Ligthart en het werk van de Docentendenktank

Door Eke Rebergen // Het is te vroeg voor een werkelijke beoordeling van het werk van de Docentendenktank. Laat dat duidelijk zijn. De Docentendenktank is dit jaar aan de slag gegaan met praktijkgedreven onderzoek. Onder praktijkgedreven onderzoek wordt onderzoek verstaan dat het de ervaringen van docenten uit de onderwijspraktijk als uitgangspunt neemt om vanuit daar fundamentele vragen te stellen. En dat is uiteraard een onzekere start. Een nieuw onderwijstrucje of een nieuwe lesmethode is nog wel overzichtelijk om te onderzoeken: effect en doel zijn te bepalen of vergelijken. De Docentendenktank is echt op zoek naar een ander type onderzoek. Wat zijn onderzoeksvormen en onderzoeksuitkomsten die juist nieuw onderzoek oproepen, nieuwe vragen doen stellen? Onderzoek dat naar nieuwe antwoorden doet verlangen – zonder dat het loszingt van de praktijk en een puur academisch of intellectueel spel wordt. Hier zit de zoektocht van de Docentendenktank. En de beoordeling van het werk van de Docentendenktank zou dat moeten weerspiegelen: het moet die zoektocht in ogenschouw nemen die geen vooropgesteld resultaat verlangt.

ligthart

Jan Ligthart

Juist vanwege dit type zoektocht zou ik de startblogs van de Docentendenktank willen beoordelen aan de hand van de ideeën die Ligthart aan het eind van zijn leven op papier heeft gezet. De Docentendenktank is namelijk een beetje zoals Ligthart wilde: de reflectie, het denken, het zelfbesef is secundair, maar ook wezenlijk. Secundair dus enkel qua werking: juist vanuit en enkel en alleen in dienst van het primaire: namelijk de actie, de praktijk, het doen. En daarnaast past bij Ligthart natuurlijk bij uitstek de emancipatoire beweging van de docenten zelf. Elke docent, of beter nog iedereen, zou juist voor zichzelf een bewustzijn moeten vergaren om zijn eigen (onderwijs)ervaring ‘voor te lichten’.

Een tussentijdse beoordeling van de werkwijze

Het werk van Ligthart zelf kan de Docentendenktank op het juiste pad houden: steeds weer vanuit en voor de ervaring van de docent zelf zal het onderwijsonderzoek moeten plaatsvinden. Ligtharts filosofie geeft dus een een beoordelingscriteria, hoewel een wat onnauwkeurige in wetenschappelijke termen: het succes van de Docentendenktank hangt af van of de onderzoeksvoorstellen geheel vanuit de eigen ervaring zijn geschreven en of het onderzoek dat straks uitgevoerd wordt ook weer in die ervaring terug zijn uitwerking gaat hebben. Ondanks dat een aantal startblogs vrij generiek overkomen, ga ik ervanuit dat er wel degelijk een dergelijke urgentie vanuit de eigen ervaring achter zit, en bij sommige toont die zich al heel expliciet. En de Docentendenktank heeft in dat geval een goede start gemaakt. Laat de docentendenktankleden voor de zekerheid nog eens nagaan waar die werkelijke eigen ervaringsurgentie precies zit en dit sterker in hun verdere voortzetting tot uitgangspunt nemen. De meesten schrijven al in hun startblog over eerste eigen ervaringsgerichte opmerkzaamheid en hoe ze hopen dat het onderzoek ook voor de dagelijkse onderwijservaring van meerwaarde zal moeten gaan blijken. Voor Ligthart zou dit essentieel zijn.

Ligthart zou volgens mij in het verlengde daarvan nog een groot risico benoemen, die ik de denktank-leden graag mee geef. Dat is dat het verdere verloop van het onderzoek geen makkelijke ‘uitvoering’ kan zijn van het voorstel. We moeten eerder dwalen, zoeken, denken, dan vanaf hier een recht pad te volgen. Het behelst geen afvinken van vervolgstappen of methodische opbouw. Elke verdere succesbepaling is eerder een iteratieve pas op de plaats, een afweging van mogelijke vervolgen, een creatief proces – dan een beoordeling of toetsing. Creatieve processen en open onderzoeken zijn beter te structureren aan de hand van een bezinning op tussenresultaten (prototypes) dan aan de hand van een tijdspad of plan van aanpak. Elke keer moet je kortom wederom deze nieuwe start maken en ervaring opdoen met wat het oplevert. Niet steeds weer teruggaan naar de ervaring en zelfbesef zou betekenen dat we de rest van het onderzoek als schijn uitvoeren. Het wordt dan al gauw artificieel. Zo lang het dus maar geen ‘vernis’ wordt: een extra laagje ter verfraaiing en bescherming. En ook geen van de persoonlijke ervaring losgezongen artificieel kennis-kunststukje. Juist naar de zaken zelf. De opzet van enkele startblogs neigt echter wel naar een dergelijk artificiële onderzoeksopzet of vernislaag. Oppassen geblazen dus.

