Waarom leraren meer zouden moeten filosoferen (Simon Verwer)

Wie bepaalt wat goed is? Waarom leraren meer zouden moeten filosoferen.

Ten onrechte wordt ‘goed onderwijs’ steeds minder gedefinieerd door leraren en schoolleiders maar vooral en in toenemende mate door politici, wetenschappers, beleidsmakers en onderzoekers (zie voor veel bronnen Evers: 2013, waarvan met name Sahlberg: 2011, CPB: 2011). Dit moet en kan anders, zo stellen wij. Het moet anders omdat het menselijke karakter van het onderwijswerk beschermd moet worden tegen techno- en bureaucratie. Het kan anders omdat leraren meer weten en kunnen dan ze zelf vaak doorhebben, zo hebben wij geleerd de afgelopen paar jaar. Wat ons betreft is een deel van de oplossing dat leraren meer zouden moeten filosoferen over goed onderwijs, zowel zelf als met elkaar, om zo het vertrouwen, het gezag en de autoriteit te herwinnen om te kunnen uitmaken wat belangrijk is en wat niet.

In het eerste deel van dit artikel willen we de relevantie van de vraag naar goed onderwijs aantonen en beargumenteren waarom juist leraren meer zouden moeten filosoferen. In de tweede plaats beschrijven we een aantal oefeningen die wij hebben uitgevoerd en definieren we wat wij doordacht onderwijs noemen. Ten slotte gaan we kort in op welke factoren van belang zijn als je als leraar over onderwijs wilt filosoferen.

§1. De relevantie van de vraag naar goed onderwijs

Wat is goed onderwijs?

Het is niet overdreven om te stellen dat de vraag naar ‘goed onderwijs’ een fundamenteel onderdeel is van ieder wezenlijk gesprek over dit onderwerp. Of het thema nu ‘het gebruik van nieuwe media in de klas’, ‘de kwaliteit van een lesplan’ of ‘het bespreken van een gemaakte toets in de klas’ is, het gaat in de kern om de vraag wat goed onderwijs is.

Zo oud en belangrijk als deze vraag is, zo opmerkelijk afwezig is hij in de dagelijkse schoolpraktijk. In veel te weinig scholen en lerarenkamers wordt er op professionele wijze aandacht besteed aan de vraag naar goed onderwijs. Deze afwezigheid is geen vanzelfsprekendheid maar wel verklaarbaar. Veel leraren zien zichzelf bovenal als uitvoerder van wat anderen voor hen hebben bepaald. En niet ten onrechte. In het boek Goed onderwijs en de cultuur van het meten: ethiek, politiek en democratie uit 2012 schrijft onderwijsfilosoof Gert Biesta het volgende:

Het probleem is niet alleen dat de vraag naar wat goed onderwijs is nauwelijks wordt gesteld. Ik denk ook dat in veel gevallen de vraag naar goed onderwijs vervangen is door andere gesprekken en discussies. Dergelijke vertogen líjken te gaan over de kwaliteit van onderwijs (..) maar behandelen in feite nooit echt de vraag naar wat goed onderwijs is. De normatieve vraag naar goed onderwijs wordt op die manier vervangen door technische en organisatorische vragen over de efficiëntie en effectiviteit van processen. De vraag wat nu eigenlijk het doel is van die processen blijft onbeantwoord. (Biesta 2012: p. 15 – 16)

De bovenstaande observatie van Biesta herkennen wij in de huidige onderwijspraktijk: de vraag naar goed onderwijs wordt nauwelijks door leraren zelf besproken. Soms, zo hebben wij de indruk gehad, lijkt het alsof deze vraag is uitbesteed aan anderen. Want dat hij wel degelijk wordt besproken, zij het op andere plekken, hebben wij zelf mogen ervaren. Er zijn talloze conferenties, congressen, seminars en masterclasses waar hoofdzakelijk politici, beleidsmakers, onderzoekers, adviseurs en wetenschappers met elkaar in gesprek gaan over het onderwerp. Het zijn parallele universa die over het zelfde onderwerp gaan maar elkaar vrijwel nooit lijken te ontmoeten (vgl. Ferry Haan: 2011). Ook deze oktobermaand zal het aantal onderwijsbijeenkomsten weer enorm groot zijn: de vraag is wat het oplevert voor het daadwerkelijke onderwijs in de klas.

Het is op dit moment namelijk niet gebruikelijk dat leraren zich bezig houden met filosofische vragen. Wat als goed onderwijs mag doorgaan, is namelijk al bepaald door anderen. Waarom dit zo is weten wij niet, al zijn er een aantal verklaringen te bedenken. Uiteindelijk valt op al deze verklaringen wel wat af te dingen. Ons gaat het nu om het volgende: wij zijn van oordeel dat het hoofdzakelijk de leraar is die via zijn handelen in relatie en verbinding met de leerling antwoord geeft op de vraag naar goed onderwijs. Dit handelen zou veel serieuzer genomen moeten worden als bron van onderzoek, in de eerste plaats door leraren zelf. Onder andere de Amerikaanse filosoof John Dewey zou hierbij kunnen helpen.

