Paul Goodman – School in, oor uit

De teksten die in deze Nederlandse vertaling bijeen zijn gebracht komen uit de bekende werken van Paul Goodman. Allereerst uit ‘Compulsory miseducation’ (1964) en ‘The community of scholars’ (1962), twee belangrijkste en zeer invloedrijke boeken van Goodman over onderwijs. Titels als ‘de grote dwangbuis’ en ‘jongerensubcultuur’ maken al duidelijk wat er te verwachten valt: een sterke kritiek op het onderwijssysteem en een sterk opkomen voor de jongeren en hun gebruiken. Maar er worden teksten aan toegevoegd over beroepskeuze advies: in wiens belang wordt een dergelijk advies eigenlijk gegeven? En ook over verstedelijking,  in een oproep tot het herstel van het platteland, en een tekst over ‘een nieuwe maatschappij’ uit zijn boek ‘Communitas’ (1960). Opvallend genoeg is er niets opgenomen uit Growing up Absurd, waarschijnlijk zijn bekendste boek. Het maakt desondanks, en in brede zin, heel duidelijk waar Goodman op uit is: het onderwijs moet in breed maatschappelijk perpectief worden bekritiseert en er moet een radicaal alternatief worden geformuleerd voor onderwijs én maatschappij ineen.

‘Eigenlijk’, zegt Paul Goodman [overleden 1972] ‘is er geen beter onderwijs dan op te groeien in een wereld die de moeite waard is. Trouwens onze intensieve aandacht voor het onderwijs betekent dat de volwassenen zo’n fijne wereld nu niet hebben.’ Van de onderwijscritici Illich, Goodman, Holt, Reimer en anderen is het Paul Goodman die het betrekkelijke nut voor de individuele vorming van onderwijs op scholen uit de doeken doet en tegelijkertijd uitvoerbare alternatieven aandraagt.

Boven alles keert Goodman zich tegen het formele onderwijs. Dit formele onderwijs is een ‘gecompliceerd bouwsel’ dat functioneert als een verplicht en compleet schoolsysteem. Goodman beschrijft de achtergronden van verplicht onderwijs (in de VS), de relatie tot de economie en de sociale implicaties van een bepaald soort lesgeven. Voor hem is het systeem zoals we dat kennen op geen enkele manier wenselijk, hij wil liever helemaal geen systeem. Hij pleit radicaal voor decentralisatie, experimenten (ook scholen waar géén onderwijs wordt gegeven en ook onderwijs zonder schoolgebouw en onderwijs zonder docenten bijvoorbeeld). Onderwijs moet bovenal niet meer verplicht zijn. Het is een genot om te lezen voor iedereen die dit soort experimenten toejuicht en het onderwijs als een fabriek of beperkend systeem heeft ervaren. Het is een genot voor wie eens een heel ander type geluid wil lezen omtrent onderwijs  – zonder dat dit meteen geneuzel wordt in moeilijke taal of voorstellen betreft die nooit enige werkelijkheidswaarde lijken te kunnen krijgen. Goodman weet van wanten en rekent u ook financieel voor dat het allemaal heel haalbaar zou kunnen zijn. Goodman beseft dat zijn visie op ‘bestuurstechnische problemen’ wordt afgeserveerd, maar hij gelooft erin dat er een klein groepje mensen is die dit desalniettemin wil gaan realiseren. In zijn ogen zijn dit soort bestuurstechnische overwegingen dan ook nooit doorslaggevend en moet het onderwijs zeker niet daardoor worden bepaald. Het vaak gehoorde argument dat het onderwijs dat we kennen toch gewoon het meest realistische en effectieve onderwijs is dat door talloze jaren heen is verbeterd – dat is na het lezen van dit boek geen overtuigend argument meer. We moeten ons niet laten misleiden door het hele systeem zoals het er is maar onze oogkleppen afzetten om de grotere implicaties en mogelijkheden te overzien.

Goodman was activist, physchotherapeut, schrijver, dichter en criticus, hij staat ook wel bekend als een anarchistisch filosoof. Hij gaf les op Blackmountain College totdat hij ontslagen werd in verband met zijn openlijke bisexualiteit. Goodmans naam is onlosmakelijk verbonden met counterculture en anti-oorlog studentenprotesten en nog veel meer, zo blijkt ook uit onderstaande trailer waarvan een hoop heel herkenbaar is terug te vinden in de hier besproken bundel. Het is iemand die niet snel te vangen is in een  snelle karakterschets en ook in zijn teksten komen diverse disciplines bij elkaar. Die brede blik en het afgooien van oogkleppen is hem dus wel toevertrouwd. Het maakt de bundel rijk aan referenties en het geeft een brede blik op onderwijs en maatschappij.

