Meirieu aflevering #1 – over weerstand, maatwerk & subjectiviteit (Simon Verwer)

Dit is een eerste blog in een reeks van 3 over mijn vertaling van het werk van Philippe Meirieu. Naar het voorbeeld van René Kneyber die regelmatig blogde over zijn vertaling van het werk van Gert Biesta zal ik in deze blogs kort wat van mijn ervaringen en gedachten delen. In deze eerste bijdrage zal ik schetsen hoe ik denk dat het begrip ‘weerstand’ uit het werk van Meirieu relevant is voor een blik op onderwijs en opvoeding die recht doet aan complexiteit.

Wil je meer weten over de vertaling? Eerder beantwoorde ik een aantal vragen hierover op de website van uitgeverij Phronese, lichtte ik een uitspraak toe in het vakblad Van 12 tot 18 en publiceerde ik een korte inleiding op het denken van Meirieu, geschreven door Wouter Pols en Hans van Combrugge.


§ Weerstand en onderwijs: naar een onderwijspedagogisch begrip van een psychologisch concept

Weerstand en onderwijs. Het zijn twee thema’s die vaak met elkaar in verband worden gebracht, zij het op een vrij stereotype manier. Wie naar ‘weerstand en onderwijs’ zoekt komt namelijk al snel in de hoek terecht van de veranderkunde of arbeids- en organisatiepsychologie waarbinnen weerstand een fenomeen is dat bovenal overwonnen dient te worden.

De titel van het boek – Pedagogiek: de plicht om weerstand te bieden – mag daarom verbazen. De stelling van het boek is nu juist dat leraren meer weerstand moeten bieden en dit fenomeen bewust een plek dienen te geven in hun onderwijspraktijk. De crux is dat weerstand in het werk Meirieu een meervoudig, complex begrip is. Het onderstaande blog is een korte schets van het fenomeen ‘weerstand’ zoals dat in het boek wordt uitgewerkt: het ontwikkelen van het vermogen om weerstand te bieden is één van de rode draden in het werk van Meirieu en raakt aan allerlei klassieke opvoedings- en onderwijsthema’s.

Ik werd tot het vertalen van dit werk geïnspireerd toen ik in 2014 het werk van Gert Biesta leerde kennen. In zowel zijn teksten als in zijn spreekbeurten legt Biesta uit dat zelfkennis en praktische wijsheid fundamentele eigenschappen zijn van een goede leraar. Één van de beste oneliners die Gert Biesta in zijn presentaties gebruikt is “if you stand for nothing, you will fall for anything.” Dit gezegde is veelzeggend in zijn eenvoud en herkenbaar voor veel leraren die zoeken naar waar ze onderwijspedagogisch voor staan.

Wat deze uitspraak volgens mij aangeeft is het volgende: ieder mens wordt in zijn bestaan continu geconfronteerd met allerlei eisen, verwachtingen en behoeften vanuit anderen. We leven in een complexe samenleving waarin we dienen te voldoen aan allerlei normen. De weg van de minste weerstand is voor velen het meewaaien met allerlei winden om zo veel mogelijk mensen zo tevreden mogelijk te houden.

Dit is herkenbaar op individueel niveau maar kan tevens gebruikt worden als denkbeeld op voor het collectief. Professionals in het algemeen – en wij leraren in het bijzonder – worden vaak geconfronteerd met (al dan niet legitieme) verwachtingen, behoeften en eisen vanuit de samenleving, wetenschap en overheid aan hun professie. Wanneer je niet weet waar je als leraar voor staat, zal je niet in staat zijn om weerstand te bieden aan deze vaak verleidelijk vormgegeven aanspraken op jouw handelen. Je zult gevoelig zijn voor de laatste hypes, trends en subsidies. Je zult je veelal aansluiten bij de grote meerderheid en je zult vaker wel dan niet doen wat er van je gevraagd wordt.

