Emancipatie in het onderwijs – in reactie op Hester IJsseling (Eke Rebergen)

Hieronder een reactie op de blog van Hester IJsseling over emancipatie van de leraar. Gezien de lengte en vrij eenduidige inhoud krijgt het hier een aparte pagina, daarmee is het ook te lezen als een korte eerste samenvatting van de complicaties van het denken van Jacques Rancière voor (het schrijven over) emancipatie in relatie tot onderwijs.

Beste Hester,

Het is me een genoegen om te lezen dat je aan de slag bent met emancipatie in het onderwijs en emancipatie van de leraar in het bijzonder. Rancière is hierbij het voor de hand liggende en tevens zeer interessante uitgangspunt dat je kiest. Hieronder probeer ik enigszins met je mee te denken en op je geschreven stuk te reflecteren, simpelweg omdat de materie me enorm aanspreekt.

Zoals je met Rancière beschrijft is elke vorm van ‘zeggen hoe het moet’, afdwingen of opleggen automatisch een afstomping, en afstomping is zoiets als het tegenovergestelde van emancipatie. Hoewel simpel om op een dergelijke manier samen te vatten, zijn de implicaties complex.

Allereerst een complexe implicatie voor de directe onderwijspraktijk van de leraar binnen zijn school, zoals Rancière schrijft:

“Er zijn honderd manieren om te onderrichten, en men leert ook in de school van de afstompers; een leraar is een ding, wellicht minder gemakkelijk hanteerbaar dan een boek, maar men kan (van) hem leren: hem observeren, hem imiteren, hem ontleden, hem opnieuw samenstellen, de aangeboden persoon ervaren. Met leert altijd bij als men een mens hoort spreken. Een leraar is niet meer of minder intelligent dan een andere mens en over het algemeen biedt hij aan de onderzoeker een grote hoeveelheid feiten ter observatie. Maar er is slechts één manier om zich te emanciperen. En geen enkele partij, geen enkele regering, geen enkel leger, geen enkele school of institutie zal ooit één enkele persoon emanciperen.”

De gehele onderwijspraktijk zit dus hoe dan ook in een lastig parket, als het gaat om emancipatie!

Maar ook voor lerarenopleiders of andere mensen die juist weer de leraar proberen te vertellen ‘hoe het moet’ gelden eigenlijk dezelfde principes. Sterker nog: elke superieure positie, elke uitleg, elke expertise die wordt ingezet leidt per definitie simpelweg tot afstomping.

Daarmee is het bij het bespreken van Rancière’s werk (De onwetende meester) overigens altijd ook weer opletten om niet zelf Rancière uit te gaan leggen of zijn denkbeelden aan anderen op te willen leggen – dan heeft de tekst namelijk een afstompend effect, ondanks de goedbedoelde inhoud. Het is onzinnig om ‘statements’ te maken over de noodzaak van emancipatie als je werkelijk emancipatie wil onderwijzen of vormgeven. Rancière pakt het in mijn ogen dan ook veel vernuftiger aan door te vertellen over Jacotot en enkel maar zijn geval te beschrijven en dit te relateren aan ideeën over afstomping en emancipatie binnen onderwijssituaties.

Of eigenlijk niet zomaar te vertellen: hij kiest niet toevallig voor Jacotot, maar omdat die zowat was verdwenen uit toenmalige discussies over onderwijs, tegengekomen in de archieven, en is juist als ‘onbekende’ geweldig om in deze context het woord te laten doen. Of nog beter; om tezamen op emancipatie te wijzen. Dit is namelijk in mijn ogen de ‘oplossing’ van Rancière: onderwijs niet uitleggend, opdringend, opleggend, maar laat zien. Wijs bepaalde dingen aan. Zo ook bij het schrijven over emancipatie. Laat simpelweg een andere manier van doen zien.

