Recensie: Yvonne van Sark & Huub Nelis – Motivatie binnenstebuiten

Deze maand verschijnt het boek Motivatie binnenstebuiten: het geheim achter gemotiveerde pubers, enthousiaste leerlingen en gedreven studenten van Yvonne van Sark & Huub Nelis. Deze oprichters van Youngworks, bureau in jongerencommunicatie, schreven eerder de veel gelezen boeken ‘Puberbrein binnenstebuiten‘ (2010) en ‘Over de top: haal het allerbeste uit jongeren‘ (2012). Deze boeken voelden de tijdsgeest goed aan en vormden een welkome bijdrage aan het debat over respectievelijk het puberbrein en excellentie. Dit maal is motivatie het onderwerp. De recensie is van Jelle Verwer.

Motivatie

Motivatie als een gesprek zonder einde

Recensie door Jelle Verwer / @vogelvrij

Wie een recensie schrijft over een boek met als ondertitel het geheim achter gemotiveerde pubers, enthousiaste leerlingen en gedreven studenten, een boek met allerlei inzichten over motivatie en motiveren, gaat op een gegeven moment natuurlijk bij zichzelf te rade. Waar komt die motivatie om die recensie te schrijven eigenlijk vandaan? Verschilt die motivatie voor het lezen van het boek van die van na het lezen? Misschien is dat meteen wel een mooie graadmeter of het begrip en inzicht over motivatie na afloop van het lezen zijn toegenomen.

Kan ik het eigenlijk wel onder woorden brengen wat mijn motivatie is? Veel verder dan iets met interesse, extrinsieke motivatie (de vraag van onderwijsfilosofie.nl) en nieuwsgierigheid kom ik van te voren niet echt.

Naast deze vragen zat ook een blog van @alderikvisser Motivatie? Nee, interesse in mijn hoofd. Daar beargumenteerde hij dat motivatie geen bruikbaar begrip is. In ieder geval niet in onderwijskundige context en eigenlijk nergens. Visser schreef dat het eigenlijk onmogelijk is om je van al je verschillende motieven bewust te zijn.

‘Motivatie is een containerbegrip waar allerlei motieven onder vallen. Als mensen praten over motivatie gebruiken ze vaak termen die te maken hebben met beweging: drijfveren, beweegredenen.’

Wat motivatie is en hoe het werkt, is amper samen te vatten? Is het begrip motivatie daarmee te vaag om bruikbaar te zijn? Eigenlijk wel, denk ik ook na het lezen van dit boek. Motiveren dan wel interesseren is een ingewikkeld samenspel van interne en externe factoren, waarbij verhoudingen tussen jongeren onderling, jongeren en volwassenen en jongeren en de wereld waarin ze opgroeien, continu in dialoog zijn met elkaar over wat, hoe en waar naartoe.

De ondertitel van het boek luidt dan wel het geheim achter gemotiveerde pubers, enthousiaste leerlingen en gedreven studenten, maar geheim zou eigenlijk beter kunnen veranderen in geheimen. Veel van die ‘geheimen’ komen in het uiterst leesbare boek van Nelis en Van Sark aan de orde. Daarnaast staat het boek bomvol met tips die je kunt gebruiken om jongeren te motiveren of in ieder geval daar het gesprek over aan te gaan. Daarmee is het boek een aanrader voor mensen die veel met jongeren werken en die geïnteresseerd zijn om hier meer over te weten. Op die manier kan een wat vaag, ongedefinieerd gesprek over motivatie en motiveren veel meer inhoud krijgen en daar zijn jongeren uiteindelijk bij gebaat.

Het boek is op verschillende manieren te lezen. In de flap zijn verschillende gebieden geformuleerd, zoals mindset, doelen en relaties, etc. Die gebieden verwijzen je dan door naar de verschillende hoofdstukken. Je kunt ook ouderwets bij het begin beginnen, zoals ik heb gedaan. In verschillende hoofdstukken wordt vervolgens ingegaan op wat motivatie is, hoe het werkt en waar het mee te maken heeft. Ook zit er een soort van chronologie in het boek. Zo focussen de laatste hoofdstukken op school en studie, wat ik later worden wil en motivatie op de werkvloer.