Wat ik mooi vind aan het werk van Meirieu is dat hij stelt dat wij als mensen in het algemeen – en leraren in het bijzonder – ook weerstand moeten bieden aan eisen, verwachtingen en behoeften die vanuit onszelf komen. Het zijn namelijk deze irrationele infantiele verlangens die ons influisteren dat wij het zelf wel beter weten, dat we met rust gelaten moeten worden door bemoeizuchtige collega’s of dat collega’s juist nu eens naar ons zouden moeten luisteren. Merieu schrijft hierover in hoofdstuk 3 ‘De urgentie van de pedagogiek’:

Het is een zaak die nooit definitief beslecht is: het infantiele achtervolgt ons in de volwassenheid en de verleiding blijft groot, tijdens elke fase van het leven, om het Andere te willen verwoesten om zich, al is het maar voor een moment, te kunnen installeren op de troon van de alleenheerser.

Om tot goede beslissingen te komen is het voor ons dus van belang om weerstand te bieden zowel aan dat wat binnen komt als aan dat wat van buiten komt. Wat een grote uitdaging voor ons allen blijft is het gegeven dat het “een zaak is die nooit definitief beslecht is”. We worden aangesproken op onze verantwoordelijkheid en volwassenheid, ongeacht onze leeftijd.

§ Weerstand als noodzakelijke ervaring in opvoeding en onderwijs: wat betekent ‘maatwerk’ nu werkelijk?

Weerstand is in het denken van Meirieu geen obstakel dat overwonnen dient te worden maar een mogelijksheidsvoorwaarde om tot een volwassen houding te komen waarbij we rekening houden met onszelf, met de ander en het Andere. Het ervaren van weerstand, het leren bieden van weerstand en het leren omgaan met weerstand zijn fundamentele lessen die kinderen in opvoeding en onderwijs mee dienen te krijgen. Sterker nog: ze hebben er recht op.

Vanuit dit perspectief is volgens mij ook mogelijk om op basis van pedagogische gronden de hedendaagse maatwerktendens te bekritiseren en te onderzoeken op wenselijkheid. Steeds sterker worden ‘maatwerkdiploma’ en ‘gepersonaliseerd leren’ in het onderwijs gezien als oplossingen voor veronderstelde problemen. Leerlingen zouden zoveel mogelijk een curriculum dienen te volgen dat aangepast is aan hun wensen, interesses en voorkeuren. Met dit vooral technologisch, economisch, consumentistisch en politiek gedreven narratief is volgens mij een aantal dingen mis, waar wij als leraren weerstand aan dienen te bieden. Meirieu zou, denk ik, geïnteresseerd zijn in het concept ‘gepersonaliseerd leren‘ en er tegelijkertijd vraagtekens bij stellen. Zie voor vraagtekens trouwens ook de kritiek van Alderik Visser via deze link en een bespiegeling van Hester IJsseling over het onderwijsconcept van Agora. Zelf zal ik later dit schooljaar een beschouwing publiceren.

Voor nu hecht ik eraan te tonen dat het mogelijk is om zo naar onderwijs te kijken dat we de weerstand die leerlingen tegen komen in hun leven niet weg organiseren maar juist betekenisvol maken. In een belangwekkend paper uit 2012 getiteld ‘The educational significance of the experience of resistance: Schooling and the dialogue between child and world.’ heeft Gert Biesta hierover een aantal overtuigende argumenten voor onder elkaar gezet, onder meer op basis van het werk van Meirieu. Aan het eind van dit paper pleit hij voor het vertagen van het proces van opvoeding en onderwijs, ten einde de ervaring van weerstand serieus te nemen. Hij schrijft:

That is why I wish to underscore the need for slowing education down so that schooling can become slow (see, for example. Holt, 2002; Meirieu, 2008). A slow school, so I wish to suggest, is a school that takes the educational significance of the experience of resistance seriously in that it understands that it is through engagement with the experience of resistance that our worldly existence in the world and thus the existence of the world itself become possible. A slow school thus needs to give resistance a place, which also means that it needs to resist the all too simple demands for personalisation, flexibility and a customer orientation if such demands are aimed at taking the essential difficulty out of the educational process. (Biesta: 2012, p. 101).

