Precarious Workers Brigade – Training for Exploitation?

Tijdens bijna élke studie moet langdurig stage worden gelopen. Netwerken, jezelf als merk zien, kunnen pitchen en presenteren, professionele houding: allemaal zaken die vaak als persoonlijke ontwikkeling worden voorgesteld maar die er enkel toe dienen om de student of leerling te drillen tot uitmuntend werknemer of professioneel beroepsbeoefenaar. Geslacht, klasse en afkomst zijn iets waarmee men moet zien ‘om te gaan’ in dienst van de werkzaamheden die gedaan moeten worden. Vaardigheden en kennis lijken enkel nog vanuit een werk-gerelateerd ‘frame’ ertoe te doen. Tijdens de studie wordt tegelijkertijd op basis van leningen een schuld opgebouwd, als ‘een investering in jezelf’, die enkel later, na de studie, door middel van hard werken kan worden afbetaald.  Als je het zo onder elkaar zet: is onderwijs niet ongemerkt wel heel erg onderdanig geworden aan het werkveld? Dit boek roept studenten en docenten op hiervoor te waken. Studenten zien volgens het document haast geen weg naar een levensloop die niet gedicteerd wordt door werk.

Universiteiten adviseren studenten daarbij ook nog eens om na hun studie vooral ook werk aan te nemen waar ze niet of nauwelijks voor betaald krijgen om hun carrière op die manier snel aanvang te laten nemen. “Het is misbruik van de zwakke positie van jongeren” werd onlangs geconcludeerd door de FNV over bepaalde werkervaringsplekken. Misschien is het goed voor je CV, maar het is evengoed uitbuiting van de student. “Pas afgestudeerde jongeren kunnen soms niets anders dan kiezen voor een ‘werkervaringsplek’. Dat komt nog wel eens neer op precies hetzelfde werk doen als andere werknemers, maar in plaats van een salaris ontvang je een karige stagevergoeding – als je die al krijgt.” Opvallend genoeg krijgen daarbij met name vrouwen en mensen uit minderheidsgroepen (kortom de niet blanke westerse man) dergelijke denigrerende contracten.

En ondanks dat: er is niets mis met op werk gebaseerd onderwijs. Employment speelt altijd in het onderwijs. Het moet enkel niet de overheersende focus worden, het mag niet het doel van onderwijs zijn, onderwijs mag hier niet blind in meegaan. Studenten moeten wel op stage gaan, maar niet met het doel om een goede werknemer te worden. Studenten moeten wel de beroepscontext bestuderen, maar niet om zich daar in te voegen. Zoals ze schrijven op basis van Marx is het alternatief voor uitbuiting niet het helemaal niets meer met uitbuiting te maken hebben of je er voor afsluiten: het gaat om het vormen van een heldere analyse waarmee gerichte actie kan worden uitgevoerd om het probleem tegen te gaan.

En hoe dit precies kan laat dit boekje, uitgegeven door Journal of Aesthetics & Protest Press en te lezen op www.joaap.org, zien. Het wordt aan de hand van voorbeeldbrieven naar werkgevers, voorbeeld contracten, zelf analyse tools, beschrijvingen van alternatieve praktijken en oefeningen in dit boek getoond. Het is samen te vatten als een lijst met noodzakelijke en heldere actiepunten, waarvan hieronder een paar fragmenten.

… Encourage work placements or internships as a kind of field-study, workers’ enquiry …

… Introduce co-operation in the form of workers’ co-ops and networks of mutual support, alternative economies, affinity groups, and the commons as they exist in a whole range of sectors. …

… Investigate alternative historical models that deal with the relationship between education and work, for example that of radical educator Celestin Freinet, who introduced ‘Pedagogy of Work’ …

Met name de oefeningen zijn meteen praktisch toe te passen in het onderwijs. Oefeningen voor in het klaslokaal, zoals het op volgorde staan van meer naar minder bereidheid om voor niets te werken (en dan onder wisselende omstandigheden en met daarna discussie), vrije associatie op basis van kaartjes met thema’s (waar ook kritische perspectieven in naar voren kunnen of zullen komen), het kritisch analyseren van (de taal van) een stage/werkbeschrijving, het schrijven van briefen door de groep (met voorbeeld) richting werkgevers, of het schrijven van een oproep richting de school/universiteit. Maar het kan ook door middel van onderzoeksprojecten, ook juist tijdens de stage, en hiervoor worden wat behulpzame statistieken, case studies en eerdere acties die aan het bovenstaande zijn gerelateerd toegevoegd als referentie (over basisinkomens, gedeeld wonen, DIY, ‘debt strike‘).

Through our work together, including the collective authoring of our Carrot Workers’ Collective Counter-Guide to Free Labour in the Arts, the organising of a People’s Tribunal on Precarity and through many workshops at universities, it has become clear to us that colleges and universities play a pivotal role in establishing and normalising life regimes bound by precarious and free labour. In response to this realisation, we have collected resources that can be used as tools by educators and / or students to intellectually address these issues and add a critical frame to the concerns of employability within the academy.

While we feel that there is nothing wrong with work-based edu- cation (in fact we are very drawn and indebted to progressive and radical legacies of work-based education – see Influences section), the university’s emphasis on employability and increased links with industry often means that certain ideals of education are subordinated to the contingencies of corporate capitalism.

Die ‘influences section’ bestaat met name uit Militant research (Bookchin), pedagogies of the oppressed (natuurlijk door Freire), participatory action research (oa. door Malo de Molina), consciousness raising (oa. door de feministe Kathi), Anarchist pedagogies (boeken van Haworth en Suissa), Affective pedagogies (Massumi, maar ook in de vorm van ‘nanopolitics’), workers’ education (oa. Waugh), investigative research (Grodon Nesbitt), reflexive practice (Haraway, Dewey) en forum theater (Boal). In de bibliografie vallen filosofenboeken als Sholette, Lazzarato, Harvey, Sennett, Virno, Benjamin en Adorno op.

Al deze filosofen en denkers worden kort aangehaald en genoemd vanwege de dwarsverbanden met de genoemde thematiek. Het is geen moeilijk onderwijsfilosofisch boek. Het is eerder een poging om aanknopingspunten te bieden voor actie, om er zelf mee aan de slag te gaan. Vanuit een idee dat het onderwijs méér is dan voorbereiding op een werkend levend, zoals Frederici in de inleidings schrijft, namelijk een soort veelomvattende roeping. Gezamenlijk moeten we aan de slag om die roeping in ogenschouw te houden, en dit kan enkel in solidariteit.

Solidarity is a very different kind of relating to and helping one another, of improving one’s work and life. It is fundamentally linked to justice and ethics. It calls for standing together with other people. Solidarity becomes concrete when we consider how we think about our career dreams. How can we ‘get there’ differently? Do we actually like the way the ‘there’ operates? Since competition produces anxiety and stress, it can be a relief when the classroom becomes a space where it is possible to deconstruct this narrative and make room to explore more co-operative economies and goals. This process of addressing individualised competitiveness builds solidarities between students – and opens teaching to collective transformation.

Deze boekbespreking is geplaatst binnen de volgende categorieen: 2016, Curriculum, Marx, Onderwijspraktijk, Persoonsvorming, Politiek en overheidsbeleid, Subversiviteit, Toekomstgericht

Geef een reactie