Rancière laat hiermee dus zien dat er alternatief is ten opzichte van het onderwijzen van emancipatie: namelijk het uitgangspunt kiezen van een emancipatie ‘bij voorbaat’. Emancipatie is dan simpelweg dit uitganspunt kiezen van het ‘gelijke intellect’, laten zien wat er dan gebeurd, laten zien wat dit oplevert. Net zoals Rancière dus doet met het geval van Jacotot. Leg niet uit, maar maak mensen ‘enthousiast’, stimuleer de wil. Dit uitgangspunt – het gelijke intellect van iedereen – dat is nogal wat! Maar dat is wel de enige manier om niet toch weer te vervallen in superieure posities en daarmee een (misschien onbedoelde) afstomping!

Bij jouw afsluiting “Het gaat erom, leraren ervan te doordringen dat zij in zichzelf de kracht dragen waarmee ze kunnen ontdekken hoe zij zelf zich de dingen denken te moeten eigen maken en vorm geven.” zou ik het jammer vinden als dit doordringen wordt opgevat als een uitleggen, aanjagen, opdringen. Ik zou zelf met Rancière veeleer aansturen op een radicale veronderstelling dat leraren in zichzelf de kracht dragen waarmee ze kunnen ontdekken hoe zij zelf zich de dingen denken te moeten eigen maken en vorm geven, en op het laten zien van deze krachten en de resultaten hiervan in de praktijk. Dit laatste doe je dan overigens misschien best wel weer door nogmaals Jacotot ten tonele te voeren.

Ik denk echter dat die verificatie meer moet zijn dan enkel nogmaals Jacotot aan te halen. Het zou al helemaal meer moeten zijn dan waar Kneyber in zijn publieke sollicitatiebrief toe oproept ‘om vervolgens te kijken hoever dat ons brengt’. Dit getuigt niet van een aanname dat het ons daadwerkelijk ergens gaat brengen. En het is ook geen laten zien, of zoals hij schrijft een vorm van ‘verificeren’. – Kneyber is trouwens wel gewoon aangenomen met de sollicitatiebrief, dus daarmee kan ik er makkelijk achteraf kritisch op zijn :) – Ik denk dat Kneyber nog worstelt met deze radicale opvatting over emancipatie en de genoemde verificatie, juist ook gezien zijn eerder geschreven boeken, inclusief ‘het alternatief’. Dit laatste boek wringt in mijn ogen enorm met het emancipatie idee van Rancière zoals ik dat begrijp – het is eerder een goed voorbeeld van een afstompend boek, als je het mij vraagt.

Het zou een stuk minder afstompend zijn om situaties zichtbaar te maken zoals die van Jacotot: situaties die voorbeeldig zijn in emacipatie. En liever nog equivalenten zoeken die vandaag de dag nog veel meer aanspreken of inspireren. Dan groeit emancipatie. We moeten op zoek gaan naar herformuleringen die vandaag de dag weten te enthousiasmeren of een wil aanwakkeren. Clitton geeft hiervoor handvatten wanneer hij schrijft over dit aspect:

“Understanding is never more than translating, that is: giving the equivalent of a text: understanding a work of art, understanding a book, understanding The Ignorant Schoolmaster, does not consist in explaining it from a position of superior knowledge and authority, but in translating it, in appropriating it within an activity of (self- as well as social) transformation that constantly rewrites the book according to the ever-changing demands of new situations. It could be said that Ranciere has constantly rewritten Jacotot’s tale and legend in his later publications on politics and aesthetics. It is up to our equally intelligent (though ever biased) readings to constantly rewrite his books according to our current needs and desires for emancipation.”

Deze verdere publicaties over esthetica en politiek waar Clitton naar verwijst waren voor mij essentieel om Ranciere goed te begrijpen, en vooral ook om de radicale insteek van ‘De onwetende schoolmeester’ (ook buiten het onderwijs) te begrijpen. In de bespreking van Lewis zijn boek ga ik hier in ieder geval alvast wat dieper op in.

Ik zou het echt geweldig vinden als je binnen de hierboven gestelde complexiteit en radicale implicaties de emancipatie van de leraar verder weet uit te werken, want het blijft vast niet bij dit, en voorgaand, blogbericht?!

Hartelijke groet,

Eke

2 Comments

Geef een reactie