Helge Bonset – Nooit met je rug naar de klas!

nooit met je rug“In het voorjaar van 1969 ontstonden in Amsterdam en Nijmegen actiegroepen van Kritiese Leraren en kort daarop verschenen een Antimammoetrapport en een rapport over Het autoritaire onderwijs. Leraren veroordeelden hierin de Mammoetwet als het product van een dirigistische overheid en stelden het gebrek aan directe democratie en de autoritaire verhoudingen in onderwijs en samenleving aan de kaak. … Spoedig volgde een polarisatie. Eveneens in 1969 verscheen Nooit met je rug naar de klas! van de hand van de leraar Nederlands Helge Bonset, die zojuist aan het Hilversumse Nieuwe Lyceum was ontslagen wegens het in de klas behandelen van Een ellendige nietsnut van Remco Campert. In zijn boekje beklaagde Bonset zich over het schoolse onderwijssysteem, de autoritaire schoolleiding en de achterlijke lerarenorganisaties. Hij bepleitte volledige medezeggenschap van leraar en leerling in het onderwijsprogramma en afschaffing van elk sanctiesysteem. Hierop volgde een reactie in de vorm van een brochure van de geschiedenisleraar E. M. Janssen Perio, die Bonset kinderdemagogie en een volledig gebrek aan onderwijsfilosofische basis verweet.” Zo is te lezen over de context waarin dit boek verscheen, volgens Waarvan akte.

Een onderwijsfilosofische basis is misschien ook helemaal niet wenselijk, als referenties staan achterin het boek onder andere Marcuse, Regtien en Che Guevara, dat zegt waarschijnlijk genoeg. En een onderwijsfilosofische basis, daar gaat dit boek helemaal niet om. Wel gaat dit ‘gedetailleerde handboek’ (zoals op de achterflap staat) om voorbeelden en heldere uitleg voor iedereen die zich niet tevreden voelt over het huidige onderwijs. Het doet heel heldere en prikkelende uitspraken daarover: het onderwijssysteem is ‘verkalkt, schools en radikaal fout’. Het boekje opent met ‘vreselijke verhalen’ en de uitroep ‘weg met de schoolse leraar!’. Twee stellingen die achterin het boek te vinden zijn maken misschien het probleem kort en krachtig duidelijk. Stelling 10 : Als leerling mag je het geen gewone situatie vinden dat je je hele schooltijd – dat is twee derde van een kwart van je leven – je ergert of verveelt. Stelling 11: De ergste kwaal van onze maatschappij is die vorm van bijgeloof, die zich manifesteert als de rotsvaste zekerheid ‘dat het toch nooit anders zal kunnen’.

Want aan de huidige toestand van ons onderwijs móet een einde komen. Het is niet normaal, het kan best anders, het hoort niet zo. We zijn geen oermensen, we blijven niet uit pure bijgelovigheid met een fout systeem doorsukkelen, omdat het al zo lang fout is.

Op school hoort iedere Nederlander de kans te krijgen zich tot een zelfstandige, demokratisch denkende persoonlijkheid te ontwikkelen.

Een heel voor de hand liggend ideaal, en toch is het nu nog zo ver weg. Het hangt ook van u af hoe snel het dichtbij komt. Of u dit boekje nu alleen maar weglegt, of dat u ook iets gaat doen.

Het boekje roept hierom op tot ‘Aktie, aktie en nog eens aktie’ en beschrijft die aktie zo gedetailleerd mogelijk. Wat moet er dan precies gebeuren? Kort samengevat twee dingen:

