Wilhelm Von Humboldt – Theorie der Bildung des Menschen

Het zou interessant zijn deze korte tekst van Von Humboldt over Bildung van rond 1793 integraal in het Nederlands te vertalen. Een dergelijke vertaling zou interessant zijn gezien de hedendaagse aandacht voor het begrip ‘Bildung’. Een begrip dat zeker niet van Von Humboldt afkomstig is, maar wel door hem (een korte tijd) als minister van onderwijs is toegepast en (mede daardoor) aan verder invloed heeft gewonnen. Vooralsnog hieronder slechts een samenvatting van de tekst met een paar quotes uit de originele Duitse tekst, inclusief een korte bespreking van de tekst op basis van secundaire teksten. De korte tekst kan vanwege de helderheid zonder kennis van het verdere filosofische en ook linguïstische werk van Von Humboldt, uitgebreid besproken in de Stanford Encyclopedia, gelezen worden.

Von Humboldt begint zijn essay met de constatering dat sommige mensen zijn ontwikkeld op een specifiek gebied en dat die mensen daarvan goed het resultaten kunnen laten zien. Ze hoeven daarvoor vaak niet het geheel (vakoverstijgend) te overzien, zo lang ze binnen hun werkdomein nuttig werk kunnen doen. Zelfs voor een kunstenaar of filosoof geldt dit. Als deze mensen zich verdiepen in andere domeinen is dit misschien leuk als hobby, maar vaak wordt dit niet als noodzakelijk gezien. Als ze bijvoorbeeld een tweede, compleet ander studie doen, of anderszins aanvullend onderwijs genieten, dan is dat bijzonder: een dergelijke ontwikkeling is eigenlijk maar voor een enkeling weggelegd.

Hoewel juist wanneer dit wél gebeurt, als men zich bekwaamt op ‘het convergentiepunt van al die domeinen’, dan kan juist de algemene kracht en waarde van de persoon worden vergroot. Een dergelijke kracht of waarde kent wel degelijk een toepassing of resultaat, maar niet in een specifiek domein. Het is toe te passen op het geheel: ‘de wereld‘. Het gaat om een verbetering en verhoging van een zelfbewustzijn of zelfverklaring, en een streven naar activiteit tegen futiliteit in. Zoveel mogelijk wereld moet worden begrepen en omgebonden. Er moet een meest algemene, zoveel mogelijk geanimeerde en ongebonden wisselwerking tussen jezelf en de wereld plaatsvinden. Om het leven zoveel mogelijk inhoud te geven. En het belang hiervan, daar gaat het Von Humboldt om.

Die letzte Aufgabe unsres Daseyns: dem Begrif der Menschheit in unsrer Person, sowohl während der Zeit unsres Lebens, als auch noch über dasselbe hinaus, durch die Spuren des lebendigen Wirkens, die wir zurücklassen, einen so grossen Inhalt, als möglich, zu verschaffen, diese Aufgabe löst sich allein durch die Verknüpfung unsres Ichs mit der Welt zu der allgemeinsten, regesten und freiesten Wechselwirkung.

Jezelf aan de wereld koppelen klinkt misschien als een vaag of overdreven idee. Maar hou even vol en lees nog even door: we willen toch allemaal meer zijn dan een kasplantje – we willen allemaal een zekere algemene waarde en kracht. We willen een zekere invloed kunnen uitoefenen. Iets kunnen bereiken als mens. We willen met een zekere helderheid en warmte (‘das erhellende Licht und die wohlthätige Wärme’) activiteiten kunnen ontplooien. En dan is een specifieke vakbekwaamheid niet genoeg. We willen als mensen iets van het leven maken. Ons als mens bewijzen. En daarvoor is die wereld nodig. Enkel in de wereld kunnen we dit bereiken. En dat betekent niet een vertrouwd raken met de natuur en de omgeving (als in een survival) maar om uiteindelijk om de eigen kracht te versterken vanuit allerlei perspectieven – we dagen als het ware de wereld op alle denkbare mogelijke manieren uit. Dus ook ten opzichte van de natuur maar niet alleen. Enkel de wereld als geheel herbergt al die verschillende perspectieven in zijn totaliteit. En het geeft de nodige weerstand om tot kracht te komen. Dus enkel in die alomvattende wereld kunnen we het meeste ‘uit onszelf halen’. Daarom die misschien vage notie van ‘de wereld’.

