Claudia W. Ruitenberg – Unlocking the World

De ondertitel van het boek is veelzeggend: ‘education in an ethic of hospitality’. Het boek gaat namelijk inderdaad bovenal om het beschrijven van een ethiek van de gastvrijheid voor het onderwijs.

Waarom een dergelijke nieuwe ethiek? Omdat een ethiek volgens Ruitenberg richting geeft in concrete onderwijssituaties die vragen oproepen.  De gangbare ethiek omtrent ‘autonomie’ of ‘deugd’ of ‘zorg’ geeft ook antwoorden, maar deze bekende ethische concepten zouden de kritiek op het denken in termen van subject (met name Nancy wordt hier aangehaald) niet adresseren en er is dus baat bij een nieuw ethisch ‘framework’. En dat is dus die van de gastvrijheid, juist omdat gastvrijheid in Derrida’s zin volgens Ruitenberg heel goed in het onderwijs te gebruiken is, tegelijkertijd als een concrete opdracht én als een abstract idee of ideaal.

Gastvrijheid is heel beknopt te formuleren als ‘een geschenk gegeven door een gastheer (host) die zich bewust is van de onschuldigheid van de gast’. Er is bij gastvrijheid, en dat is heel belangrijk, kortom geen enkele ruil of teruggave nodig, geen enkele schuld resteert, niets wordt van de gast verwacht. Maar er is wel een plekje voor de gast, die plaats wordt gegeven, onbaatzuchtig en onvoorwaardelijk. Dit is dan ook waar het bij Ruitenberg om gaat. Derrida, waarop eigenlijk het hele boek inhoudelijk is gebaseerd, schrijft (Engelse vertaling): “The other may come, or he may not. I don’t want to programme him, but rather to leave a place for him to come if he comes. It is the ethic of hospitality.” In andere woorden denkt Ruitenberg het te moeten omschrijven als het ‘ontgrendelen van werelden’, omdat de toegang dus vrij wordt gegeven, men wordt binnen gelaten. Vandaar de titel ‘Unlocking the World’. En gelukkig laat ze zien dat die wereld met een hoofdletter bestaat uit een heleboel verschillende werelden om het uniforme van het denken over de wereld te doorbreken. Men mag in allerlei werelden binnen komen, als men wil, en men krijgt dan een plaats, je mag deelnemen aan de wereld die men dan betreedt. Precies dat is wat Ruitenberg graag in het onderwijs ziet. De docent zou een dergelijke gastvrijheid moeten volhouden naar de leerling binnen al die vakken en disciplines die in het onderwijs aan bod komen. Dat is een snelle samenvatting van de ethiek van gastvrijheid voor het onderwijs.

Whether we think of the worlds of language or music, of mathematics or chemistry, of agriculture or engineering, these worlds stretch out long before we came to live in them, and they will continue long after we cease to live in them. We are received into them through formal and informal education, and we have no entitlements to them, only the responsibility to leave them in decent shape, so that the next “tenants” can find a place in them – without us knowing who these next tenants are going to be. This responsibility is the basic impulse and appeal of an ethic of hospitality.

Voor Ruitenberg is dit alles van uitzonderlijk belang aangezien zij een beeld aanhangt waarin we in een gezamenlijk gebouw wonen (de wereld) waar je de verantwoordelijkheid voor neemt zonder te weten wat al die kamers behelzen, waar het gebouw vandaan komt, wie het gebouwd heeft, enzovoorts. Dat vergeten we volgens haar namelijk maar al te snel en we doen net alsof het hele gebouw van ons is, alsof het door en voor onszelf is gemaakt. Maar dat is niet zo. Ruitenberg bied een agnostische houding dus, met een zekere transcendentale insteek – als u het graag in moeilijke woorden uitgedrukt ziet. Moeilijke woorden zijn Ruitenberg wel toevertrouwd: ze is niet op zoek naar eenvoudige stellingen. Moeilijk is het volgens haar nou eenmaal, zoals ook bij Biesta, en natuurlijk bij Derrida en ook Levinas (om maar gelijk aan te geven in exact welke hoek Ruitenberg te plaatsen is) lijkt het erop dat de auteur ervan geniet de meest complexe en filosofische uitdrukkingen te gebruiken om de complexe wereld en daarbij horende praktijken te beschrijven. Simpele antwoorden volstaan volgens hen niet. Zelfs onmogelijke antwoorden komen voor en worden in zekere zin gewaardeerd: juist omdat ze niet te reduceren zijn tot een helder programma of duidelijke richtlijn.

