Hoe je als leraar een oordeel kunt vormen over het lerarenregister. (Simon Verwer)

Sinds enige bestaat het Lerarenregister. Dit beroepsregister, te vinden via de website Registerlaar, is onderwerp van debat. Een van de redenen hiervoor is dat registratie vanaf 2017 hoogstwaarschijnlijk verplicht zal worden gesteld. Iedere leraar in Nederland dient dan in dit register te staan.

Op 8 oktober mag ik tijdens het lerarencongres deelnemen aan een gesprek over het lerarenregister. Het debat is van 15.00 tot 15.40 met Hester Ijsseling, Jan-Anthonie de Bruijn, Simon Verwer en nog 2 deelnemers onder leiding van Jurjen van den Bergh, Senior Onderwijsvernieuwer bij de Denktank Kennisland.

In deze blogpost kijk ik vooruit naar dit gesprek, laat ik zien hoe ik te werk ben gegaan en schets en scherp ik mijn gedachten. Een verzameling van artikelen met argumenten is hier te vinden en via deze link zie je hoe er op twitter door een aantal mensen over werd gedacht.

Meer info over het lerarencongres via http://www.lerarencongres.nl/

Hoe je als leraar een oordeel kunt vormen over het lerarenregister. Een praktijkvoorbeeld.

Op welke manier kunnen we de kwaliteit van het Nederlandse onderwijs verbeteren? Deze vraag staat centraal in veel van de gesprekken die ik voer op school en in artikelen die ik schrijf en lees. Ik vertaal deze abstracte vraag altijd voor mijn eigen praktijk als: wat betekent X uiteindelijk voor de werkelijkheid van mijn lespraktijk op school? Op welke manier draagt X bij aan beter onderwijs door mij voor mijn leerlingen? Ik denk dat veel collega’s op eenzelfde wijze denken.

In dit geval is X het lerarenregister. Mijn startpunt hier is een oprechte, open poging om tot een oordeel te komen over de voor- en nadelen van een lerarenregister. Ik doe dit dus vanuit mijn eigen perspectief als leraar op een middelbare school. Je kunt ook vertrekken vanuit andere perspectieven, zoals vanuit de overheid, vanuit schoolleiders, vanuit een aanbieder van cursussen, of vanuit een belangenorganisatie, zoals de vo-raad. Dat doe ik bewust niet, omdat ik het vormen van een oordeel als leraar al complex genoeg vind.

Evenwel zal ik sommige argumenten vanuit andere perspectieven bij mijn eigen oordeelsvorming moeten betrekken. Er zijn denk ik op het moment weinig leraren in Nederland die het vraagstuk van het register in al zijn complexiteit kunnen overzien en kunnen beoordelen. Ik zelf merk in ieder geval dat ik kennis mis om te goed te kunnen oordelen.

Op dit moment van schrijven schort ik mijn eigen oordeel nog tijdelijk op. Ik wil eerst beter begrijpen:

1) wat het lerarenregister precies is
2) waarom het ooit verzonnen is en wat het doel is
3) wat de voor- en tegenstanders precies stellen.

Deze stappen zijn hieronder te volgen. Ik eindig met een voorlopige uitspraak over mijn eigen positie.

Ongetwijfeld is mijn werkwijze beperkt. Tegelijkertijd is het een feitelijke weergave van een leraar die naast zijn drukke praktijk graag op de hoogte wil zijn van ontwikkelingen die zijn werk bepalen. Zoals de collega’s en inmiddels semipolitici Evers en Kneyber altijd mooi zeggen:

Als ik niet in mijn naam spreek, wie zal het dan doen? Maar als ik alleen maar in mijn naam spreek, wie ben ik dan? En als wij onze stem niet laten horen, wie zal het dan doen? En als we dat niet nu doen, wanneer dan wel?

Stap 1 – Wat is het lerarenregister?

Wat het lerarenregister precies is en voorstelt vraagt van de geïnteresseerde leraar om zijn aandacht tijdelijk te richten op wat hierover voorhanden is. Op de website www.registerleraar.nl zijn teksten, brochures en video’s te vinden waarin het idee achter en de doelstellingen van het register worden uitgelegd. Er staat onder andere:

“Registerleraar.nl is het beroepsregister voor leraren in het basisonderwijs, voortgezet onderwijs, middelbaar beroepsonderwijs en speciaal onderwijs die gaan voor kwaliteit. Registerleraar.nl is opgezet door de Onderwijscoöperatie en daardoor van, voor en door de leraar.”

