bell hooks – Teaching Community

833590Dit is ondanks alles een liefdevol boek. Hoopvol. Over onderwijs en over hoe we als mensen met elkaar om moeten gaan. Het is hoopvol aangezien het er vanuit gaat dat er nog een soort onderwijs mogelijk is waar we als gemeenschap, gebaseerd op liefde, vol intimiteit en spiritualiteit, kunnen leren en lesgeven.

Ondanks alles, schreef ik, want volgens bell hooks zit daarvoor veel in de weg. Ze spreekt uit eigen ervaring, ervaring als leerling en als docent, waar ze steeds weer geconfronteerd werd met het imperialistische, wit-supremacistische, kapitalistische, patriarchistische waardenstelsel dat in het onderwijs heerst. En omdat deze termen niet in alle onderwijskringen even gangbaar zijn, hieronder even kort samengevat:

  • Imperialistisch: nationale machtsverhouding versterkend of bevestigend die zorgt voor een vrij dwingende of geforceerde overdracht van de daarbinnen wenselijk geachte cultuur en politiek
  • Wit-supremacistisch: een blanke huidskleur geldt als identificatie voor dominantie en superioriteit
  • Kapitalistisch: economisch georganiseerd gericht op winst, meerwaarde en/of eigendom
  • Patriarchisch: mannen hebben de primaire macht, overwicht in politieke, morele, sociale en controlerende rollen.

En hoewel die termen misschien niet overal even vaak genoemd worden als het gaat om onderwijs, kunnen we er ook in Nederland niet om heen dat ze wel degelijk herkenbaar zijn. Sterker nog: herken je ze niet dan zou het best kunnen dat je onbewust in die dominante waarden berust, en zonder jezelf hierover druk te maken diezelfde waarden actief ondersteunt in hun destructieve werking. Of in ieder geval wel destructief voor een minderheid die binnen dit waardenstelsel en de uitwerking daarvan op de dagelijkse omstandigheden de dupe is.

Het is één ding om te beseffen dat er in de schoolboeken en in de manier van werken op scholen een vrij duidelijke economisch georiënteerde, hierarchische, blanke mensen wereld is gerepresenteerd en er vervolgens wat kritisch over te zijn. Maar het is wat anders om er ook daadwerkelijk wat tegen te doen. Het kan zelf zover gaan dat binnen de ‘zwarte’ scholen deze waarden tegelijkertijd openlijk worden bekritiseerd, én waar deze waarden tegelijkertijd in de praktijk worden gebracht. Of denk aan multiculturele scholen die omdat ze multicultureel ‘zijn’ denken automatisch boven alle kritiek uitstijgen, maar eigenlijk het multiculturele als uitzonderingssituatie bevestigen door het als profilering te gebruiken. bell hooks rekent af met al dit soort te eenvoudige oplossingen van dit probleem. Een simpele check of er binnen een school werkelijk een oplossing wordt gevonden zou kunnen uitgaan van situaties waarin multicultureel betekent dat er andere culturen (meer specifiek: mensen die andere culturele achtergronden hebben) daadwerkelijk aan het woord zijn, de leiding nemen, de waarden kunnen bepalen. In hoeveel situaties is dit op Nederlandse scholen het geval? Bijna geen toch? Hoe vaak luisteren leerlingen (verplicht!) naar wat het voor minderheden betekent om in Nederland te leven? Of wie heeft vandaag de dag zelf echt met vluchtelingen gesproken over hoe zij onze waarden en normen ervaren? Wie kent daadwerkelijk intimiteit met iemand met een niet-westerse achtergrond of andere huidskleur. Je zou de antwoorden is moeten vergelijken met hoe vaak leerlingen verplicht zitten te luisteren en gedwongen worden zich te identificeren met een witte mannelijke docent voor de klas die nog weer eens uitstraalt hoe geweldig het is om in onze zeer ontwikkelde westerse wereld te leven. Ondanks dat er veel vrouwelijke docenten zijn op de basisschool, zie je naar ‘boven’ toe, dus naar hogere niveaus onderwijs toch steeds meer de blanke westerse man met de scepter zwaaien.

