Paul Goodman – Growing up absurd

Paul Goodman betoogt in dit boek dat niemand, in vergelijking met zijn medemens, aanspraak kan maken op een meer compleet leven. Dat lijkt misschien een simpele stelling, maar het is er wel een die veel consequenties heeft. Juist ook binnen het onderwijs en de opvoeding. Want élk leven van student en docent is helemaal compleet, alomvattend, ‘af’ en daar moet je niet iets aan toe willen voegen of neerbuigend over doen. En hoe vaak doen we dat wel niet? Je vraagt je misschien af wat de rol van onderwijs is als het kind al helemaal compleet is. Moet het dan helemaal niets leren?

Jawel. In ieder geval wel als je, zoals Goodman doet, tegelijkertijd volhoudt dat mensen in sommige gevallen wel een meer onnatuurlijke levensstijl opgedrongen kunnen krijgen waar men ‘excentrieke substituten’ ontwikkelt. Die excentrieke substituten zijn trucs om het natuurlijke en nodige, ondanks beperkende omstandigheden, alsnog op een andere manier zo goed als het gaat voor elkaar te krijgen (vandaar substituut) maar dan op een vervormde of vervreemde manier (vandaar excentriek). Evengoed een compleet leven dus, maar dan wel een met onnatuurlijke of artificiele elementen. Goodman legt het in het kort uit:

‘for instance, when a child can’t learn to read because he has not yet developed the muscular accommodation of his eyes; if you persist, he withdraws or becomes tricky. Such a case is clear-cut (it is “physical”). But the more important cases have the following form: the child does take on the cultural habit, e.g., early toilet training, and indeed the whole corresponding pattern of culture, but there is a diminishing of force, grace, discrimination, intellect, feeling, in specific behaviors or even in his total behavior. He  may become too obedient and lacking in initiative, or unpractically careful and squeamish…’.

Goodman wil dit soort onnatuurlijk gedrag tegengaan, en vecht in zijn boek alles en iedereen aan wat tot dit soort ‘excentrieke substituten’ aanzet. Onderwijs is helaas vaker de veroorzaker dan de oplosser van dit soort excentrieke subsituten. Helaas.

Goodman verdedigt dus de notie van ‘menselijke natuur’ waar men dichter of verder vanaf kan staan, tegen de minder natuurlijke subsituten. Evenwel zonder die menselijke natuur zelf precies te definiëren. Dat lijkt misschien zwak, want waar heeft hij het dan precies over? Maar Goodman houdt vol en wil zelfs de menselijke natuur tegen definities beschermen: die menselijke natuur kent namelijk zoveel verschillende vormen, en we zijn daar zelf ook levende voorbeelden van, dus om dat star te omschrijven zou onwenselijk of zelfs onmogelijk zijn. De enige mensen die dat proberen zijn degenen die de menselijke natuur willen reduceren, bijvoorbeeld door de menselijke natuur af te schilderen als iets onontwikkelds of barbaars, en dat vervolgens gebruiken als zogenaamde verantwoording voor onze huidige sociale, cultureel ontwikkelde, harmonieuze, rechtvaardige, redelijke maatschappij… Nee, van die zogenaamde harmonieuze en redelijke maatschappij heeft Goodman niet zo’n hoge pet op, en voor Goodman is dit soort zwart maken of reduceren van de menselijke natuur belachelijk. Je moet de menselijke natuur vooral niet proberen in een mal te gieten en dat is ook helemaal niet nodig:

… we do not need to be able to say what “human nature” is in order to be able to say that some training is “against human nature” and you persist in it at peril. Teachers and psychologists who deal practically with growing up and the blocks to growing up  may never mention the word “human nature” (indeed, they are better off without too many a priori ideas), but they cling stubbornly to the presumption that at every stage there is a developing potentiality not yet cultured, and yet not blank, and that makes possible the taking on of culture. We must draw “it” out, offer “it” opportunities, not violate “it” except for unavoidable reasons. What “it” is, is not definite. It is what, when appealed to in the right circumstances, gives behavior that has force, grace, discrimination, intellect, feeling. This vagueness is of course quite sufficient for education, for education is an art. A good teacher feels his way, looking for response.

Goodman doet kortom een poging om elk leven radicaal gelijkwaardig te maken (compleet) en toch een manier te zoeken om een soort streven te omschrijven naar betere vormen daarvan. Goodman sluit daarvoor expliciet aan bij de leuzen gehoord op revolutionaire strijdtonelen of tijdens historische weerwoorden bij rechtbanken, bij opstanden tegen uitbuiting en armoede, of in pleidooien voor vrijheid en gelijkheid. In naam van de menselijke natuur moet onrecht worden bestreden! Goodman sluit aan bij een traditie die die menselijke natuur probeert in ál zijn vormen te beschermen. En doet dat op zo’n manier dat we niet onder het mom van een zeer selectieve opvatting van menselijke natuur (als ideologie) slechts specifieke bevolkingsgroepen of levensstijlen beschermen of begunstigen. Marx, Kant, maar ook Kropotkin zijn in die zin zijn voorlopers, ondanks dat ook in hun denktraditie toch maar al te vaak de menselijke natuur als een ideologie is verkondigd. Goodman wil de menselijke natuur in ál zijn vormen en uitingen juist laten floreren.