In mijn eigen woorden samengevat: een website waarop ik, naast dat ik mijn diploma’s registreer, tevens aangeef hoe ik invulling geef aan mijn professionalisering. Concreter: ik schrijf hier op welke activiteiten ik verricht om een betere leraar te worden. Een uitgebreide omschrijving van het register is naast de website ook te vinden in de Kamerbrief over het lerarenregister van Sander Dekker, d.d. 4 oktober 2013.

Stap 2 – waarom en door wie is het lerarenregister ooit verzonnen, of te wel: wat is het doel?

Waarom zo’n register in het leven geroepen is is een wezenlijke vraag die van belang is voor het vormen van een gedegen oordeel.

Het ontstaan van het register is een politieke geschiedenis. Het Nederlandse onderwijs wordt bestuurd door een groot aantal organisaties met een dito aantal belangen waarvoor het vraagstuk van het register een belangrijke vindplek is. Denk onder andere aan het ministerie, de verschillende raden, de vakbonden, de besturen en de grote aanbieders van na/bijscholing. Een belangrijke bron voor het ontstaan van het lerarenregister is, voor zover ik kan terugvinden, het rapport van Alexander Rinnooy Kan ‘Leerkracht!‘ uit 2007 staat onder meer:

De Beroepsgroep Leraren houdt een publiekrechtelijk basisregister van zijn leden bij, waarin hun werkervaring en scholing wordt geregistreerd. Wanneer een leraar zijn deskundigheid onvoldoende bijhoudt, vervalt de registratie. Daarnaast wordt een register bijgehouden van excellente leraren, die aan strenge additionele kwaliteitseisen voldoen.

Wat hier boven wordt aangeduid als de Beroepsgroep Leraren heet tegenwoordig de Onderwijscoöperatie. Over de legitimiteit van deze organisatie ontstaat regelmaat discussie, een onderwerp dat dan ook verbonden is het met vraagstuk van het lerarenregister. Zie hierover bijvoorbeeld het blog van Hartger Wassink.

Nu, vanaf hier wordt het lastiger met betrekking tot de oordeelsvorming.

De vraag hier is nu namelijk: hoe ver wil je als leraar gaan? Hoeveel wil en/of moet je weten om tot een goed oordeel te komen? Is het voldoende om op basis van de bovenstaande informatie, voorzien door de overheid zelf, tot een oordeel te komen en zo niet, welke bronnen dien je dan te raadplegen?

En ook praktisch: hoeveel tijd heb je om jezelf op de hoogte te brengen van dit debat? Is deze tijd goed besteed?

Vanuit mijn perspectief als betrokken leraar is voor het vormen van een deugdelijk oordeel het beter begrijpen van de politieke geschiedenis van belang, zij het erg complex. Ik denk dat de casus ‘het lerarenregister’ binnen niet al te lange tijd onderwerp zou moeten worden van een promotieonderzoek naar hoe goed onderwijsbeleid wordt gemaakt, denkend vanuit bijvoorbeeld vanuit de bevindingen en aanbevelingen van de commissie Dijsselbloem.

Een website die deze ontwikkelingen goed heeft gevolgd is Scienceguide, waarvan het meest recente stuk van 12 maart 2014 ‘balans van plicht en recht’ goed inzicht biedt in de huidige stand van zaken. Wil je meer weten over de politieke ontstaansgeschiedenis, dan heeft Scienceguide nog een aantal stukken hierover.

Ik kies er voor om vanaf hier verder de doelstelling en achtergrond van het register voor mijzelf nog kort iets verder te duiden. Dat betekent dus dat ik bewust afzie van mij verder verdiepen in de ontstaansgeschiedenis.

In de eerdergenoemde kamerbrief staat onder meer:

Met de doorontwikkeling van het lerarenregister willen we, samen met betrokken partijen, duurzaam borgen dat leraren hun bekwaamheid systematisch bijhouden en ontwikkelen en daarover verantwoording afleggen. Zo kunnen ouders en
leerlingen en in het mbo het bedrijfsleven waarvoor wordt opgeleid, erop vertrouwen dat het onderwijs bij die leraren in goede handen is.

En

In algemene zin is de functie van een beroepsregister het waarborgen van de kwaliteit en de eer van het beroep.

