Dirk Lauwaert – Artikels

boek5Dirk Lauwaert heeft een prachtig essay geschreven dat heet ‘berichten uit de klas’. Ik lees het als een persoonlijk/filosofische doordenking van zijn lesgeven – ik lees het als een dagboek dat zijn schrijver is ontgroeit. Het essay gaat over voor de klas staan, jezelf afvragen hoe en waarom je daar staat. Constateren dat over en weer het misverstand de enige zekerheid is. Het gaat dus over pedagogiek en onderwijs, maar teruggebracht tot de essentie voor de docent.

Veel mooier dan ander teksten die hier over gaan weet hij de onafdwingbaarheid van ervaring, middels een verwijzing naar commodity-denken, te verdedigen tegen de onverdraaglijke planbaarheid die zich opdringt met methode, media en consulenten. Hij heeft het over vrijwaren, ontoegankelijkheid, en de straf die volgt op het bezetten van deze ervaringsruimte – namelijk dat de mogelijkheden van deze ruimte verdwijnen: leegte, armoede. Walter Benjamin schrijft over deze ervaring en armoede in andere tonen, maar ook met eenzelfde betrokkenheid: Dirk Lauwaert moet dit goed gekend hebben. Hij moet op basis van Benjamin hebben besloten die ervaring te beschermen, want zoals hij schrijft enkel ervaring ‘laat je toe onloochenbaar te weten dat iets bestaat’. Wat misschien meteen ook duidelijk maakt wat voor soort ervaring hij bedoelt.

De initiatie in dit soort ervaring is een inspanning die van de docent nodig is en wat betekent dat een docent partij kiest. Het is de tegenhanger van vanzelfsprekendheid. “Initiatie zorgt voor een geheim, een weg er naar toe, projecteert een object en je relatie ermee in een tijdsverloop, maakt er een verhaal van, brengt er relief in.”

Probeert hij ons in het achtste en negende paragraafje dan ook te initieren in het lesgeven zelf? Het lijk erop, want zie de derde persoon enkelvoud. Leest u mee:

“Eigenlijk is zijn enige bekommernis bij het lesgeven iets te laten bestaan: een foto, een flimsequens, een schriftuur, een gedachte, een manier om dingen te ondervragen, de kracht waarmee een idee geponeerd wordt in een tekst, een beeld, een beeldopeenvolging. … Eigenlijk is het niets wat hij nastreeft: iedereen kan toch nagaan bij zichzelf of iets bestaat. Maar hij heeft daar zelf twijfels over. Hij ziet het niet aan de uitspraken, niet in de pupillen van zijn toehoorders. Hun sloom-blijvende houdingen ontkennen dat hen plots die ochtend iets nieuws is komen vervoegen.”

Is dit het laten bestaan van een docent? Is dit lesgeven over lesgeven? Bijna denk ik. Voor zover dat überhaupt lukt in een tekst. En enkel en alleen door het te omringen met twijfel, ruimte voor misverstand, zoeken. Toch staat het er, zeer dicht de ervaring naderend:

“Maar waarin zou zijn taak anders kunnen bestaan, dan ogen te leren ademen, bewustzijn een ritme te geven, beide ontvankelijk te maken voor wat werkelijk van buiten komt en beide, zowel ogen als bewustzijn even aan de zwaarte te onttrekken.”. “Lyrisch en mechanisch tegelijk”.

De docent zowel vliegend als geprogrammeerd, ‘onze pijnlijke vorm van aanwezigheid’. Hier klinkt onder andere misschien ook Deleuze in door. Wat een formuleringen voor het alledaagse lesgeven! En leest u het vooral nogmaals, laat het even op u inwerken.

Of bespeurt u ook bij uzelf een ‘sloom-blijvende houding?’