Vorming, onderwijs en opvoedingslessen omvatten altijd weerstand die in eerste instantie niet welkom is. We weten dat goed onderwijs niet mogelijk is zonder frustratie, spanning en tegendruk. Het is onze taak om altijd op zoek te gaan naar waar de belangstelling van de leerling naar uit gaat en naar wat in zijn of haar belang is. We dienen oog te hebben voor wie hij is en wie hij aan het worden is. De pedagoog Micha de Winter is hier al jaren in Nederlandse context een pleitbezorger van. Een fundamentele vraag die bij mij op komt in dit kader is dan ook: op welke wijze worden kinderen binnen een cultuur van ‘gepersonaliseerd leren’ geconfronteerd met de noodzakelijke ervaring van weerstand?

§ Hoe leer je leerlingen om op een volwassen wijze weerstand te bieden aan zichzelf en aan anderen?

Nu is het betekenisvol maken van weerstand en frustratie volgens mij dus een essentiële taak van onderwijzers en één van de grootste uitdagingen. Het ‘valoriseren’ van dit type ervaringen is lange tijd uit beeld geweest. Ik merk op dat het pas sinds recent (weer?) is dat wij naar ons beroep kijken als een inherent meervoudige activiteit, waarmee ik doel op dat ons handelen als leraar zich altijd tegelijkertijd begeeft in de doeldomeinen kwalificatie, socialisatie en subjecticatie. Het is mijn verwachting dat deze twee laatste domeinen de komende periode om veel aandacht zullen vragen, juist van onderwijzers, om tot een gedeeld vocabulaire en aanpak te kunnen komen. Hester IJsseling heeft op haar blog al een mooie verkenning geschreven. Desalniettemin hebben we meer praktische handvatten nodig. Laat ik daarom nu een voorschot geven.

In hoofdstuk 9 ‘De leerling onderwijzen als subject’ komt Meirieu met een aantal concretiseringen van uitspraken. In het werk van Meirieu is subjectiviteit een essentieel thema. Wat subjectiviteit precies is, hoe het werkt en hoe het een rol speelt in menselijke ontwikkeling is een van de grootste vraagstukken uit de onderwijspedagogiek en filosofie. Zie bijvoorbeeld deze toelichting van Gert Biesta over het verschil tussen persoonsvorming of subjectificatie. Heel kort voor nu op deze plek: waar ‘leerling zijn’ een specifieke rol of identiteit is, is de leerling-als-subject een meer authentieke uitdrukking van een bestaanswijze waarin het kind over meer zelfbewustzijn en handelingsvermogen beschikt. Ik noem hier twee voorbeelden van uitspraken die ons verder kunnen helpen om het begrijpelijk te maken.

Zo schrijft hij:

“Een leerling-als-subject is in staat in de wereld te zijn zonder er altijd het centrum van te willen zijn.”

In de tekst bij deze uitspraak legt hij uit dat leerlingen geleerd moeten krijgen om “een plaats in te nemen zonder alle plaats in te nemen.” We kennen allemaal die leerling die tijdens groepswerk de boventoon voert. We dienen deze leerling zich bewust te maken van zijn positie door hem kennis te laten maken met verschillende rollen, taken en verantwoordelijkheden, waarbij wij hem aandachtig surveilleren en van zorgvuldige feedback voorzien.

Een tweede uitspraak is als volgt:

“Een leerling-als-subject is in staat om zijn verlangen om te willen weten te transformeren naar een verlangen om te leren.”

Sommige leerlingen hebben het infantiele verlangen om zonder al te veel moeite snel resultaat te willen boeken. Ze willen weten hoe iets zit en zijn daar nieuwsgierig naar maar voelen niet de motivatie om de bijbehorende inspanning te leveren om dit ook daadwerkelijk uit zoeken. Ze zijn op zoek naar directe genoegdoening. Het is aan ons als leraar de taak om leerlingen bij te brengen dat de reis minstens net zo boeiend is als de de bestemming en dat het daadwerkelijke leren vaak gebeurt tijdens het onderzoeken.