Goed, de bedoeling vanuit de overheid is mij nu duidelijk. Ook de teksten op www.registerleraar.nl zijn duidelijk.

Wat moet ik nu vinden? Om op deze vraag goed antwoord te kunnen geven ben ik het debat gaan onderzoeken.

Stap 3 – Wat zeggen de voor- en tegenstanders?

Ik heb artikelen die ik heb gelezen in de afgelopen tijd over dit onderwerp weer opgezocht, gebundeld en de argumenten geanalyseerd. Dit lijstje is terug vinden in dit document. Ongetwijfeld heb ik dan nog stukken gemist maar het is een goede start. Ik denk dat iedere leraar die zich een oordeel wilt vormen er goed aan doet een aantal stukken uit dit lijstje te lezen.

De voorstanders zijn in wezen hierboven al ruimschoots aan bod gekomen. In het plan van het initiatief Samen Leren staat bij actiepunt 9 duidelijk waarom zo’n register er moet komen.

De top 3 voor argumenten voor mij zijn:

1. Een register kan bijdragen aan ruimte voor de professionaliteit van leerkrachten. Joost Kentson, voorzitter van de Onderwijscoöperatie en schoolleider, verwoordt het mooi als volgt:

Als de leraar in haar en zijn vak zich niet weet los te maken van een discussie ‘verplicht ja of nee’ en alleen maar het gevoel krijgt ergens toe te worden verplicht, dan zou ik die leraar willen zeggen: ‘ja, het wordt een verplichting, maar er zit nu een enorm recht van spreken aan vast’. Het wordt nu goed geregeld dat er gelegenheid is om je verder te bekwamen.

2. Een register kan bijdragen aan het stellen van beroepsstandaarden door leraren voor elkaar. Er is, naar mijn oordeel, in het onderwijs ruimte voor vrijblijvendheid die ten koste gaat van goed onderwijs voor leerlingen. Een register kan bijdragen aan het stellen en bijhouden van minimumeisen die aan leraren gesteld mogen worden.

3. Een register kan instrumenteel zijn in het verder uitdenken van fasen of standaarden voor duurzame professionele ontwikkeling, via bijvoorbeeld junior/medior/senior/eindbaas achtige gelaagdheden.

Met betrekking tot de tegenargumenten is er een groot scala om een top 3 uit te vormen. Wat mij opviel is dat van de leraren die ik ken via twitter vrijwel niemand voor een register is en dat het bij mijn collega’s op school überhaupt geen thema is. Het lerarenregister voldoet overduidelijk niet aan een gevoelde behoefte vanuit het meerendeel van de leraren in Nederland.

Mijn top 3 tegen argumenten is:

1. “Professionalisering is een taak van scholen en besturen zelf, o.a. omdat professionalisering hoofdzakelijk op school in de praktijk gebeurt. Dat het register kon ontstaan komt omdat bestuurders hun taak t.a.v. professionaliseringsbeleid hebben verwaarloosd.” Auteur: Ben van der Hilst

Waarom zou je op nationaal een register bedenken als je op decentraal niveau via de inspectie kunt monitoren? Zoals Hester schrijft zijn er eigenlijk maar 3 partijen die hierover zouden moeten gaan:

De afstudeercommissie van lerarenopleidingen/pabo’s en stagebegeleiders beoordelen of een leraar startbekwaam is.
Scholen waar leraren solliciteren bepalen of deze of gene leraar voldoet aan de eisen die de school stelt met het oog op de kwaliteit van onderwijs.
De inspectie bepaalt of scholen de criteria die ze aanhouden met betrekking tot onderwijskwaliteit met een robuuste argumentatie kunnen onderbouwen.

2. “Beroepsregisters zijn schijnsturing op schijnkwaliteit.” Auteur: Sandra Beuving

Een register zorgt niet voor betere leraren. Het gewenste effect in andere sectoren is niet bestaand of zeer beperkt want: het houdt goede leraren van hun werk af en maakt van zwakkere collega’s nette afvinkers die hun tijd vooral daarin investeren.

3. Geldverspilling Auteur: meerdere mensen

Een onderdeel dat niet zo vaak aan de orde komt is het feit dat het onderhouden van zo’n register een kostbare activiteit is. Denk hierbij niet alleen aan het geld om de database op orde te houden, de cursussen te valideren, etc. maar ook aan het geld dat leraren verdienen terwijl zijn hun tijd investeren in het registreren van hun activiteiten in plaats van aan het geven van feedback aan hun leerlingen. Het zou overigens nog te bezien zijn hoeveel tijd dit nu werkelijk kost.

