee de bestaande machten in de kaart.’ De vraag is of men voor een dergelijk waarheidsdenken of totalitarisme wil kiezen om minder bescheiden en minder ‘politiek vaag’ te zijn. Zou dit de reden moeten zijn om Badiou te omarmen? In ieder geval niet als je de conclusies van de Groene volgt: ‘Badiou toont niets aan, hij beweert veel, dat wel, hij fabuleert, hij hamert op steeds hetzelfde aambeeld, hij probeert van alles aannemelijk te maken, hij slaat overal een slag naar.’ Of als Terence Blake schrijft: ‘Badiou states in its purest, most general form the speculative metaphysics that corresponds to the currently dominant episteme. Unfortunately, his philosophy is a mere make-do compromise bridging the gap between his great pluralist predecessors (Deleuze, Lyotard, Foucault, Derrida) and the pluralist wave (Laruelle, Latour, Stiegler) that has already succeeded him without him or his followers even noticing’.

Ik laat het een open vraag of men er goed aan doet zich aan dit soort speculaties over te leveren. Mocht u besluiten een poging te wagen, dan zullen de volgende twee titels van pas komen: ‘Thinking Education Through Alain Badiou‘ en ‘Badiou and Plato: An Education by Truths‘. In Nederland heeft het Lectoraat Human Communication Development zijn werk onder de loep genomen in relatie tot onderwijs.

1998, Badiou, Biesta, Creativiteit, Derrida, Didactiek, Pedagogie, Persoonsvorming, Rancière, Toekomstgericht, Wereld

Geef een reactie