Met deze blog heb ik willen aangeven hoe het denken van Meirieu van waarde kan zijn in ons denken over het leraarschap en ons handelen in de praktijk. Heb je vragen, feedback of wil je een opmerking kwijt? Neem vooral contact op via simon.verwer@gmail.com

Simon Verwer
November 2015

p.s. Enthousiast geworden? Je kunt je hier het boek reeds reserveren via deze link

6 Comments

  1. wouter pols

    Wat staat Meirieus pedagogiek toch haaks op de manier waarop wij hier tegen opvoeding en onderwijs aankijken. Opvoedings-en onderwijsprocessen moeten gladjes verlopen, problemen moeten zo snel mogelijk worden opgelost, zo snel mogelijk de juiste middelen worden ingezet om het het leer- en gedragsprobleem te tackelen. In andere woorden: weerstanden moeten zo snel mogelijk uit de weg worden geruimd. Meirieu zegt wat anders. Stel je open voor weerstanden die je voelt: bij jezelf en bij de ander. Durf ze uit te houden. Als we weerstand ervaren komen we het onbegrepene tegen: bij ons zelf en bij de ander. Er komt iets dwars te zitten. Als we weerstand ervaren, ervaren we het raadsel dat het leven is. Weerstand vraagt om vertrouwen, geduld, kunnen wachten, zonder dat we het weerstandgevende in ons zelf en de ander afwijzen of de kop in drukken. We houden er kortom een relatie mee. Volgens mij gaat het hier om essentiële pedagogische deugden. Die deugden zijn we door ons gefocust zijn op een pedagogische technologie vergeten. Mijn ervaring in het onderwijs is: doorgaan, vertrouwen hebben, steeds weer opnieuw beginnen zonder de intentie die je met de ander hebt (hem of haar groot laten worden) op te geven.

    Sinds een aantal jaren geef ik aan basisschoolleerlingen en een vmbo-leerling bijles. Het gebeurde dat ik maanden geen vooruitgang zag, maar ik bleef doorgaan, doorgaan met beginnen, en op eens was er die sprong vooruit. Dat was ook mijn ervaring in het speciaal onderwijs. Doorgaan met beginnen, beginnen met doorgaan, dat is volgens mij de grondslag van Meirieus pedagogiek.

  2. Raf Feys

    Prof. Meirieu was lange tijd als onderwijskundige en politiek adviseur de nieuwlichter bij uitstek die de meest naïeve ideeën verkondigde over Pédagogie differentiée e.d. De voorbije jaren is hij gelukkig een andere weg ingeslagen.

  3. wouter pols

    Dit is inderdaad wat je vroeger in Frankrijk veel hoorde. Meirieu is een (kindgerichte) pedagochelaar. Het is het standpunt van de zogenaamde republikeinen:de voorstanders van de school van Ferry met haar nadruk op de onderwijsinhouden. De pedagoog zou alleen maar naar het kind en zijn ontwikkeling kijken. Meirieu heeft zich vele malen tegen dit ongenuanceerde standpunt verweerd. Daarbij is is met bekende republikeinen in debat gegaan (vgl. Lettres à quelques amis politiques sur la République et l’état de son école). Ik denk niet dat in Frankrijk nog veel mensen rondlopen die Meirieu een ongenuanceerde kindgerichte pedagoog zullen noemen. Meirieu benadruk juist de inhoud (‘culture générale’), maar daarbij moet je wel rekening houden met de manier waarop kinderen leren en zich ontwikkelen. Het gaat bij Meirieu om vorming, niet alleen in culturele zin, maar ook in politieke. En daarbij gaat het om kansen voor allen. Meirieu is in alle opzichten een republikein: een pedagogische republikein.

    Meirieu heeft inderdaad voor gedifferentieerd onderwijs gepleit, niet alleen op de basisschool, maar ook op het collège. En dat was (en is nog steeds) hard nodig. Wat Meirieu voorstelde doen wij op onze basisscholen als meer van twintig jaar: differentiatie wat betreft de instructie, maar ook differentiatie wat betreft (verdiepende) inhoud. De ideeën die Simon naar voren brengt stammen uit het begin van de jaren negentig (Le choix d’éduquer en La pédagogie entre le dire et faire), vijf of zes jaar voordat Meirieu op verzoek van Claude Allègre zijn rapport over de colleges liet verschijnen.

  4. Pingback: Het maatwerkdiploma is dood. Lang leve maatwerk! | Jasper Rijpma

  5. Pingback: Philippe Meirieu – Pedagogiek, de plicht om weerstand te bieden | onderwijs filosofie

  6. Pingback: Philippe Meirieu – Pedagogiek, de plicht om weerstand te bieden | onderwijs filosofie

Geef een reactie