Conclusie

Goed, waar sta ik nu zelf?

Ik denk om eerlijk te zijn dat ik er nog niet helemaal ben met mijn oordeelsvorming. Een lerarenregister staat namelijk niet op zichzelf. Het register maakt deel uit van een groter beeld van cultuur, politiek, denken en ideologie dat tot op heden slecht zichtbaar is.

Ik reageer, net als veel collega’s, in eerste instantie afwijzend op het register, vooral vanuit de emotie dat ik het toch niet nodig heb om gecontroleerd te worden. Als ik dan een stap verder denk weet ik rationeel dat er wel veel leraren zijn die een zetje in de rug goed kunnen gebruiken bij het besteden van hun scholingsbudget en professionaliseren. Ik denk dan ook dat het register er niet hoeft te komen voor de relatief kleine groep leraren die al uit zichzelf beweegt en dit stuk leest en wel dat het een goede zaak is voor het Nederlandse onderwijs als geheel.

Kortom mijn standpunt is: (voorlopig) voor.

10 Comments

  1. Een register is toch emancipatie van het leraarsberoep? Net als in andere sectoren. Natuurlijk is het geen Haarlemmerolie, maar dat is toch geen reden om hierover zo te zeuren? Waarom altijd zo moeilijk doen, die leraren?

  2. Jan Fasen

    Dag Simon,

    Dank voor het nog eens op een rij zetten van alle voors en tegens rondom het lerarenregister. Op social media is veel te doen over het thema, ik heb ongetwijfeld niet alles gelezen, dus wanneer mijn reactie ook al door anderen is geroepen plaats ‘m dan gewoon niet.
    Het gaat me om twee punten:
    1. Elke beroepsgroep waarvan het handelen invloed heeft op het publieke domein heeft zich te verantwoorden in dat publieke domein. En al zeker wanneer die beroepsgroep met behulp van rijksmiddelen die handelingen verricht. Het kost niet veel moeite om na te gaan welke beroepsgroepen dat zijn. Maar zeker zijn dat leraren en bestuurders en schoolleiders en…… Dus vanuit dat gegeven ben ik voor zo’n lerarenregister. Alleen is nu de vraag waar leg je dan verantwoording over af? Die vraag brengt me bij mijn tweede punt.
    2. Zoals het er nu ligt gaat het om het zichtbaar maken van de bevoegdheden die een leraar heeft en wat hij doet om bij te blijven / beter te worden in zijn vak. Vanuit mijn eerste punt vind ik het lastig voor te stellen dat je daar tegen kunt zijn. Ik zie niet in wat dit met wantrouwen en/of bedilzucht van de overheid te maken heeft. Om haar werk goed te kunnen doen heeft een overheid het volste recht om verantwoording te vragen/eisen. En daar een aantal kwalitatieve kaders aan te koppelen. Een overheid die toegeeft aan de roep om alles maar aan de sector(en) over te laten roept bij mij de verdenking van ‘het ook niet meer weten’ en intellectuele luiheid over zich af.
    Daar komt nog bij dat ik de laatste tijd bij leraren een opvallende toename naar professionalisering / professionaliseringsvragen bespeur, hoogstwaarschijnlijk onder invloed van velerlei vernieuwende ontwikkelingen binnen de scholen. Als het doel van het register is om leraren meer aan de studie te krijgen lijkt de eigen schoolontwikkeling én de steeds grotere ruimte die leraren hebben om daar invloed op uit te oefenen het register nu al in te halen. Ik vraag me opnieuw af wat er op tegen is om die professionaliseringsactiviteiten zichtbaar te maken op zo’n register?
    Het zou pas spannend worden wanneer je zichtbaar zou moeten maken wat je met die bevoegdheid en al die professionalisering doet. In welke mate je leerlingen er beter van worden. In welke mate je innovatief en vernieuwend bezig bent etc. Dat zou pas interessant zijn. Dáár zou je morele bezwaren tegen kunnen hebben. Maar dat deel wordt terecht afgekaart binnen de scholen. Dat is het spel dat schoolleiding en leraren met elkaar moeten spelen en ook veelal doen. Dat is binnen het register niet aan de orde.