Weten we dit allemaal al lang? Is het maar een beetje overdreven? Hoor het er niet gewoon bij? Het schijnt voor docenten maar moeilijk te zijn dit beeld niet meteen te nuanceren of te vergoelijken door bijvoorbeeld te stellen dat het niet gek is dat we onze eigen cultuur voorop stellen en dat onze cultuur juist zo tolerant is. Maar, beste docenten die dit lezen: juist die tolerantie zou niet nodig moeten zijn! Die vergoelijkende vragen zouden we toch niet hoeven moeten stellen? Als we zo tolerant zijn moeten we alleerst misschien beseffen dat tolerantie heel waarschijnlijk al uit gaat van een superieure positie van tolerant kunnen zijn. De vraag is namelijk wat die tolerantie in de praktijk betekent. Het gaat om de algemeen geaccepteerde en overal aanwezige onderscheidingen die ongemerkt het denken en doen van iedereen doordringen, en waar die tolerantie misschien niet meer is dan een schaamlap. Denken dat je open staat voor je leerlingen en de dialoog altijd stimuleert is niet genoeg. Je zal tot de conclusie kunnen komen dat er een heersende manier van doen is die op zichzelf niet rechtvaardig is, waar je je actief tegen moet verzetten, waarvoor je soms je best moet doen juist niet op de voorgrond te treden, waar je misschien is goed moet luisteren naar mensen die een compleet ander wereldbeeld koesteren, dat je er goed aan doet jezelf in situaties ondergeschikt te maken aan andere culturen.

Teachers are often among that group most reluctant to acknowledge the extent to which white-supremacist thinking informs every aspect of our culture including the way we learn, the content of what we learn, and the manner in which we are taught. Much of the consciousness-raising around the issue of white supremacy and racism has focused attention on teaching what racism is and how it manifests itself in the daily workings of our lives. In anti-racist workshops and seminars, much of the time is often spent simply breaking through the denial that leads many unenlightened white people, as well as people of color, to pretend that racist and white-supremacist thought and action are no longer pervasive in our culture.

Veel onderwijzers zullen zich bijvoorbeeld in gedachte makkelijk vereenzelvigen met Martin Luther King, Jr. die een “beloved community” nastreefde en een wereld voorstelde waarin alle mensen gezamenlijk zouden optrekken vanuit een basis van gedeelde menselijkheid. Maar, vaker dan niet, betekent dit iets afleren, namelijk die dominante orde, namelijk racisme (ja, dat is een woord vol lading maar ook iets wat bell hooks wel degelijk juist in deze context wil gebruiken). Een gedachte omtrent een beloved community is geen hippie achtige aangelegenheid of eenvoudig ideaal: dat vandaag de dag in de praktijk brengen vergt activisme, moed, kracht, subversiviteit. Het is niet enkel een kwestie van bewustwording (dat is misschien maar een begin en zeker niet voldoende). Een dergelijke ‘beloved community’ zogenaamd herkennen als docent als ideaal van ook het eigen lesgeven of dat nou meer of minder pedagogisch is verwoord of meer of minder ‘de relatie’ in de klas centraal zet is volgens bell hooks heel naïef, als dat niet gepaard gaat met een sterke vorm van verzet.

Als er al een ideaal is, dan is het een radicaal soort democratisch onderwijs mits dat betekent dat dit ingaat tegen al het geinsitutionaliseerde onderwijs en iedere vorm van dominantie of overheersing. Onderwijs vindt altijd en overal plaats en is voor iedereen. Het delen van kennis dat een uitdaging vormt voor wat voor elitaire kennis dan ook. Leren is iets wat het leven verrijkt in zijn geheel, geen doctrine of doelmatig proces. Niet om iets anders daarmee te bereiken. Het gaat om de verandering, de ‘challenge’ zelf. Het toekomstgerichte is altijd een denken gebaseerd op patriarchistische en ontwikkelingsgerelateerde denken. Onderwijs gaat niet over iets dat nog moet komen, het gaat om een immersie in het leven zelf.