  • het optuigen van 3 landelijke werkgroepen, namelijk van de leerlingen, ouders en leraren. Geen leden en bestuur maar aanhangers en een kerngroep. Hun functie is bundelend. Subsidies, een nieuwsbrief, en theoretische ondersteuning is nodig.
  • Het belangrijkste zijn de akties per school. Daar ligt het zwaartepunt. Aktie van onderop, vanuit een goed aanknopingspunt (een specifiek verbod, een bepaalde gebeurtenis zoals een ontslag, enz), gekoppeld aan theorie, altijd door een combinatie van ouders, leraren en leerlingen, waarbij je je niet laat omkletsen door de leiding. Laat de situatie bij voorkeur escaleren. Als het tot stakingen of bezettingen komt pas dan is er een grote groep nodig, moet de buitenwereld op de hoogte worden gehouden en moet men investeren in solidariteit en men zich niet bang laten maken. Als het zover komt ben je wel per definitie succesvol: er is iets in beweging gebracht. De acties zijn niet nobel, of mooi, maar noodzakelijk.

Bonset heeft zich sinds het verschijnen van dit boek op talloze andere manieren met de verbetering van het onderwijs beziggehouden, ook anders dus dan dit type aktie. Helge Bonset was na een korte periode leraar Nederlands, vooral lerarenopleider en vakdidacticus Nederlands en tot zijn pensionering in 2009 leerplanontwikkelaar bij SLO. “Van 1968 tot 1971 stond hij in Bilthoven voor de klas, op de Werkplaats Kindergemeenschap. ‘Dat was een erg inspirerende periode, die langer had moeten zijn, vind ik achteraf. Ik werkte met inspirerende collega’s als Clan Visser ’t Hooft en Bernard Schut. Maar er waren begin jaren zeventig zoveel docenten nodig aan de nieuwe opleidingen dat het een lonkend perspectief was voor didactisch geïnteresseerde docenten die “hogerop” wilden. Tot 1976 heb ik als lerarenopleider Nederlands gewerkt en tot 1986 was ik vakdidacticus in Leiden. Sinds ik leerplanontwikkelaar ben, kom ik vooral nog in het klaslokaal voor onderzoek, om te kijken wat er op scholen gebeurt.’” (interview met Bonset uit 2007). Recente publicaties zijn ‘Nederlands in de onderbouw‘ en ‘Schrijven in het basisonderwijs‘. Daarnaast is hij onder meer hoofdredacteur van Levende Talen Tijdschrift.

Laten we daarom, dit alles overziend, voorzichtig zeggen: er zijn verschillende wegen om het onderwijs te verbeteren. Sommige tijden vragen wellicht om andere akties, sommige mensen zullen ook vanuit verschillende posities proberen de problemen in het onderwijs aan te pakken of dat nou tegen ‘de leiding’ of als advies aan ‘de leiding’ is. Ontegenzeglijk probeert Bonset er schijnbaar alles te doen wat hij kan binnen het onderwijs om problemen aan de kaak te stellen en passende antwoorden te formuleren. En zouden dat niet alle docenten moeten doen! Volgens dit boek wel. De docent moet zich bovenal aangesproken voelen. Dit boekje is vooral aan de docenten. De titel laat het al zien. Juist de docent kan het verschil maken. Als hij zich niet van de klas afkeert en het schoolse schoolsysteem tegenwerkt, dan is er kans op verbetering. Als de docent zelf nadenkt en in de bres springt voor de leerling en zich niet neerlegt bij de dagelijkse gang van zaken of het schools programma dat hij moet afdraaien.

Als schrikbeeld kan nog altijd het beeld wat Witold Gombrowicz (Ferdydurke) oproept en wat Bonset citeert aan het begin van dit boek gelden:

“Dit zijn de krachtigste hersenen van de hoofdstad, ‘ antwoordde de direkteur, ‘geen van hen heeft ook maar de geringste eigen gedachte; en als er in een hunner een eigen gedachte zou opkomen, zou ik de gedachte wel verdrijven, of hemzelf. Het zijn beslist onschadelijke lamzakken, zij onderwijzen alleen dat wat de programma’s vermelden en het is ondenkbaar dat ze tot eigen gedachten zouden kunnen komen.’

Deze boekbespreking is geplaatst binnen de volgende categorieen: 1969, Autoriteit, Ervaring, Lesgeven, Marcuse, School, Subversiviteit, Toekomstgericht

Geef een reactie