John Holt – Instead of education

Dit is een boek tégen onderwijs. Onderwijs is namelijk volgens Holt een vorm van leren afgesneden van het actieve leven en onder druk uitgevoerd. Onderwijs noemt hij ‘misschien wel het meest autoritaire en gevaarlijke van alle sociale uitvindingen van de mensheid’ en als dat beter wordt dan is dat alleen maar rampzalig. Hoeveel angst, hebzucht, consumentisme, verveling, benadeling, pesten, dreigen, omkoperij en slaafsheid hangt er wel niet mee samen! Dat is toch niet de bedoeling! Holt is tegen het vormen van mensen (‘the ugly and antihuman business of people-shaping‘). Tegen het plakken van al die onzinnige labels. Laat mensen zichzelf vormen. Je mag mensen wel beinvloeden, elkaar proberen te veranderen: maar je mag de ander niet in een positie brengen waarin het lijkt alsof er geen alternatief is. Het moet mogelijk zijn om nee te zeggen. Dat is de stelregel. En het moet dus ook mogelijk zijn nee te zeggen tegen onderwijs als geheel. Het verplichtende en competitieve van onderwijs is daarmee het centrale probleem. Holt wil af van de vergelijkende onderwijswedloop in de vorm van een algemeen opgedrongen programma.

Jawel, het is misschien een wat al te gemakkelijke redenering over onderwijs. Er zit wel een heel smalle en specifieke opvatting van onderwijs achter. Maar dat is niet voor niets. Het is om een scherpe lijn te trekken. Onderwijs is volgens Holt extreem risicovol en dus bíjna nooit wenselijk. En al die onderwijshervormingen, innovaties – steeds  effectiever en efficienter: daar versterk je dus alleen maar iets slechts mee. Ooit was Holt daar wel voor, maar in dit boek niet meer, hij keert zich tegen dat soort retoriek. Geen onderwijsverbetering dus. Liever helemaal geen onderwijs. Laten we alle associaties en implicaties die bij ‘onderwijs’ horen maar liever eerst even uiterst kritisch aan de kant schuiven.

Als alternatief komt Holt met ‘doen’. Liever doen dan leren, want leren staat over het algemeen afgescheiden van het leven, doen niet. Doen is heel ruim opgevat altijd leerzaam maar dan op een ongedwongen manier. En er zit een slimme rationale achter: je leert vaker iets omdat je iets doet, dat dat je iets leert omdat je iets wil leren. Volgens Holt biedt elke situatie iets om te leren, als je er maar actief mee aan de slag gaat. Juist door te richten op doen, leer je iets. Doen is zowel intellectueel als fysiek, een dergelijk onderscheid is op zich al verkeerd. Als je iets doet dan zijn beide aanwezig (bijvoorbeeld bij schrijven, of lezen, of denken, of dromen). Doen maakt wel duidelijk dat de doener in controle is. Doen is dus een positief alternatief van het slechte onderwijs. We hebben meer doeners nodig.

De beste en enige goede plek voor doeners is een maatschappij die nog niet bestaat. Een maatschappij met gevarieerd, interessant en uitdagend werk waar men trots op kan zijn. En waarvan men de resultaten kan begrijpen en respecteren. Dat is nu nauwelijks het geval. In een dergelijke maatschappij zou niemand zich om onderwijs bekommeren. Maar die maatschappij is er niet, en zal er ook niet snel komen. Toch kunnen we ons al steeds meer op het doen richten. We kunnen al een begin maken met het vormen en beschermen van doeners:

This is not a book about such a doing society, or what it might be like. Enough to say that it would be a society whose tools and institutions would be much smaller in scale, serving human beings rather than being served by them; a society modest and sparing in its use of energy and materials, and reverent and loving in its attitudes toward nature and the natural world. This is a book about how we might make the societies we have slightly more useful and livable for do-ers, about the resources that might help some people, at least, to lead more active and interesting lives—and, perhaps, to make some of the beginnings, or very small models, of a doing society.

Het simpelweg wegblijven van alle scholen is daarmee dus niet het antwoord, hoewel het zeker aanbevelenswaardig is bij de huidige stand van zaken. Holt is dus zeker niet ‘enkel’ een schrijver die pleit voor thuisscholing of zelfscholing. Holt wil liever speculeren over een ander soort scholen die ‘doen’ centraal stellen. Waarschijnlijk zouden dat niet-verplichtte scholen moeten zijn, maar zelfs bij verplichte scholen zoals we die kennen is er een uitweg mogelijk om doeners te helpen. De leraar heeft de sleutel in handen. Het gaat niet om de mate van creativiteit of discipline in de les, het gaat om de mate waarin de leraar de doener bewust maakt van zijn eigen doen. Deze leraar weet daarvoor niet zozeer het ‘waarom’ van zijn les te beschrijven als wel die vraag weg te nemen als irrelevant en te helpen bij het doen. Hij of zij redeneert vanuit het doen zelf en geeft vertrouwen die door de doener kan worden ingelost door mee te doen. Hij of zijn geeft het juiste om te doen op het juiste moment met specifieke feedback op het doen of door iets voor te doen: dat is alles wat nodig is. Leraren zouden zich nooit moeten beroepen op enige vorm van objectiviteit, plicht of algemene geldigheid. Werk vanuit je eigen uniekheid en waardigheid en laat dit niet om zeep helpt met geinsitutionaliseerde oordelen over wat wel en niet waardevol of waardig is. Dit moeten persoonlijke en subjectieve uitspraken blijven.

