Alain Badiou – Handbook of Inaesthetics

Is onderwijs nodig voor waarheid? En waarheid voor onderwijs? Het zijn vragen die centraal kunnen staan bij het bespreken van dit boek van Badiou. Het is daarmee echt een filosofenboek. Onderwijs was volgens Badiou ooit de cruciale verbinding van kunst en filosofie met betrekking tot het vinden van waarheid. Van oudsher waren namelijk de kunstenaars en filosofen degenen die de waarheid in pacht dachten te hebben, maar niet zonder dat daar veel training, oefening en onderwijs aan te pas kwam. Onderwijs speelde daarmee een essentiële rol in de grootste theorieën en filosofieën en was noodzakelijk voor de belangrijkste kunstwerken. Maar dat is verleden tijd. We zijn er klaar mee. Onderwijs is niet meer de sleutel tot waarheid, zo stelt Badiou. Kunst en filosofie kunnen en moeten zonder. En het is maar de vraag wat er dan van onderwijs over blijft. Geen aanspraak meer maken op een rol met betrekking tot ‘waarheid’ betekent waarschijnlijk dat we het fundament van onderwijs moeten herzien en dat onderwijs het risico loopt een groots doel te missen. De eens zo  grootse en alomvattende rol van onderwijs om  aanspraak te maken op waarheid, in relatie tot kunst, is aan zijn eind gekomen.

Onderwijs is niet nodig voor waarheid. Badiou heeft altijd volgehouden dat filosofie niet creeert zoals Deleuze schreef, maar waarheid kan grijpen of bevatten waarvan de oorsprong ergens anders ligt. Die oorsprong ligt uitsluitend in politiek, wetenschap, liefde en kunst. Elke waarheid ontstaat in een ‘event’. Dus ook een kunstwerk wordt geinitieerd door een ‘event’. Die kunstwerken laten een gesitueerd onderzoek zien naar waarheid op basis van het ‘event’. Het biedt een eindig, gelocaliseerd fragment hiervan. Waarheid is oneindig. De filosofie kan dit soort dingen aan het licht brengen, hier een licht op laten schijnen, dit tonen en uitlichten. En mocht u het willen weten: kunst en filosofie zijn nu verknoopt via een ‘inesthetisch’ schema, zoals op radical philosophy, in een goede review van dit boek van Badiou (en ook een gerelateerd werk van Ranciere) is te lezen: Badiou zet het voornamelijk af tegen het denken van Deleuze dat in zijn ogen hopeloos kunst tot percept en affect reduceert en daarmee scheidt van filosofie wat altijd over concepten zou gaan. Een filosofie is voor Badiou een ‘elaboratie van een categorie van waarheid’, het laat die waarheid zien, het vertelt dat ze bestaan. Het onderscheidt dit van meningen, van het democratische gekwebbel. U ziet: onderwijs speelt hier geen rol meer in.

Waarheid is echter wel nodig voor onderwijs. Onderwijs is en blijft namelijk voor hem een onderwijs door of met waarheden. Zoals Badiou schrijft: “… let us recall that the only education is an education by truths.” We willen toch onderwijzen in dingen die waar zijn? Badiou preciseert: Onderwijs is met of door waarheden en aan subjecten. Sterker nog, waarheid en subject zijn innig verweven want waarheid is volgens Badiou de “generieke naam van een subjectieve constructie”. Onderwijsfilosofie moet zich buigen over subjecten en waarheid. Dit is dan uiteraard wel filosofie in meest klassieke jargon. U moet een beetje in de filosofie zijn ingelezen om de reikwijdte van dit soort termen te overzien. Het zijn van die filosofische termen die een veelheid aan betekenissen en verwijzingen kennen die centraal staan in de filosofische canon. Maar als u daar een beetje in thuis bent, dan dan wordt het met Badiou mogelijk het onderwijs (van subjecten) in het teken van evenement, effecten, consequenties, wereld, situaties, identiteiten, opening, punten en lichaam te duiden. Hoe zit het met die subjecten? Een paar fragmenten (kopjes) uit ‘scholium’ (voorwoord ‘Logiques des mondes‘, vertaald overgenomen uit ‘Alain Badiou Inesthetiek: Filosofie, Kunst, Politiek‘) maken het mogelijk een haast puntsgewijze samenvatting te geven van hoe subject, wereld, en allerlei andere zaken met elkaar samenhangen volgens Badiou, waaronder: “Een subject is een indirecte, creatieve relatie tussen een evenement en een wereld.” 