Denn nur die Welt umfasst alle nur denkbare Mannigfaltigkeit und nur sie besitzt eine so unabhängige Selbständigkeit, dass sie dem Eigensinn unsres Willens die Gesetze der Natur und die Beschlüsse des Schicksals entgegenstellt. Was also der Mensch nothwendig braucht, ist bloss ein Gegenstand, der die Wechselwirkung seiner Empfänglichkeit mit seiner Selbstthätigkeit möglich mache. Allein wenn dieser Gegenstand genügen soll, sein ganzes Wesen in seiner vollen Stärke und seiner Einheit zu beschäftigen; so muss er der Gegenstand schlechthin, die Welt seyn, oder doch (denn diess ist eigentlich allein richtig) als solcher betrachtet werden.

Andere mensen zijn ook deel van die wereld. Andermans ontwikkeling laat mogelijkheden zien om de eigen kracht te vergroten. Dit is het meer sociale aspect van Von Humboldts denken. Uiteindelijk is echter de eigen geest het enige richtsnoer voor de eigen ontwikkeling. En hoe die geest precies werkt kan enkel naar diepe reflectie en met veel aandacht voor hoe anderen in verschillende tijdsgeesten zijn gevormd worden begrepen. Mensenkennis is nodig, kennis van de jezelf ook, maar juist de ontwikkeling van al die zaken tegelijk in relatie tot de wereld is Bildung.

Er will nicht mehr bloss dem Menschen Kenntnisse oder Werkzeuge zum Gebrauch zubereiten, nicht mehr nur einen einzelnen Theil seiner Bildung befördern helfen; er kennt das Ziel, das ihm gesteckt ist, er sieht ein, dass, auf die rechte Weise betrieben, sein Geschäft dem Geiste eine eigne und neue Ansicht der Welt und dadurch eine eigne und neue Stimmung seiner selbst geben, dass er von der Seite, auf der er steht, seine ganze Bildung vollenden kann; und dies ist es, wohin er strebt.

En dit is dan dus die Bildung. Het belangrijkste bij Bildung is dat deze gelijkmatig en duurzaam plaatsvindt. Zonder evenwel weer in een soort monotoonheid te vervallen, die ook de natuur nog wel eens kenmerkt – waar vanalles lijkt te veranderen maar dat er eigenlijk nooit iets nieuws ontstaat.

Allein nur, indem man dies schrittweise verfolgt und am Ende im Ganzen überschaut, gelangt man dahin, sich vollkommne Rechenschaft abzulegen, wie die Bildung des Menschen durch ein regelmässiges Fortschreiten Dauer gewinnt, ohne doch in die Einförmigkeit auszuarten, mit welcher die körperliche Natur, ohne jemals etwas Neues hervorzubringen, immer nur von neuem dieselben Umwandlungen durchgeht.

Aldus Von Humboldt.