Een tussentijdse beoordeling van de inhoud 

Inhoudelijk en qua vorm moeten we de eerste startblogs vooral als een soort prototype beschouwen. Vrij objectief kunnen we zeggen dat de inhoud van de startblogs is samen te vatten in zeven betekenisvolle thema’s: verhalen, onderzoeksruimte, ervaringsonderwijs, passiviteit, weerstand, uitstelgedrag en zelfsturing. Hier gaat de docentendenktank over, dit is de inbreng uit de praktijk, dit is waar de Docentendenktank als groep voor staat, dit is het ervaringsextract (zoals Ligthart zou zeggen) zoals dat nu is geformuleerd. Dit is wat het (dit jaar) kan en moet zijn. Dat is wat we moeten zien te verdichten tot een set overtuigingen die ons als docenten aan het hart gaat. De docentendenktank kan die set doorontwikkelen, bekrachtigen maar vooral naleven. Want zoals Ligthart schreef:

“Zoo zet zijn wijsheid, ervaringsextract, zich als ’t ware weer om in ervaringen. Voortgekomen uit het leven, gaat ze weer over in leven, neemt ze de levensgestalte aan.”

Dat dit opmerkelijk goed mogelijk is met de genoemde thema’s toont volgens mij de kracht van de inhoud van de startblogs. De docentendenktank moet van een voor docenten zijn. Het moet de docenten iets meegeven en iets aanbieden. Docenten zelf worstelen niet enkel met die thema’s in een professioneel opzicht, het zijn thema’s die mensen – en docenten zeker – in algemene zin, gedurende hun leven, in hun leven, raken. Het zijn thema’s die onlosmakelijk met het leven verbonden zijn.

De inhoud kenmerkt zich dus gelukkig, los van een meer professionele opvatting van onderwijs onderzoek, vooral ook door thema’s die de relatie tussen onderzoeker en onderzoek problematiseren. De onderwijsonderzoeker moet altijd ook zichzelf onderzoeken, of op zijn minst zijn meer algemene professie, zijn eigen verhouding daartoe. Het resultaat van het onderzoek is hij altijd ook een beetje zelf, namelijk als voorbeeld of doordat hij zelf met die onderzoeksresultaten in de praktijk de waarde moet kunnen laten zien. De resultaten van het onderzoek constitueren het onderzoek, de onderzoeker zal zelf veranderen gedurende het onderzoek. Dat de thema’s dat bij uitstek laten zien is volgens mij een indicator dat de inhoudelijke thema’s goed zijn gekozen.

Aanbevelingen voor de docentendenktank

Maar zie hier wel de complexiteit: de thema’s zetten alles op het spel, zowel onderzoeker als onderzoeksinhoud moeten steeds weer herijkt worden. De inhoud en moet net zozeer veranderd worden door de onderzoeker als dat de onderzoeker zal veranderen door de inhoud van het onderzoek. Met Schostak (zijn boek ‘Radical research‘) zouden we het kunnen hebben over radicaal onderzoek. Radicaal onderzoek is namelijk een onderzoek naar alternatieve gezichtspunten en een continue creatie van een nieuw begin (zowel voor de onderzoeker als onderzoek). Een poging tot het steeds weer in stand brengen van een vervolg door de onderzoeker waarin hij of zij zelf beïnvloed raakt. Daarnaast ook een poging om steeds weer opnieuw te selecteren, herscheppen. We zoeken geen waarheid of laatste theorie. Maar het is ook niet allemaal maar goed, het is verre van relativistisch. Juist die continue beïnvloeding en het nieuwe begin dat telkens weer wordt gezocht kenmerkt dit onderzoek. Het radicale onderzoek koestert en versterkt alternatieve gezichtspunten. De onderzoeker probeert zijn eigen gezichtspunt steeds weer kritisch te bevragen en zijn thema namens anderen een voor anderen te herscheppen, erdoor beïnvloed te worden, en ermee te beïnvloeden. Kortom: de Docentendenktank moet erop uit, in gesprek raken, inzichten en ervaringen delen, uitwisselen, confronteren, op elkaar inwerken. De komende fase zullen de thema’s binnenstebuiten moeten worden gekeerd. En dit lukt volgens mij niet helemaal alleen achter de laptop aan de keukentafel.