To bring a spirit of study to learning that takes place both in and beyond classroom settings, learning must be understood as an experience that enriches life in its entirety.

En dit is geen oproep tot diversiteit, of personalisering, of een rijke opvatting van persoonsvorming. Juist niet. Diversiteit ís er in elk klaslokaal, er zijn allemaal persoontjes, subjecten. Dat is voor bell hooks een gegeven. Er zijn verschillende leerlingen met verschillende wensen en verschillende zorgen. Maar het gaat over hoe je met die diversiteit om gaat. Die diversiteit adresseren om toch een vrij uniform lesprogramma te kunnen uitvoeren, dat is een veelgebruikte en institutionele manier, iets wat we nu differentiatie noemen. Bijvoorbeeld door verschillende leerwegen aan te bieden of om binnen de les keuzes in te bouwen (niveauverschillen, verschil in aanpak van het werk, enz). Maar je kan ook een dergelijk dominant lesprogramma laten varen, een dominante cultuur tegenwerken en die diversiteit zo veelzijdig mogelijk maken dat er helemaal geen sprake meer hoeft te zijn van differentiatie. Dan gaat het over die veelzijdigheid, pluraliteit. En dan ben je werkelijk die diversiteit ruimte aan het geven.

En dat geeft ook een andere blik op socialiseren, wat volgens bell looks niet een van de doeldomeinen van onderwijs is zoals in Nederland steeds vaker wordt gehoord: nee, een specifiek soort socialiseren moet juist worden ondermijnd!

To build community requires vigilant awareness of the work we must continually do to undermine all the socialization that leads us to behave in ways that perpetuate domination.

En het is maar de vraag of je als docent daar zo prominente rol in moet willen nemen. Misschien betekent dit iets veel moeilijkers, namelijk juist niet zo prominent willen zijn, geen oplossing willen forceren, geen stelling willen innemen. Oordeel maar eens wat minder. Oordelen staat namelijk veel te vaak centraal in alles wat we in het onderwijs doen, en dit vanuit een machtspositie (be)oordelen betekent het in stand houden van een hiërarchie die de minderheid als minderheid bevestigd.

Dat allemaal is onderwijs als ‘practice of freedom’. En dat is simpelweg geen objectief verhaal, geen onpersoonlijke methodiek. Maar ook geen persoonsgebonden competitief gebeuren waar iemand probeert zijn eigen versie op ‘onderwijs’ tot uitgangspunt te maken. Objectiviteit en competitie staan juist onderwijs in de weg volgens bell looks. Bij die ‘practice of freedom’ verwacht bell hooks meer van het dienstige, het ‘in dienst staan van iets anders’. Het dienstige van onderwijzers is volgens bell hooks iets heel moois: mits het gericht is op een onderlinge zoektocht naar vrijheid voor zowel student als docent, zowel leerling als leraar. Het gaat niet om de dienstbaarheid aan het instituut (terecht bekritiseerd door Raunig), maar aan elkaar: om het vinden van momenten waarop even het institutionele, dominante kan worden ontweken in dienst van een ongedwongen uitwisseling en werkelijk vrije ontwikkeling van ideeën. Daar waar het persoonlijke, de verbondenheid, het familiaire, het uitgangspunt vormt: en wel voor iedereen in die onderwijssituatie. Onderwijs kortom als een elkaar wederzijds dienstbare familie, tegen de instituties in.

In gesprek met Ron Scapp, over familie omstandigheden, en de waarde maar ook de impact van familierelaties als het niet zo goed gaat: op die punten wordt bell hooks dan ook zelf persoonlijk, schrijft ze ook zelf overhaar familie. Ron Scapp laat weten dat het jezelf blootgeven, radicale openheid, noodzakelijk is voor een goede dialoog, voor het delen van wat er toe doet. Ook dit boek ‘teaching community’ is daarom autobiografisch, in die zin. Maar niet om daarmee haar eigen verhaal op te hemelen of haar familie te prijzen. Juist in de familie speelt ook een worsteling, is ook sprake van kritiek. Het laat juist de wil zien om te tonen, te argumenteren, te luisteren en het oneens te zijn evenals vrede te sluiten: alles in teken van het leren, ook als familie, ook als persoon. Dus verwacht geen religieus verhaal over de familie als hoeksteen van de samenleving, verwacht ook geen familie-liefde als enkel maar een gedachte, een houding.

