Célestin Freinet – Proefondervindelijk Verkennen

Freinet ziet in al het schoolse gedoe van methodes en leertheorieën toch vooral een onnatuurlijk, formeel en inefficiënte aanpak voor onderwijs. We moeten niet vergeten dat er een heel simpel en natuurlijk soort onderwijs is wat hij omschrijft als ‘proefondervindelijk verkennen’. Proefondervindelijk verkennen is hoe we leren lopen, tekenen, praten – en eigenlijk alles wat we niet methodisch (dus niet op school) leren. Iedereen weet hoe dit werkt, het is een kwestie van gezond verstand. Je leert iets doordat je iets niet weet of kunt of begrijpt – en dat je daarom vervolgens iets gaat uitproberen, beginnend bij een vrij lukrake gok om iets te gaan ondernemen, maar uiteindelijk erachter komend wat wel of niet werkt. Het is het enige opvoedkundige principe wat universeel geldig is en door elke ouder wordt herkend: het is een aloude mama-aanpak. Soms kan iets je worden voorgedaan, of kan iemand je vertellen hoe je het beste kan doen, soms duurt het een tijd voordat je het werkelijk (als automatisme) onder de knie hebt: maar voordat je het echt zelf kan moet je het altijd ‘proefondervindelijk verkennen’.  Het is geen ‘trial and error’ of Skinners ‘geprogrammeerde instructie’, maar een levend leren, voor jong en oud geldig: ‘tâtonnement expérimental‘ in het origineel, ook te vertalen als daadwerkelijke ervaring of proefondervindelijk stap voor stap voltrekken. Maar in de losse vertaling van R. Broersma proefondervindelijk verkennen.

Je zou denken dat het niet altijd even praktisch of haalbaar is, in grote klassen of bij specifieke (beroeps)opleidingen. Freinet werkte dan misschien in een klein schooltje, maar hij dacht dat het ook voor grotere opleidingen en allerlei type onderwijs geschikt was. Het was namelijk het onovertroffen natuurlijke leren. Hij ziet in diverse van zijn ‘vrije tekst experimenten’, gecombineerd met zijn bekende schooldrukkerij, het succes van de natuurlijke methode zoals boven beschreven. Het gaat (aldus freinet.nl) om de ervaring van de kinderen, in grote mate van zelfbeheer en zonder methodeboekjes, die wordt verdiept door de leraar en gericht is op het leren van anderen, volwassenen, andere culturen, enz. Daarnaast komt hij in deze tekst tot een heuse intelligentieschaal om het proefondervindelijk verkennen te systematiseren.

Dat is dus de kern van Freinets onderwijsopvatting. Hij schreef het helemaal aan het einde van zijn leven (en het is nooit gepubliceerd), terugblikkend op al zijn onderwijservaringen. Freinet vond het onderwijskundig, maar ook persoonlijk en sociaal gezien aan ons om er ons voordeel ermee te doen op alle vlakken. Zijn laatste woorden luiden dan ook: ‘A vous de la mériter‘. Het is een kwestie van beginnen en ervaren wat het oplevert.

Om het  als filosofisch uitgangspunt op waarde te kunnen schatten, kunnen we Freinet heel letterlijk nemen als hij ons vraagt zijn theorie ‘objectief, wetenschappelijk en menselijk‘ te benaderen. Juist met het menselijke, wetenschappelijke en objectieve valt dit ‘proefondervindelijk verkennen’ namelijk samen.

  • Objectief: proefondervindelijk verkennen is geen mening, geen visie, geen geschiedenis, geen politiek statement. Proefondervindelijk verkennen ís als aanpak objectief. En daarbij: dit is ook precies hoe we objectiviteit vaststellen: proefondervindelijk verkennend.
  • Wetenschappelijk: proefondervindelijk verkennen is wetenschappelijk te onderzoeken, zijn theorie is volgens hem te meten en bewijzen. Proefondervindelijk verkennen ís als aanpak wetenschappelijk. En daarbij: Freinet wil laten zien dat de hele wetenschap juist op proefondervindelijk verkennen is gebaseerd.
  • Menselijk: het gaat uit van het van nature in de mensen gegevene, elk mens weet er raad mee, niemand sluit het uit. Proefondervindelijk verkennen ís als aanpak menselijk. En daarbij: Freinet ziet het zelfs als de essentie van leven. “Alles in het leven voltrekt zich langs de weg van Proefondervindelijk Verkennen“, zo schrijft hij.

Het is alsof Freinet ons herinnert aan een heel eenvoudige, voor iedere toegankelijk en compleet natuurlijke basis waar leren, onderwijs, wetenschap, objectiviteit en menselijkheid in essentie samenvallen. Dit is waar we vanuit moeten werken, wat we moeten laten zien. Het doet erg denken aan wat Rancière opmerkt omtrent een meer politieke opvatting van emancipatie: het gaat ook Freinet ‘slechts’ om het verifiëren, het steeds weer laten ontstaan, de ruimte geven: “leven is in beweging, is dynamisch en varieert per omgeving, per kind, per onderwijzer. En niets is zo dodelijk als verschoolsing.” (boek ‘de vrije tekst’).

Je kan je natuurlijk wel afvragen: is een dergelijke opvatting van ‘natuurlijk’, ‘universeel’, ‘objectief’ enzovoorts niet zelf al problematisch? Loopt hij niet het risico om een filosofie aan het ontwikkelen die zich buiten elke vorm van kritiek wenst te plaatsen (want elke tegenwerping is onnatuurlijk?). Maar goed: de uiteindelijke vraag zou misschien ook hier weer zijn of filosoferen niet zelf een vorm van proefondervindelijk verkennen is? En jawel, deze onbeslisbaarheid maakt waarschijnlijk Freinets denken juist zo productief.

Deze boekbespreking is geplaatst binnen de volgende categorieen: 1966, 2011, Autodidact, Cultuur, Didactiek, Ervaring, Experiment, Leertheorie, Onderwijspraktijk, Rancière

Geef een reactie