“De leerlingen wachten af…” (Jules Vallès)

Jules Vallès rond 1870

Daar sta ik.

De leerlingen wachten af, met de spanning die iets nieuws altijd veroorzaakt. Hoe zal ik het eraf brengen, ik die zo mooi kan praten, de favoriet van de talenafdeling, de Parijzenaar?

Ik begin.

‘Mijn heren,

Het toeval wil dat ik uw achtenswaardige leraar, mijnheer Jacquau, vervang. Maar ik veroorloof mij de vrijheid om zijn mening over het te volgen onderwijssysteem in het geheel niet te delen.

Naar mijn persoonlijke mening moet men niets, helemaal niets, leren van wat de Universiteit aanbeveelt.’ (Geroezemoes in het midden.)

‘Ik denk dat ik een nuttiger bijdrage aan uw toekomst lever door u aan te raden domino te spelen, te dammen, te kaarten – de jongsten zullen toestemming krijgen papiertjes in het achterste van vliegen te steken.’ (Beweging in verschillende richtingen.)

‘Hoe heb ik het nu, mijne heren, stilte! Men hoeft niet na te denken om Demosthenes of Vergilius uit het hoofd te leren, maar als men troef moet maken, een slag moet zien te halen of iemand mat moet zetten, of een vlieg moet spietsen zonder hem pijn te doen, dan is kalmte van denken onmisbaar en uw volle aandacht komt zeer zeker toe aan het onschuldige insekt dat, mijn heren, vanwege uw nieuwsgierigheid gesondeerd zal worden, als ik het zo mag uitdrukken. ‘ (Langdurige opschudding.)

‘Ten slotte zou ik graag willen dat de tijd die wij gezamenlijk doorbrengen, geen verspilde tijd zal zijn.’

Doek!

Nog diezelfde avond kreeg ik mijn ontslag.

Aldus Vingtras die als surveillant de zieke meester vervangt in “L’insurgé” (1990), vertaald als “Opstandeling” (1995) waaruit het bovenstaande is overgenomen.