Dit is Holts visie op leraarschap in teken van het doen. En dat kan dus zelfs binnen het huidige onderwijs al gedeeltelijk worden vorm gegeven. De docent moet dan wel volledige eigenaarschap krijgen of nemen over wat er in de klas gebeurt. Als de leerling tevreden is met een antwoord op een eerlijke vraag, dan is het goed: dan doet de docent zijn werk goed. Het gaat niet om het voorgekouwde lesboekje door te lopen. Hier zit de essentiele sleutel voor doe-onderwijs zelfs binnen de scholen die we nu kennen. De Ny Lilleskole in Kopenhagen kan een voorbeeld zijn als een doeners plek waar dit wordt vormgegeven, zie de film hieronder. Deze school wordt door Holt flink uitgewerkt en aanstekelijk, met veel enthousiasme, toegelicht. Een school zonder lessen, klassen, leerlijnen of leerdoelen, geen echte aanwezigheidsplicht, cijfers, verslagen of wat voor pressiemiddel maar ook. Met het wezenlijke uitgangspunt dat ze daar de kinderen vertrouwen (een punt dat Llewellyn zo sterk heeft opgenomen), van ouders tot leraren. Veel beter nog dan Summerhill en al die andere experimenten deze richting op.

Uiteindelijk zou een school dus een ander soort plek moeten worden. Een plek voor doeners, middenin de echte wereld. Holt beschrijft hoe de plek, ‘resources’ eruit moeten zien om een doener te helpen. Een voorbeeld is de Free School, opgericht door Jack Powers. Het is een school zonder gebouw. En ook The Learning Exchange, opgericht in 1971 door Dennis Detzel and Robert Lewis. Er werd een catalogus gemaakt van wat iedereen kon die er aan mee deed om vervolgens te kijken wat voor mogelijkheden er in de maatschappij zaten om dit in de vorm van lessen uit te wisselen. De potentie bleek enorm!

De hedendaagse bibliotheek is voor Holt een geweldige type omgeving om te ‘doen’, zeker als die worden uitgebreid tot een soort speel-o-theek met allerlei muziekinstrumenten en tools. Daar kunnen we vanuit gaan werken. Lerarenopleidingen zouden dan helemaal een andere invulling moeten krijgen. Holt wil graag helpers die gewoon in een gemeenschap iedereen helpen met concrete vragen, bijvoorbeeld over taal: hoe schrijf je dit of dat woord. Ook kunnen mensen zelf samen op printers materiaal uitprinten en kopieren en uitwisselen in de vorm van vrije pers. Misschien zijn er dan geen lerarenopleidingen meer nodig, maar kan dat ook gewoon ‘gedaan’ worden. Holt benadrukt hoe leuk en ook simpel het is om alles wat je nodig hebt gewoon op straat, buiten, in de natuur of in je eigen omgeving te vinden is. Overal is wel water in de buurt waar je kan zwemmen wanneer je wil. Er is veel hulp te vragen. Er is zoveel onbenut talent en zoveel ongebruikte ruimte. De mogelijkheden zijn vandaag de dag al eindeloos.

Maak alle eindexamens en diploma’s ook met een dergelijke doenersaanpak te halen en je zou de monopolie van Scholen doorbreken! En maak alle toetsen en cijfers eigendom van de leerling, ook dat zouden twee hele simpele meer beleidsmatige ingrepen kunnen zijn.

Er zijn talloze realistische en als het moet ook clandestien te vinden oplossingen die nu al direct mogelijk zijn. Holt zet vanuit allerlei kanten kortom de stap in de goede richting. Maar hij schrijft niet voor wat je persoonlijk nu het beste als keuze kunt maken of waar men dient te beginnen. Holt denkt gewoon na en probeert te bespreken wat opties zouden kunnen zijn. En Holt heeft hier nou eenmaal flink over nagedacht en veel over gelezen. Hal Bennett, in zijn boek No More Public School (1972) geeft aldus Holt belangrijke overwegingen. Lees Illichs boek over ‘Deschooling society’ of kom meer te weten over Eulers aanpak. Of lees ‘The Lives of Children‘ van Dennisson over oa natuurlijke authoriteit. Ook het werk van Paul Goodman klinkt overigens stevig in zijn boek door en kan een verdere verdieping geven. En als laatste ook Bill Ayers met This Book Is about Schools vanwege de voorbeelden die aansluiten bij wat in Kopenhagen gebeurt. En Sennett wordt genoemd en argumentatie wordt opgebouwd omtrent de noodzaak om mensen te selecteren voor rottig werk, en worden problemen omtrent armoede en huidskleur besproken, en … . Waarschijnlijk voor iedereen ruim voldoende referenties, ruim voldoende onderbouwing, ruim voldoende praktische tips. Bepaal vooral zelf of je het leest, er meer over opzoekt, bepaal zelf hoe je wilt doen, wat je er mee doet! Dat is natuurlijk de boodschap van Holt. Doe wat je moet doen! Holt wil je gewoon alle opties bieden voor een ‘escape’ die hij zelf gewoon wenselijk of zelfs noodzakelijk acht, doe ermee wat je ermee wilt doen. Maar doe iets:

education—compulsory schooling, compulsory learning—is a tyranny and a crime against the human mind and spirit. Let all those escape it who can, any way they can.

 

 

Deze boekbespreking is geplaatst binnen de volgende categorieen: 1977, Autodidact, Illich, Leeromgeving, Leertheorie, Onderwijswoorden, Ontscholen, School, Subversiviteit

One Comment

  1. Pingback: Paul Goodman – School in, oor uit | onderwijs filosofie

Geef een reactie