Voor de volledigheid nu nog enige context. ‘Het is 1809. Duitsland zit midden in de industriële revolutie. Het Duitse onderwijssysteem danst naar de pijpen van de groeiende industrie en kenmerkt zich door efficiëntie en doelgerichtheid. Dan wordt filosoof en taalwetenschapper Wilhelm von Humboldt (1767-1835) minister van onderwijs en begint een bezinning op de waarde van onderwijs. Von Humboldt pleit voor mensgericht onderwijs, voor maatschappelijke betrokkenheid, voor bewuste persoonlijke vorming – voor Bildung.’ Na het hier geciteerde deel uit een door NIVOZ gepubliceerde stuk wordt meteen de link gelegd naar 2016 en de parallel gemaakt. Ook vandaag de dag lijkt Bildung nog altijd een mogelijk relevant concept om het onderwijsdenken te verruimen in pedagogische of humanistische zin en de emancipatie of autonomie van alle professoren, docenten en leraren evenals leerlingen en studenten. Juist daarmee staat of valt onderwijs voor Van Humboldt natuurlijk: met de mens en zijn of haar Bildung. Zo wordt Bildung vrij makkelijk hét toverwoord voor elk soort menselijke emancipatie, autonome onwikkeling, algemene vorming, enzovoorts. Dan wordt in het woord Bildung vanalles ‘goeds’ van met name ook Rousseau en daarnaast natuurlijk Pestallozzi (die in zijn begrip van Bildung inderdaad zijn terug te lezen), maar ook van mensen die tegen onderdrukking strijden of voor emancipatie vechten opgenomen. Maar de vraag is of het begrip Bildung, zeker als daarbij de naam van Von Humboldt wordt genoemd, wel zo makkelijk hiervoor moet worden gebruikt. Laten we dus wat verder proberen te bepalen waar Von Humboldt en zijn Bildungsbegrip voor staat.

Zo maakt de Humanistiche canon duidelijk dat Von Humboldt een echt staatsman is en dat zijn idee van Bildung moet worden begrepen in relatie tot zijn denken over de staat. Deze canon karakteriseert zijn denken als een liberaal humanisme: ‘Von Humboldt wijst niet alleen de macht van de absolute monarch af, maar überhaupt een al te verregaande staatsinmenging. In die zin is hij een duidelijke liberaal: alles begint met individuele vrijheid.’ Waarbij liberaal zowel  door diezelfde canon wordt omschreven ‘in de smalle betekenis van het woord (een economische en staatkundige theorie die draait om de vrijheid van het individu, vrijhandel en vrije markt kapitalisme) als in de brede betekenis (een levensbeschouwelijk ideaal, zelfontplooiing, autonomie). Die tweede staat bij Von Humboldt voorop, maar zeker ook in het werk van Stuart Mill, een leerling van Von Humboldt, die een liberale ethiek aanhing en pleitte voor de vrije markt, zie je ook het eerste aspect terug. ook bij Dewey en bijvoorbeeld Rawls lijkt een dergelijke insteek te passen. Hoe dan ook: in canon’s over humanisme en liberalisme zie je Von Humboldt in ieder geval keer op keer terugkeren.

Maar voor Von Humboldts verder visie op de staat is het document van Unesco hierover zeer treffend: het liberalisme en zijn opvatting omtrent de staat (overheid) lijkt voor Von Humboldt met name belangrijk te zijn omdat onderwijs moest kunnen plaatsvinden in veiligheid voor aanvallen door andere naties en dus moest de overheid zorgen voor het beschermen van de nationale grenzen. En zijn pleidooi voor een minimale staat gaat met name in tegen overheidsinmenging in waar onderwijs over moet gaan of waar het toe dient. Een dergelijke inmenging zou altijd zorgen voor vernauwing en dus niet de algemene vorming voorop zetten. En toch: een sterke natie vergt natuurlijk juist ook wel een specifieke cultuur of culturele samenhang. Een die misschien niet enkel veiligheid biedt maar juist ook polariseert, discrimineert, noem maar op. Humboldt zijn Bildung is  zonder enige vorm van kritiek per definitie goed niet alleen voor inidividuen, het is ook een noodzakelijke Bildung van een natie. Wat in sommige gevallen problematisch kan zijn, zoals Huijer als denker des vaderlands, ook met kritiek op haar voorganger Gude, probeert te verwoorden. Want  “wat als de bildung plaatsvindt in een samenleving die sterk nationalistisch is, die discriminatie en sociale ongelijkheid in stand houdt, de eigen cultuur boven alle andere verheven acht of geweld tegen andere staten propageert? Juist dan werkt bildung depolitiserend. Dat kan er zelfs toe leiden dat mensen met een grote geestelijke bagage zich actief inzetten voor politiek abjecte projecten.”