De rijkdom van de hele bundel waarin dit essay is opgenomen is groot wat betreft terminologie, referenties naar ideeën van anderen, qua betrokkenheid en doorleefdheid, maar ook qua thema’s: de artikelen lopen uiteen van ‘het vertellende beeld’, naar ‘ Richter, vervalser’ tot ‘Kritiek van het gênante’. Teksten waar je over in gesprek moet, die je een aantal keer moet lezen, proeven – en waar je dan uiteindelijk verknocht aan raakt: dat is in ieder geval mijn ervaring. De tekst op de achterflap (zie hieronder) geeft het programma aan van de gehele bundel. Het is voor de liefhebber natuurlijk, maar die heeft hiermee dan ook een pareltje in zijn handen.

“Het mooiste doel leek me altijd de onmogelijke ‘theorie van het concrete’, ‘analyse van het subjectieve’, ‘systematiek van het sensuele’. Reflectie die niet eerst de ervaringen neutraliseert en er nooit meer op terugkomt, maar die zo dicht mogelijk tegen de ervaringen aan ligt. … Nooit kan het twee keer hetzelfde zijn. Steeds is het een nieuwe uitvoering. Steeds is er de noodzaak van grote concentratie. Systematiek als ‘uitvoering’. Uitvoering als het grote model.”

Voor meer informatie over Dirk Lauwaert en zijn werk raad ik aan de website van De Witte Raaf te bezoeken.

Deze boekbespreking is geplaatst binnen de volgende categorieen: 1996, Benjamin, Deleuze en Guattari, Lesgeven, Onderwijswoorden

One Comment

  1. Een prachtige beschouwing van ‘de lessen van Dirk Lauwaert’ verschenen in de witte raaf nr 183, door Bart Meuleman:

    “Iedere leraar had zijn typische, eigenaardige manier van verschijnen, zo herkenbaar na een tijd dat binnenkomen in het lokaal haast een ritueel karakter aannam (dat moment van onbeslistheid of we ons aan spanning dan wel aan verveling moesten overleveren; eens de les in gang schoot, werd dat snel duidelijk). De ene trok zijn groene loden uit, klapte zijn tas open en ging droog verder waar hij de vorige keer droog was opgehouden; een andere, breedgeschouderd en immer in leren jekker, stak met de gloeiende peuk van zijn gitane alweer een volgende aan. Als Dirk Lauwaert binnenkwam, viel op dat hij uit een andere wereld leek weggerukt. Zijn tred verried haast, zijn gezicht stond zorgelijk. We hebben maar zoveel tijd, het moet nu gebeuren. Zodoende begon iedere les met een kleine reset, een periode van een à twee minuten waarin hij alles van zich leek af te schudden wat de aandacht – zijn aandacht – in de weg zat. Dan ging hij met de handen door het haar en kon het beginnen.

    Hij vouwde het thema van zijn les – een kernwoord, een kernzin – open via enkele vragen en stellingen: de reikwijdte van het onderwerp was daarmee afgebakend, al kon hij op het einde nog een deur openen naar een onverwacht perspectief. De volgende twee uur trachtte hij, samen met ons, of sommigen van ons als een onbarmhartige herder achterlatend, dat gebied al denkend en sprekend te bezetten, via méér vragen, complexe redeneringen, cryptische doordenkers, voorbeelden en tegenvoorbeelden, waarbij het vaak leek dat wat hij zei spontaan in hem opkwam. Dat is natuurlijk weinig waarschijnlijk, maar het zegt iets over hoe hij daar stond. Afwisselend recht in ons gezicht sprekend en het hoofd naar de grond gebogen, zoekend naar juiste woorden, met trage, wijde passen de beperkte ruimte afmetend vlak voor zijn bureau. Het zette zich in mij vast. Toen ik als opdracht zelf een les moest geven aan mijn collega-studenten, imiteerde ik hem, zijn loopje, zijn arm- en handbewegingen, zijn stembuigingen.

    Verder het terrein verkennen kon niet zonder de nodige theorie. ….”

    http://www.dewitteraaf.be/artikel/detail/nl/4290

Geef een reactie