Om het bovenstaande wat concreter te maken, hierbij een lijstje met kwesties waar wij ons de afgelopen twee jaar over hebben gebogen. Soms in opdracht, vaker vanuit onszelf:

1- Wat is tegenwoordig de waarde van feitenkennis?
2- Welke rol speelt technologie of, beter gezegd, zou technologie moeten spelen in beroepsonderwijs?
3- Wat is een goede docent en hoe dient deze te worden opgeleid?
4- Hoe kunnen we meer ‘high-potentials’ interesseren om een carrière als leraar te overwegen?
5- Hoe heet de juf of meester van de toekomst: coach, leraar, onderwijzer, facilator, mediator?
6- Wat is de toekomst van het toetsen?
7- Verliest de school als kennisinstelling haar monopoliepositie?
8- Wat is bron van de feminisering van het onderwijs?
9- Hoe kan je excelleren, zowel onder leerlingen als onder docenten, bevorderen?
10- Wat kunnen de consequenties zijn op maatschappelijk vlak van een vergaande personalisering van het onderwijs?

Het op systematische wijze nadenken over deze vragen, of te wel filosoferen, kan leiden tot wat wij doordacht onderwijs noemen. Dit is een vorm van pedagogisch handelen dat gekenmerkt wordt door een (zeer) hoge mate van bewustzijn van de leraar met betrekking tot de keuzes, overtuigingen en overwegingen die zijn gedrag funderen. Onderwijsfilosofie kan hier behulpzaam bij zijn.

§2. Wat is onderwijsfilosofie en hoe kan het bijdragen?

Plechtig gezegd: onderwijsfilosofie is het vakgebied van de filosofie waarbinnen onderzoek wordt gedaan naar het doel, de aard, de methode en de inhoud van onderwijs. Simpeler uitgedrukt: onderwijsfilosofie start op het moment dat de vraag naar goed onderwijs wordt gesteld. Dat kan dus iets heel kleins zijn (heb ik deze leerling juist gestraft?) of iets heel groots (hoe kunnen we het onderwijssysteem veranderen?). Volgens Randall Curren, een Engelse onderwijsfilosoof, zijn er 5 basisvragen over onderwijs te stellen – ongeacht plaats en tijd – die het grootste gedeelte van de filosofische discipline dekken:

1) Wat is de aard en het doel van onderwijs?
2) Wie bepaalt wat onderwijs is, op basis van welke autoriteit en hoe wordt deze gelegitimeerd?
3) Welke verantwoordelijkheden heeft wie aan wie, wanneer en waarom?
4) Wat dient de inhoud van het onderwijs te zijn?
5) Hoe, of op welke wijze, zou onderwijs uitgevoerd moeten worden?

(Curren 2005: p.6)

Wat wij met de Denkfiguren doen is het op tafel leggen van deze altijd actuele vragen. Om vervolgens via kleine oefeningen visies, missies en scenario’s bloot te leggen die op onbewust niveau vaak al aanwezig zijn.

Een voorbeeld van een oefening is de volgende. De Nederlandse hoogleraar van den Akker, werkzaam bij het SLO, heeft naam gemaakt met zijn werk over het opbouwen, analyseren en evalueren van een curriculum. Hiertoe heeft hij zijn beroemde spinnenweb model ontwikkeld:

Curr spinnenweb_ned_corporate folder versie

De oefening, zoals wij deze een aantal maal hebben uitgevoerd, bestaat erin om leraren en schoolleiders de vragen over een specifiek vak te laten beantwoorden. Met name de vraag waartoe leren zij is filosofisch van karakter. Onbewust heeft iedereen die in het onderwijs werkt hier opvattingen, aannames, verwachtingen en meningen over maar deze blijven veelal onder de oppervlakte. Wat ons betreft is onderwijs is te belangrijk om onbewust mee om te gaan.

Een tweede, voor de hand liggende oefening is om antwoord te laten geven op de vraag: “Wat is goed onderwijs?” Het klinkt wellicht wat simpel maar in onze ervaring effectief. De vorm is natuurlijk open.

Een derde oefening die wij wel eens hebben gebruikt, is om leraren ‘recente opvallende en/of betekenisvolle discussies met collega’s of leerlingen’ te laten opschrijven, bijvoorbeeld van de afgelopen maand, om ze vervolgens te laten herleiden naar een van de vijf basale vragen, om zo vanuit een filosofisch perspectief te kunnen denken. Voorbeelden van regelmatige terugkerende thema’s zijn het meten/toetsen van ontwikkeling, motivatie, autoriteit, groepsdynamica, het wel of niet gebruiken van methodes, relatie docent – leerling en meer.