En waar de onderzoeker niet los kan worden gezien van het uit te voeren onderzoek, kunnen de individuele onderzoekers niet los worden gezien van de Docentendenktank waarin ze tezamen werken. Dit zou het kunnen rechtvaardigen om de gekozen inhouden van de docentendenktank op de docentendenktank zelf te laten terugslaan. In dat geval zou ik het volgende de Docentendenktank aanbevelen:

  1. Laat de docentendenktankbijdragen op zijn minst een mooi verhaal worden in weloverwogen voorstellingen. Daar zou ik graag Frank zijn hulp bij inroepen. Frank kan verantwoordelijk zijn voor het voorstellingsvermogen van de Docentendenktank.
  1. Laat de docentendenktankbijdragen onderzoeksruimte scheppen. Robert-Jan zou kunnen bewaken dat hier vragen worden gesteld die zijn als lichtjes in de kille duisternis. Robert-Jan toont zich hopelijk verantwoordelijk voor het frisse onderzoeksgehalte van de Docentendenktank.
  1. Laat de docentendenktank weerstand oproepen. Simon kan het oproepen van weerstand beschrijven, maar vooral ook zelf die weerstand oproepen. Weerstand zal nodig zijn in de Docentendenktank.
  1. Laat de docentendenktank uitstelgedrag tegengaan (of enkel spelend uitstellen: hier komt Frank weer om de hoek kijken). Mattijs is in staat om ‘procastrination’ tegen te gaan. Mattijs zal verantwoordelijk kunnen worden voor de feedback die daarvoor wenselijk is.
  1. Laat de docentendenktank uitblinken in zelfsturing. Jessica zou de daarvoor benodigde maar onvoorspelbare relatie kunnen bekrachtigen. Jessica kan verantwoordelijk zijn voor het benoemen van de kennis, begeleiding en het vertrouwen dat daarvoor nodig is.
  1. Laat de docentendenktank als laatste passiviteit in relatie tot ervaring begrijpen. Uiteraard raakt dit aan zelfsturing (zie Jessica) maar vooral ook het laten wennen aan het idee van eigen keuzen, het thema motivatie, en de mogelijkheid om iets te doen zonder dat iemand het resultaat van tevoren benoemd. Meer nog dan de anderen raakt dit aan het idee van Ligthart. Meer nog dan bij de anderen hebben Erik en Tessa het gewicht van de hele Docentendenktank op hun schouders. Tessa en Erik zijn niet enkel verantwoordelijk voor het vinden van goede voorbeelden en beschrijvingen hiervan – waarbij ik ze dus allereerst op Ligthart zou willen wijzen – maar vooral zullen ze zelf het voorbeeld moeten worden of zijn van wat ervaringsonderwijs en passiviteit in het onderwijs werken.

Samenvattend: zorg dat de docentendenktank ‘tot leven komt’.

Volgens mij moet het simpel zijn om met elkaar te praten over hoe de onderzoeken tot leven gaan komen. Schuw daarbij geen zogenaamde illusies of de meer fantastische plannen – Ligthart schrijft volgens mij terecht dat we niet zonder kunnen. Wees niet bang om te dromen en wees niet bang buiten de gangbare paden te treden, tegendraads te zijn, patronen te doorbreken of buiten de ingesleten onderzoekswegen te zoeken: dat is geen tegeltjeswijsheid, maar essentieel voor de weg die de Docentendenktank is ingeslagen. De concrete vraag die ik hoop dat wordt gesteld (met een knipoog naar Deleuze): “waar en hoe kan je het beste deze thema’s in werking stellen?” Dat lijkt misschien een gekke vraag maar die vraag zou ik graag tezamen met de leden in eenbrainstorm centraal zetten. Ik zal dan waar nodig het belang (ook politiek gezien) van deze vraag toelichten en hopelijk kunnen bijdragen aan een radicale verlevendiging van de Docentendenktank.

 

Geef een reactie