Dit alles geeft zicht op een welhaast klassiek-filosofische onderwijsfilosofie, een abstracte en diepgravende onderwijsfilosofie. Let wel: Badiou definieert daarmee ook de ontegenzeglijk filosofische begrippen zoals subject en wereld. En Badiou maakt vervolgens ook nog uiterst betekentisvolle sprongen naar bijvoorbeeld taal en denken in teksten als ‘being, existence, thought’ (aan de hand van Beckett) en ‘Dance as a Metaphor for Thought’ (aan de hand van Nietzsche en Mallarmé) zijn experimenten in deze richting. Het formuleert antwoorden op vragen als ‘Kan een subject worden gedacht?’ en probeert de verwevenheid van denken met ‘events’  te accenturen. Ook doet het uitspraken over een minimum aan ‘dispositif’, een minimum aan taal om te bestaan. En het beschouwt het theater als daar waar bovenstaande onderwerpen in sterke samenhang kunnen worden bestudeerd. Het is werkelijke filosofie die dat ook wil zijn.  En dat is dus iets compleet anders dan hoe onder andere de Nederlandse pedagogen toch vrij gemakkelijk met thema’s als wereld, subject en creatie schermen. De parallel tussen Biesta en de grote filosofische begrippen als subject, onderwijs en wereld valt in ieder geval meteen op. Biesta heeft echter nooit de filosofie dusdanig sterk willen maken en het altijd teruggebracht tot een denken over pedagogie, terwijl Badiou aldus De Reactor daarentegen ‘sinds L’être et l’évènement (1988) een robuuste ontologie uit de grond gestampt. … Hij is politiek geëngageerd, wiskundige, muziekkenner, auteur van romans en toneelstukken, en hij schrijft regelmatig polemische stukken over bijvoorbeeld de hoofddoek of het Israëlisch-Palestijns conflict.’ Áls je het dan over wereld, onderwijs, subject, en dergelijk wilt hebben, dan tenminste ook met een brede en politieke blik en met kennis van wat hier in de filosofie zoal over is geschreven: zo zou je met Badiou mogen eisen van de pedagogen. Het denken van Badiou is consequent en stellig en het levert hoe dan ook veel potentieel interessant denkwerk op – met name de filosofen die onderwijs een grote plaats toedichten in het vinden van ‘waarheid’ of omtrent de esthetische opvoeding van de mens (want die zullen aan Badiou’s boek een bitter pil aan hebben). Mocht u besluiten een poging te wagen, dan zullen de volgende twee titels van pas komen: ‘Thinking Education Through Alain Badiou‘ en ‘Badiou and Plato: An Education by Truths‘. In Nederland heeft het Lectoraat Human Communication Development zijn werk onder de loep genomen in relatie tot onderwijs.

Wat men dan krijgt is echter wel van die echte zware filosofie waarbij van die ontzettend abstracte en complexe begrippen worden gebruikt. Nogmaals: echt een filosofie voor filosofen. Zeker niet voor de gemiddelde docent geschikt, zeker niet voor iedere leraar leuk. En misschien moet het algemene advies aan de gemiddelde lezer daarom vooral zijn om Badiou’s denken niet teveel aandacht te geven. Het is zoals De Reactor schrijft bewust behoorlijk ‘totalitair’ (en niet zo vaag en voorzichtig als Derrida en Rancière). En de Groene bekritiseert bovendien zijn zeggingskracht: ‘Badiou toont niets aan, hij beweert veel, dat wel, hij fabuleert, hij hamert op steeds hetzelfde aambeeld, hij probeert van alles aannemelijk te maken, hij slaat overal een slag naar.‘. Met oog op het bovenstaande is dat soort kritiek misschien makkelijk te pareren (nee Badiou wil ook geen waarheid creëren) maar het maakt wel duidelijk wat voor ongelooflijke filosofie-fan je moet zijn om van dit soort boeken te houden.

Deze boekbespreking is geplaatst binnen de volgende categorieen: 1998, Badiou, Biesta, Creativiteit, Derrida, Didactiek, Pedagogie, Persoonsvorming, Rancière, Toekomstgericht, Wereld

Geef een reactie