    Wat zou het een krachtig signaal zijn wanneer leraren dit register omarmden als het minimale waar ze publiekelijk verantwoording over willen afleggen. Om van daaruit, met gezag, vanuit de beroepsgroep zelf, het inhoudelijke gesprek op gang te brengen over wat goed onderwijs is en wat daarin de onmiskenbare rol van de leraren is. Vol zelfvertrouwen de volle ruimte nemen en een geziene gezaghebbende en trotse partner zijn in het kleurrijke debat over het Nederlands onderwijs. Misschien wel het belangrijkse actiepunt (11) van #samenleren. Volgens mij zou dat goed zijn voor de leraren zelf en daarmee voor de leerlingen.

  3. Jip

    Ik vind dat je het stuk erg leuk opbouwt, leuk dat je je overwegingen noemt en hier bronnen bij zet. Dit maakt hetzelfde proces doorlopen voor mij zo’n 100 keer sneller. Bedankt.

    Bijzonder vind ik dat je met al deze punten toch uiteindelijk ‘voor’ bent. Ik deel al je voors en tegens en kom daarmee op ‘tegen’ uit. Bijzonder om het helemaal met iemand eens te zijn en toch oneens te zijn…

    • Edith

      Dag Simon, nav een mail van de Onderwijscooperatie met daarin de oproep je aan te melden voor deelname aan een docentendenktank, ben ik al enige tijd alles aan het lezen wat met jou en Eke te maken heeft. Vooral de filosofische kant spreekt mij geweldig aan en ik geniet van de vele artikelen en verslagen. Zelf ben ik al bijna 27jaar een bevlogen docent die elke dag nadenkt over het onderwijs in allerlei vormen. Bij het lezen van dit stuk volgde ik al je argumenten met instemming maar anders dan jij en Jip weet ik nog steeds niet of ik nu voor of tegen het register moet zijn;sterker het is voor mij alleen maar lastiger geworden; en dat terwijl ik al een paar jaar meedenk met de klankbordgroep van de Coöperatie en de LAR.2726

  4. Pingback: Het Alternatief 2.0 - CPS.nl

  5. Pingback: Hoe je als leraar een oordeel kunt vormen over ...

  6. Dag Simon,

    Bedankt voor dit overzicht. Ik begrijp alleen niet dat je uiteindelijk (voorlopig) ‘voor’ bent, terwijl je twee alinea’s eerder aangeeft er nog niet uit te zijn.

    Mijn eerste gevoel: tegen. Ik ga niet beter lesgeven van een register en niemand zal ooit kijken of die Visser zich wel bijschoolt. Een administratieve handeling, meer niet. Daarbij is bijscholing niet het ei van Columbus als ‘t gaat om beter lesgeven. Ik leer net zo veel van collega’s en de dagelijkse praktijk als van cursussen. Wat dat betreft zou het lerarenregister vooral een symbolische waarde hebben.

    Jan Fasen schrijft: ‘Wat zou het een krachtig signaal zijn wanneer leraren dit register omarmden als het minimale waar ze publiekelijk verantwoording over willen afleggen.’

    En daar ligt voor mij de crux.

    Het lerarenregister zit niet meer in het beginstadium. Inmiddels is vrij duidelijk geworden dat docenten niet zitten te wachten op het lerarenregister. Uit het jaarverslag van OCW blijkt dat de doelstelling wat betreft aanmeldingen voor het register bij lange na niet gehaald is (ik heb de cijfers niet paraat, maar ‘t gaat echt om 0,2% aangemeld bij een streefpercentage van 20%, iig iets van die orde). Als docenten dit register omarmd hadden, dan hadden zij zich al wel massaal aangemeld.

    De nieuwe vraag zou moeten zijn: Ben je voor een lerarenregister als dat register niet omarmd wordt door leraren zelf?

    • Edith

      Dit lijkt mij een erg goede vraag.

  7. Pingback: Over het lerarenregister | Jasper Rijpma

  8. Joost

    Ik wordt elke les beoordeeld, door het meest kritische publiek wat er maar is. Zij zijn tevens mijn belangrijkste input van mijn professionalisering. Ook als docent met jaren lange ervaring. Hier kan geen cursus van het APS of SLO tegen op.
    Helaas kun je dit niet is het lerarenregister zetten. Docenten die allerlei cursussen aflopen zijn nog geen goede docenten. De kwaliteit van een docent vind je in zijn lessen en niet in een register.

    Conclusie: weg ermee.

Geef een reactie