Voor het onderwijs is hoofdstuk zeven: motivatie voor school en studie extra interessant. Hier gaan de auteurs in op hoe jongeren denken over motivatie op school. Zo worden er verschillende niveaus van zelfvertrouwen onderscheiden, waarbij de belangrijkste voor de onderwijscontext die van self-efficacy, ofwel zelfeffectiviteit is volgens de auteurs. Het gaat daarbij om het vertrouwen dat je hebt dat je zult slagen voor de taak die voor je ligt. Deze zelfeffectiviteit werkt cyclisch, zowel omhoog als omlaag.

‘Het antwoord op deze vraag (of het gaat lukken) komt uit je geheugen: ben je in staat om kennis uit het verleden te activeren over vergelijkbare uitdagingen die je succesvol afgingen? Als je weet dat het je eerder ook gelukt is, voel je dat je wederom kunt slagen.’

Daarnaast gaat het hoofdstuk over uitdaging, vrijheid en structuur en verbinding. Voor de meeste docenten geen nieuwe inzichten, maar ze staan helder en overzichtelijk beschreven en worden gelinkt aan recente onderzoeken. Op die manier zijn ze toch een toevoeging wat mij betreft.

Het hart van het boek wordt gevormd door de hoofdstukken twee tot en met vijf. Hier wordt het kader geschetst waarbinnen de auteurs denken, de zelfdeterminatietheorie van Edward Deci en Richard Ryan en gaan de auteurs bijvoorbeeld in op intrinsieke versus extrinsieke motivatie en de verschillen die daar tussen bestaan. Ook onderwerpen als groeipaden en leerstrategieën, vrijheid en verantwoordelijkheid en relaties en hogere doelen komen hier aan bod. Daarbij komen bekende en minder bekende concepten aan bod, die al dan niet zijdelings met motivatie te maken hebben. Voorbeelden zijn de theorie over mindset van Carol Dweck, de flow theorie van Csikszentmihalyi, maar ook Lev Vygotsky en Luc Stevens komen allemaal kort aan bod. Al die verschillende theorieën geven het boek wat meer gewicht, maar het voelt af en toe ook een beetje als shoppen en wat intuïtief.

Dat doet overigens niet af aan de bruikbaarheid van het boek voor mensen die met jongeren werken. Het is meer dat het belangrijk is om kritisch en selectief met al die informatie om te gaan. Het boek staat vol met ervaringen en verhalen van jongeren en organisaties die een slag hebben weten te maken in het benaderen van motivatie. Daarnaast sluit elk hoofdstuk af met eerdergenoemde tips. Een voorbeeld uit het hoofdstuk over groeipaden en leerstrategieën is bijvoorbeeld:

‘Help jongeren om zichzelf duidelijke doelen te stellen. Groot of klein, het is belangrijk om voor jezelf doelen te stellen. Het stimuleert je om ergens voor te gaan en je krijgt een goed gevoel over jezelf als je het gehaald hebt.’

Zo zijn er veel meer concrete en minder concrete tips die je kunt gebruiken. Het is mooi vormgegeven en goed leesbaar. Als algemeen beeld blijft bij mij hangen dat jongeren boven alles serieus genomen willen worden en dat continu afstemmen van groot belang blijkt. Jongeren weten zelf heel goed dat ze niet zoveel opschieten met een anything goes benadering. Sterker nog, ze hebben veel vaker dan misschien wel gedacht behoefte aan gesprekken, sturing en kaders.

Het is wel van belang om het daar niet bij te laten. Dat is eigenlijk pas het startpunt. Door jongeren zelf keuzes te laten maken, ze dingen te laten ervaren en ze een spiegel voor te houden, ontdekken ze waar ze zelf graag mee bezig willen zijn. Van gecontroleerde naar autonome motivatie noemen de auteurs dat. Of de eerste aanzet daarvoor intrinsiek dan wel extrinsiek is, blijkt eigenlijk niet zo belangrijk. Wel dat er verbindingen zijn tussen het doel, de volwassene en misschien wel het belangrijkst, jongeren onderling.

Wie gemotiveerd is om meer over dit soort zaken te weten te komen, leest dit boek.

Geef een reactie