Geen oefening maar een verwant soort werkzaamheden die we zelf hebben uitgevoerd heeft te maken met de missie en/of visie van een school of bestuur. Deze visie is te vaak een dode letter en dat is zonde. Zo’n visie of missietekst is voor ons een primaire bron van filosofisch onderzoek met als uitdaging om hem via denkgereedschappen beter te maken. Dit beter maken begint bij het zetten van vraagtekens. Een eerste stap voor een leraar zou zijn om de tekst van zijn school of bestuur te leren kennen en er, indien nodig, inspraak op te eisen. Op school zijn de meer traditionele opties hiervoor de studiedagen en de vergaderingen. Een andere mogelijkheid is om collega’s van andere scholen te ontmoeten en in gesprek te gaan (bijv. via Leraren met Lef of Operation Education).

Samengevat: de vraag naar goed onderwijs behoort in de eerste plaats thuis in de relatie tussen de leraar en de leerling. Onderwijsfilosofie kan behulpzaam zijn in het ontdekken van doordacht onderwijs. Dit is een vorm van pedagogisch handelen dat gekenmerkt wordt door een (zeer) hoge mate van bewustzijn van de leraar met betrekking tot de keuzes, overtuigingen en overwegingen die zijn gedrag funderen. Filosoferen kan op allerlei manieren, zoals hierboven met wat simpele oefeningen is geïllustreerd.

§3. Filosoferen kun je leren. :-)

Iedereen filosofeert wel eens en leraren doen dat zeker. Op het moment dat je nadenkt over een antwoord op de vraag naar goed onderwijs, bijvoorbeeld aan de hand van een incident in de klas, ben je aan het filosoferen. In onze ervaring zijn er ten minste een drietal aspecten van belang om succesvol te filosoferen.

1) Het eerste en voornaamste is dat je geïnteresseerd bent in de vraag naar goed onderwijs en dat je het de moeite waard vindt om hierover met collega’s in gesprek te gaan. Dit lijkt wellicht een dooddoener maar dat is het zeker niet. Interesse of nieuwsgierigheid is de brandstof van de filosoof. Een dergelijke houding wordt overigens ook lang niet altijd gewaardeerd en soms zelfs als lastig ervaren.

2) Het tweede aspect is een zekere belangstelling voor ‘politiek’ in de brede betekenis van het woord. Onderwijs is een geregelde activiteit. Dit gegeven maakt dat alles uiteindelijk berust op keuzes en beslissingen en niet op vanzelfsprekendheden: deze laatste zijn er om constant te bevragen.

3) Het derde aspect is dat je plezier hebt in het spelen met ideeën en begrippen.In onze workshops doen wij vaak politiek incorrecte voorstellen of suggereren out-of-the-box ideeën die lang niet altijd uitvoerbaar zijn. Lang niet iedereen kan en wil hiermee om kunnen gaan. Degene die dat wel willen hebben er een zeker plezier in om alternatieve scenario’s voor het heden te schetsen.

Conclusie

We hebben in deze tekst betoogd dat juist leraren meer zouden moeten filosoferen over de vraag wat goed onderwijs is. Wij hebben argumenten aangedragen dat het juist leraren zouden moeten zijn die meer gaan filosoferen, in onderscheid met politici, beleidsmakers en wetenschappers. Wat goed onderwijs is wordt, uiteindelijk, bepaald in de relatie en in verbinding met de leerling. Ten slotte hebben we kort, op basis van onze ervaring, een aantal voorbeeldoefeningen beschreven en een aantal aspecten van het succesvol filosoferen geïdentificeerd.

————————————

Reacties op deze tekst zijn welkom via de commentaarmogelijkheid hieronder.

Met dank aan @hartgerwassink voor de feedback op een eerdere versie van dit stuk.

Literatuurverwijzingen:

Een goed startpunt voor wie meer wil weten over onderwijsfilosofie, is de onderstaande Engelstalige anthologie van Randall Curren, in combinatie met het handboek. Een muisklik op de cover zorgt er voor dat je wordt doorgestuurd naar Amazon, waar je de inhoudsopgaven kunt bekijken. Hier kort doorheen bladeren kan behulpzaam zijn om een idee van het vakgebied ‘onderwijsfilosofie’ te ontwikkelen.

Randall Curren - Philosophy of Education

render_image

Wij werken structureel aan een ontsluiting van primaire teksten in het Nederlands via deze site, onderwijsfilosofie.nl.

4 Comments

  1. Dit is precies wat wij doen tijdens onze directiereis naar Umbria, in dit prachtige groene hart van Italia vijf dagen filosoferen over doordacht onderwijs(beter dan passend onderwijs)
    Dank voor dit prachtige stuk met tips!
    Hanneke

  2. Pingback: LEES! Wie bepaalt wat goed is? Waarom leraren m...

  3. F van Bergen

    Deze site is een verademing, doordat het de waan van de dag doorbreekt. Het brengt je terug naar de basis en biedt diepgang en bezinning.

  4. Pingback: Wie bepaalt wat goed is? Waarom leraren meer zo...

Geef een reactie