Wanneer men die moeilijke taal tot enkel retoriek of semantiek wilt reduceren dan komt men bedrogen uit. Met nieuwe taal kunnen misschien soms nieuwe zienswijzen ontstaan of nieuwe uitdagingen worden geformuleerd en het metaforische van het denken over onderwijs moet hoe dan ook zelfbewust worden geaccepteerd, zoals Simon Verwer al aanhaalde. Daarbij wordt wel voorop gesteld dat het in de praktijk wel degelijk invloed zou moeten hebben op wezenlijke uitdagingen van het onderwijs. En dat lijkt het wel te hebben: het geeft een vrij gedetailleerd en doordachte reflectie op gender-uitdagingen in het onderwijs (te veel vrouwen voor de klas?), culturele verschillen en hoe we daar in de klas mee om moeten gaan, en zelfs voor een gastvrij curriculum (die met Derrida wordt besproken in termen van ‘inheritence’ als taak , met een verwijzing naar Marx), en zelfs ook nog wat betreft gastvrije pedagogie (iets anders dan een klassikale lezing, eigenlijk vooral een type lesgeven want Derrida had  het niet zo op de pedagogie als soort didactiek). Hiermee wordt gelijk ook vanuit allerlei teksten van Derrida al het bruikbaars voor het denken over onderwijs gehaald en het is ook zeker te lezen als een algemene verdieping in Derrida’s denken over onderwijs.

Gaat dit soort verdieping of overwegingen u wat te ver, dan resteert in dit boek nog altijd een aanwijzing voor een verrassende blik op persoonsvorming wat in onderwijs vandaag de dag een belangrijke een rol speelt. Lees het boek zelf voor de details, maar het is in ieder geval een kritische blik op persoonsvorming die samen gaat met politieke vraagstukken, in relatie tot democratie (in geprek met Ranciere) en post-colonialisme: LGTBQ worden als voorbeeld genomen voor hoe men gastvrijheid soms ook mogelijk moet maken door op te treden tegen de wereld zoals die is. In het laatste hoofdstuk wordt door Ruitenberg nog verwezen naar Hackers-ethiek die in zekere zin ook met gastvrijheid van doen heeft, omdat zij toegang mogelijk maken voor een ander weer: tegen de belangen van de niet gastvrije mensen in. Ruitenberg lijkt een sympathie voor dit soort bewegingen en groepen te hebben. Het is mooi dat via het thema gastvrijheid en persoonsvorming een vrij prikkelende gedachtestroom op gang komt en dat dit soort referenties worden gemaakt. Helaas breekt ze het boek daar wel ook meteen af, het zijn eerder wat schetsen dan dat hier de nadruk op komt te liggen.

Misschien dat er nog meer volgt in een ander boek of in verdere publicaties? Misschien kunnen de hackers en queers ook inspireren tot een zekere grens aan de gastvrijheid? Hier lijkt me een interessante discussie mogelijk. Belangwekkend zou het daarbij met name worden als Ruitenberg dat vervolg niet alleen vanuit een zo zwaar filosofisch en academisch standpunt schrijft, maar vooral ook haar positie als een soort sleutelbewaarder van de gasvrijheid, als verantwoordelijke over de wereld, verlaat. Dat ook zij laat ze misschien zien dat ze, net als bijvoorbeeld de hackers en queers, zich ook tégen bepaalde kenmerken van de wereld keert en zich beseft dat gastvrijheid in sommige gevallen waar de meer academische wereld niet zoveel zicht op heeft eerder een gevecht of een strijd blijkt. Misschien is dan het boek niet enkel geschreven aan degenen (de zogenaamd bevoorrechte docenten en academici) die al een gemakkelijke positie hebben waarin ze de deur naar een geaccepteerde wereld open kunnen zetten, die ook financieel en qua levensomstandigheden ruimte kúnnen maken en die vanuit een vrij comfortabele positie kunnen zoeken naar mooie manieren om iedereen de gewenste ruimte te geven – maar toont ook het boek zich meer gastvrij naar andere lezers toe. Gastvrij is het boek zelf op dit moment niet te noemen, inhoudelijk dus, maar ook de prijs van 109 euro (ja u leest het goed) is weinig toegankelijk.

Volgens mij komen we daarmee bij de werkelijke complexiteit die Derrida aanbrengt en die door Ruitenberg nog niet tot het einde toe is doordacht. Het volgende citaat dat Ruitenberg aanhaalt van Derrida geeft namelijk reden om ethiek en gastvrijheid nog verder onderling te kruisen: “Hospitality is culture itself and not simply one ethic amongst others. Insofar as it has to do with the ethos, that is, the residence, one’s home, the familiar place of dwelling, inasmuch as it is a manner of being there, the manner in which we relate to ourselves and to others, to others as our own or as foreigners, ethics is hospitality; ethics is so thorougly co-extensive with the experience of hospitality.” Pas dan wordt duidelijk dat men niet een ethiek van gastvrijheid moet aanhangen, maar dat dit aanhangen zelf ook een gastvrijheid kent, dat men er wellicht vrij, en als gast aan moet deelnemen en dat dit ook implicaties heeft voor hoe men schrijft en wie met is. Zo ver gaat Ruitenberg echter vooralsnog niet. Desondanks zitten hier nog veel kansen voor een vervolg. Het is zeker interessant wat Ruitenberg aan het verkennen is.

Deze boekbespreking is geplaatst binnen de volgende categorieen: 2015, Biesta, Derrida, Levinas, Onderwijswoorden, Pedagogie, Persoonsvorming, Wereld

One Comment

  1. Pingback: Tyson E. Lewis – On Study | onderwijs filosofie

Geef een reactie