Misschien wel meer dan ergens anders komen al die expertises en disciplines bij elkaar in de aandacht die Goodman had voor de onderlinge relaties. Goodman schijnt zelf altijd heel bewust te zijn van zijn omgang met andere, hij wordt wel warm en innemend, vriendelijk en genereus genoemd. Hij spreekt en schrijft altijd met grote aandacht voor zijn relatie tot de ander die hij niet laat vervlakken tot een simpele tegenstelling of hiërarchie. Ook bij het onderwijs toont hij zich erg gevoelig voor onderlinge relaties die teveel fixeren of beperken, zowel tussen leerlingen onderling als tussen leerling en docent. Goodman schrijft in dat verband graag over de goede werking van gemeenschappen, gemeenschappen waar die onderlinge relaties dynamisch zijn en zichzelf reguleren. Goodman gelooft vooral in gemeenschappen die zelfregulerend zijn, en die zichzelf ook de wet kunnen voorschrijven, opdat die onderlinge relaties niet door een vaststaande wet of door een ‘baas’ of ‘controleur’ wordt gedomineerd of zelfs maar beïnvloed. Inspecteurs, decanen, rectoren, directeuren: Goodman denkt dat dit soort mensen veelal de echte onderwijsgemeenschappen enkel hinderlijk doorbreken. Overheid, bestuur, management, directie, verplichte lessen, rigide lesplannen: dit alles zit persoonlijke relaties met name in de weg. Het is niet zo dat beschaving en cultuur dit uiteindelijk kan goedmaken, dat het een kwestie van doorzetten is om op je plek te komen in de maatschappij, bestand tegen alle afleiding, Goodman gelooft enkel in een het allereerst bevrijden en verbeteren van de onderlinge relaties. Onze onderlinge verstandshouding moet centraal staan om alle hinder en uitsluiting te voorkomen. Goede persoonlijke relaties zijn de basis van goede inclusieve gemeenschappen en dat is de basis van goed onderwijs en een goede maatschappij.

De feitelijke beschaving en cultuur die we geërft hebben is een volledige puinhoop en te verward om er tegen bestand te zijn. Als of dit niet genoeg is worden de jongeren weerhouden van werkelijk leren door allerlei voorschriften, verplicht werk en zinloze afleiding. Ze discussiëren nooit en ontmoeten geen mensen die het door hebben.

Het is geen bundel om te lezen en weer weg te leggen. Het ís veel eerder een boek om juist ook met ‘mensen die het door hebben’ te bediscussiëren. Paul Goodman schrijft ook dat we zijn ideeën niet letterlijk moeten gaan proberen uit te voeren, maar er op onze eigen manier mee aan de slag moeten gaan en het met gelijkgestemden moeten gaan bespreken en tot actie omzetten. Misschien is het daarvoor de moeite waard om de boeken van Goodman in zijn volledigheid te lezen, maar tot die tijd is er geen betere introductie tot Goodmans denken als deze bundel. Of nog sterker: er is überhaupt geen betere bundel met een diepgevoeld, toegankelijk en ook realistisch pleidooi voor radicaal ander onderwijs ten opzichte van wat we vandaag de dag kennen. En of je nou begint bij je eigen persoonlijke relaties, je visie op maatschappij, de aanpak in de les, of bij activisme en verzet buiten het onderwijs om: Goodman is nog altijd uiterst relevant als unieke en onovertroffen onderwijscriticus die tegelijk praktisch toepasbaar is, en zelfs als je het niet op alle punten met hem eens bent onmisbaar bij elk soort onderwijs-gerelateerde tegenbeweging. Een prachtige bundel, met een even mooie voorkant en titel. Op alle vlakken een aanrader dus.

Deze boekbespreking is geplaatst binnen de volgende categorieen: 1974, Cultuur, Holt, Illich, Kinderen, Ontscholen, Politiek en overheidsbeleid, Subversiviteit

Geef een reactie