En dan nog een laatste aanvulling die direct uit de tekst te lezen is: Von Humboldt pleit ervoor dat Bildung álles op een hoger plan tilt. Dus die natie en ook die staat en ook het ondewijs moet uiteindelijk gewoon bijdragen aan zoveel mogelijk Bildung om de Bildung. Kortom: Bildung is naast een proces, vooral bij Von Humboldt ook een ideaal. Bildung is per definitie goed. Bildung is voor hem iets wat we als eindresultaat moeten zien te bereiken en wat we altijd voorop moeten stellen.

Kortom, bij Von Humboldt is Bildung verbonden aan (een vorm van) humanisme, liberalisme en nationalisme en wordt het opgevat als ideaalresultaat. En bij verwijzing naar Bildung van Von Humboldt doet men er goed aan dit te beseffen. Als men een dergelijke humanistische, liberale, nationalistische bijklank niet wenst of het niet als eindideaal wenst op te vatten, dan is Von Humboldts Bildung misschien minder geschikt om te gebruiken. Of men zou natuurlijk bij een verwijzing naar Von Humbolts Bildung moeten laten zien dat men die bijklank niet wenst over te nemen of hier een specifieke interpretatie van te geven. De vraag is of men bij een dergelijke clausule niet net zo goed naar andere personen of begrippen zou kunnen verwijzen. Zo biedt een goede vriend en voorbeeld voor Von Humboldt, namelijk Schiller, aanknopingspunten voor een zelfde soort Bildungsgedachte maar dan een die eerder in esthetische opvoeding van de mens een dergelijke persoonlijke/maatschappelijke algemene menselijke ‘waarde en kracht’ dacht te bereiken – waar men missschien dus een zelfde soort humanisme ziet, maar met minder liberale of nationalistische tendensen en waarbij er minder een ideaal maatschappijbeeld wordt nagestreefd maar dat de nadruk meer ligt op het bereiken van een levend geheel (levende vorm). Er zijn naast Von Humbolt echter nog talloze andere figuren die varianten van zijn Bildungsgedachte hebben geformuleerd.

Een laatste vraag kan zijn of men uberhaupt nog wat aan het begrip Bildung heeft als men zowel het humanisme als het nationalisme en liberalisme er helemaal uit wil halen, en ook nog eens een keer het ideaal niet wil onderstrepen. Volgens de anarchist Lehning wel: ‘Von Humboldt is … de eerste geweest, die staat en maatschappij heeft onderscheiden en daarmee de weg heeft gewezen voor een oplossing van het probleem van de grenzen van de individuele vrijheid in de samenleving.’ Misschien kan dit een algemeen te accepteren verworvenheid van Von Humboldts Bildung zijn. Of je moet gewoon een bejaarde anarchist zijn om hier überhaupt nog een verworvenheid in te zien … om er dan overigens meteen aan toe te voegen: ‘Deze oplossing binnen het staatsverband te willen zoeken is het zoeken naar de kwadratuur van de cirkel. Tussen de staat en de vrijheid is geen compromis mogelijk.’ Als men echt individuele vrijheid wil nastreven boven alles, tja, dan is Von Humboldts nationalistische, humanistische, liberale Bildungsopvatting simpelweg te burgerlijk?!

3 Comments

  1. Pingback: Jeroen Lutters – Sprekende objecten | onderwijs filosofie

  2. Pingback: Krisis – Perspectives for the New University | onderwijs filosofie

  3. Pingback: Rudiger Safranski – Friedrich Schiller of de uitvinding van het Duitse idealisme | onderwijs filosofie

Geef een reactie