Eerder kan hieraan een boeddhistische of meer algemeen een spirituele blik helpen die duidelijk maakt wat het belang is van deze familie: namelijk eerder een gezamenlijke aanwezigheid en ‘wholeness’ die opgezocht wordt in het hier en nu. De pedagogie van hoop die bell hooks vertegenwoordigt moet de kapstok zijn voor tegelijk een ander soort onderwijs binnen en tegen de instituties, als ook een meer politiek tegengeluid over terrorisme, onrecht, angst en geweld. ‘Liefde’ is daarbij een belangrijk thema, maar het gaat om specifieke praktijken die ook in familieverband opgezocht worden. Die praktijken kunnen en moeten verrassend genoeg volgens hooks ook lichamelijk een plek krijgen, aanraking is belangrijk. In het onderwijs is aanraking maar taboe, terwijl bell hooks hier juist veel meer ruimte voor wil maken, zelf daar waar de aanraking een zekere erotische lading kan krijgen. Dit kan volgens haar direct impact hebben op de manier van voor de klas staan en de relatie tussen leerling en leraar. bell hooks  zoekt naar een verbondenheid die ook iets erotisch heeft, zonder dat dit misbruikt wordt en voor juist dominantie zorgt, omdat dit juist volgens haar voor positieve verandering kan zorgen. Daar zit namelijk juist ook de mogelijkheid tot ’empowerment’. Er zijn altijd erotische verbintenissen geweest tussen professoren en studenten, tegen alle institutionele verboden in. In relaties, ook die tussen leerlingen en leraren zit altijd ook een meer erotische kant, een lichamelijke kant. En het is goed dat we elke erotisch contact gebaseerd op dwang of dominantie tegengaan, maar daarmee is niet alle liefde en erotiek taboe.

Passionate pedagogy in any setting is likely to spark erotic energy. It cannot be policed or outlawed. This erotic energy can be used in constructive ways both in individual relationships and in the classroom setting.

De dominante cultuur maakt ons angstig voor dat soort contact. Die cultuur zet aan tot veiligheid, eenheidsdenken, en meer van hetzelfde – en wat hier niet in past is gevaarlijk of risicovol. Door die angst heen betekent geen roekeloos gevaar opzoeken: er blijkt helemaal geen gevaar te zijn maar eerder diversiteit, allerlei verschillen, en toch verbondenheid. Dat is waar onderwijs over zou moeten gaan. Het gaat om zelfvertrouwen te kweken dat helpt om voorbij schaamte te komen. En niet alleen bij leerlingen of studenten. Op basis van wat theorie van Gershen Kaufman en Lev Raphael weet bell hooks de werking van schaamte juist in geaccepteerde onderwijsvormen en verhoudingen te schetsen.

Moving through that fear, finding out what connects us, revelling in our differences; this is the process that brings us closer, that gives us a world of shared values, of meaningful community.

Een allerbelangrijkste en eigenlijk hele simpele en concrete oplossing om iets dergelijks voor elkaar te krijgen, is om geregeld te ontsnappen aan de alledaagse realiteit van de docent. Zolang je gewoon maar lessen blijft geven, het rooster aanhoudt, de stof doorwerkt en de kinderen net voldoende aandacht geeft – raak je onherroepelijk vast in patronen die elke schaamte, verschillen en werkelijke gemeenschap ondermijnen. Je zal je bij tijd en wijle af  moeten keren van het (dominante institutionele) onderwijs dat we kennen. De klaslokalen zijn dusdanig dynamisch en er is zo weinig tijd om het omvattende werk te doen, dat een overbelasting anders onvermijdelijk optreedt. Het lesgeven vergt een continu ‘in het moment’ zijn van de docent. Het is een feit dat veel docenten werken  omdat ze daarmee hun inkomen verdienen en accepteren dat ze er geen werkelijke voldoening uit kunnen halen, maar bij dit type werk betekent dit een directe impact op al die kinderen die wel de hele dag verplicht onder de hoede van die docent zijn. Het is hoe dan ook liefdevol en dus emotioneel werk (niet in de slappe zin van het woord) en daarmee heeft het een grote impact op de docent. Er bij tijd en wijle even tussenuit (niet enkel vakantie, maar werkelijk even wat anders doen) is noodzakelijk. Elke docent zou eens in de zoveel jaren moeten stoppen docent te zijn!

