Fragment: Aristoteles – Politika / Boek 8: wat is het doel van onderwijs?

Op vrijdag 29 augustus is de site ‘Wat is het doel van onderwijs?‘ gelanceerd, met bijpassend e-book en documentaire. Het doel van de site zelf is om 1 miljoen Nederlanders binnen 1 jaar antwoord te laten geven op deze vraag. Zie http://watishetdoelvanonderwijs.nl/ voor meer informatie en achtergronden.

Ik lever graag een bijdrage aan dit project. Ik wil de tijdloze vraag naar het doel van onderwijs beantwoorden met een verwijzing naar Aristoteles.

De citaten hieronder zijn afkomstig uit werk van Aristoteles, meer precies uit boek 8 van zijn Politika. De onderstaande twee fragmenten zijn afkomstig uit de vertaling door Jan Maarten Bremer (*1932) en Ton Kessels (*1942), beiden emeritus hoogleraar Griekse taal- en letterkunde. Voor de vertaling ontvingen Jan Maarten Bremer en Ton Kessels vanwege het Nederlands Klassiek Verbond de Homerus-prijs 2013. Zie voor meer informatie de desbetreffende pagina van de Historische Uitgeverij.

2. Opvoeding en nut

Dat inzake opvoeding wetgeving nodig is en dat opvoeding een aangelegenheid moet zijn van de gemeenschap hebben we gezien. Wat opvoeding moet inhouden, en hoe deze inhoud bij te brengen, mag niet verzwegen worden. Op het ogenblik is het omstreden welke taken de opvoeding moet omvatten.

Men is het er niet over eens wat jongelui moeten leren, of het nu is met het oog op de voortreffelijkheid of op een zo goed mogelijk leven, en het is ook niet zonneklaar of wat ze leren meer op hun verstand gericht moet zijn of op karaktervorming. Wie afgaat op de nu gangbare opvoeding krijgt een verwarrend beeld te zien dat niet uitwijst of ze moeten leren wat bruikbaar is voor de noden des levens, of wat tot voortreffelijkheid strekt, of wat voorwerp is van kennis omwille van intrinsieke waarde; alle drie opvatting hebben hun aanhangers. (…).

3. Doel van onderwijs en muziek

(…). Hieruit (het meest voortreffelijke genot SV) valt af te leiden dat ook met het oog op intellectuele vorming in onze vrije tijd (scholê SV) bepaalde dingen aangeleerd en bijgebracht moeten worden: een opvoeding en leerstof die om zichzelfs wille bestaan, terwijl wat mensen leren met het oog op werk moet gelden als door nood gedwongen en omwille van iets anders bestaand.

Vandaar dat mensen vroeger ook muziek een plaats in de opvoeding hebben gegeven, niet als iets noodzakelijks – zo’n element bevat zij niet – of als iets nuttigs oals lezen en schrijven dat zijn voor zakenleven, huishouding, onderwijs en tal van politieke activiteiten, en ook tekenen geldt als nuttig voor een beter oordeel over werk van handwerkslieden0 maar ook niet zoals lichamelijke oefening nuttig is ten behoeve van gezondheid en kracht; geen van beide zien wij ontstaan als product van muziek. Dan blijft over dat ze dient tot geestelijke verrijking van onze vrijetijdsbesteding. (…).

Geef een reactie