Samenvattend: om het noodzakelijke andere onderwijs (niet-imperialistisch, niet-wit-supremacistisch, niet-kapitalistisch, niet-patriarchistisch) te genereren moeten we kortom naast het binnen de onderwijscontext losmaken van ‘de institutie’ en uitgaan van meer persoonlijke verbanden en verhoudingen, juist ook het onderwijs regelmatig verlaten en de uitgangspunten van het onderwijssysteem politiek aanvechten.

En anders dan hoe beleidsmakers, media, opiniemakers, onderwijsdenkers, enzovoort een dergelijke boodschap verkondigen, staat bell hooks voor radicaal onafhankelijk perspectief. En dat is in mijn ogen de belangrijkste bijdrage van bell hooks aan al het denken over onderwijs: beleidsmakers en media zijn misschien nog wel de grootste boosdoeners die namelijk altijd in dienst staan van de dominante heersende orde en al dit soort gedachten over onderwijsvernieuwing, persoonlijke verbanden en de politieke dimensie van onderwijs per definitie enkel vanuit het dominante perspectief kunnen beschouwen. bell hooks vertegenwoordigt een ander perspectief, de persoon van bell hooks moet misschien in Nederland nog wat toegelicht worden. Gloria Jean Watkins (de eigenlijke naam van bell hooks) al jarenlang actief in tegendraadse kringen als feminist en sociaal activist in Amerika. Ze is als publiek figuur voor sommigen een voorbeeld voor een hoop, voor anderen slechts bekend vanwege haar kritische opvattingen. Ze heeft meerdere boeken geschreven over onderwijs. bell hooks ziet haarzelf als wat Chomsky een “dissident intellectual” noemt: kritisch op de status quo, radicaal en dissident. Dat zie je zeker ook aan haar referenties. Aan bod komen onder andere Zillah EisensteinJohn LewisPaul Robeson, James BaldwinGrace Lee BoggsBarbara Deming. Dit zijn niet de standaard verwijzingen die we bij denkers over onderwijs verwacht. Juist niet natuurlijk. Nergens wil bell hooks dan ook de standaard canon aanhalen: elk canon of normatief/dominant referentie kader (zoals de standaard lesinhouden e.d. op school) zijn hardstikke politiek en hebben ten doel om autoriteit veilig te stellen. Canons zijn verbonden met instituten en hebben elkaar nodig voor hun voortbestaan. bell hooks positie is daarentegen controversieel, waarmee ze per definitie het risico loopt toch weer een publiek figuur te worden en te worden ingebed in het dominante publieke discours om daarbinnen als een toch wat naïef activist te worden weggezet. Iets wat je overigens ook meteen doet als je haar, en ook het hierboven besproken boek, als ‘lekker tegendraads’, ‘dwarsdenkerij’ of ‘belangrijk tegengeluid’ betiteld. Haar perspectief serieuzer nemen dan dat, proberen je dit perspectief eigen te maken, het niet (enkel) als tegengeluid te zien maar ook als iets wat je in de praktijk kan brengen, wat je kan doen, waar je voor kan gaan staan, wat je kan uitdragen door het te praktiseren: daar zit de werkelijke uitdaging.

Deze boekbespreking is geplaatst binnen de volgende categorieen: 2003, Autoriteit, bell hooks, Cultuur, Lesgeven, Pedagogie, Subversiviteit, Toekomstgericht

2 Comments

  1. Pingback: Sidsel M. Hansen en Tom Vandeputte – Politics of study | onderwijs filosofie

  2. Pingback: Tim Ivison & Tom Vandeputte – Contestations | onderwijs filosofie

Geef een reactie