In de voorbeelden komt Goodman steeds weer op het onderwijs en opvoeding terug. Juist de jeugd heeft namelijk als geen ander een ongereduceerd en onbeknot perspectief nodig op wat het leven of de menselijke natuur is ondanks dat we die niet definieren. Juist als je opgroeit ga je namelijk uitvinden wat jou eigen soort levensstijl gaat worden, en ontwikkel je manieren om te leven, of in het leven te staan. Als de maatschappij juist dan, al is het impliciet, aanzet tot excentrieke substituten, dan is dat verschrikkelijk voor onze kinderen. Dan klopt er weinig meer van alles waar de jongeren zich mee proberen te identificeren of van wat ze als richtlijn nemen voor hun eigen leven. En Goodman denkt dat precies dit vandaag de dag aan de hand is. Dat is nu precies het ‘absurde’ opgroeien waar we vandaag de dag mee worden geconfronteerd en waar de titel van dit boek naar verwijst. Sterker nog, áls het al lukt om uberhaupt op te groeien. Want misschien is juist ‘het kind’ al evengoed als de menselijke natuur al gereduceerd in onze maatschappij tot een vooral dierlijk en primitief en dus incompleet mormeltje, en daarmee al helemaal niet meer in staat gesteld om op te groeien. Het is namelijk onmogelijk om op te groeien als je als kind al de meest elementaire levenskansen (nodig voor een natuurlijke ontwikkeling) worden onthouden. En die conclusie moeten we volgens Goodman inderdaad trekken:

… our abundant society is at present simply deficient in many of the most elementary objective opportunities and worth-while goals that could make growing up possible.

We hebben heel wat meer waardigheid en perspectief nodig om opgroeien en onderwijs mogelijk te maken en dat is waar het Goodman telkens weer om gaat. En dit is niet een kwestie van nóg meer socialiseren, helpen, onderwijzen, opvoeden zoals we dat nu kennen. Bij de huidige scholen zijn we per definitie bezig met ‘social engineering’, centraal geregeld, gericht op massa’s kinderen, tests en grote nadruk op organisatie en bestaffing. Er is een veel te grote nadruk op wetenschappelijk verantwoorde en dwingende onderwijstheorieën terwijl die nooit recht kunnen doen aan de menselijke natuur. Leg je niet neer bij die schijnbaar uitzichtloze opvoedings-organisaties of onderwijsinstituten. Het lijkt wel of we niet eens in staat zijn om een alternatief te verzinnen! ‘Ineptitude’ is het woord dat Goodman hiervoor gebruikt en wat de algehele situatie karakteriseert. We weten niet hoe een stad werkt waar we zelf in leven. We weten niet hoe de apparaten werken waar we afhankelijk van zijn. Er zijn allerlei mechanismen waardoor we niet serieus genomen worden, niet op school en niet later in het leven: we geloven met name wat we op internet lezen en wat een of andere gehypte mening van een bekend persoon is. Lust wordt uitgebuit, gezonde en affectieve seksuele relaties, inclusief de homosexuele relaties, lijken niet zonder meer te kunnen bestaan. Niemand ‘stelt iets voor’. Een beetje rondhangen, series kijken, gamen, ‘niets doen’ – dat past daarbij. We weten niets meer voor elkaar te krijgen. En daar worden straffen tegenover gezet bij kinderen om ze maar niet teveel te laten inkakken. Er is een hele dwingende sociale hiërarchie, maar daarmee zet je de boel alleen maar meer vast. Daarom ook dit boek. Het gooit de boel hopelijk open. Ook voor docenten. We moeten eruit zien te breken.

Goodman sluit daarmee in zekere in aan bij de ontscholing van ook Illich. Maar zijn opvattingen over onderwijs zijn filosofisch, en waarschijnlijk ook praktisch veelzijdiger. Goodman neemt het radicaler op voor de kinderen, hij pleit meer veelzeggend voor nonconfromisme, en kiest voor eigenlijk ongeremde tolerantie op sexueel en raciaal gebied. Kinderen vinden het volgens hem normaal om verboden dingen te doen en moeten dit ook normaal blijven vinden, omdat dit hoort bij normaal functioneren en groei. Respecteer die menselijke natuur in al zijn vormen, moedig die aan! En het curriculum, dat is in wezen heel simpel: ‘There is only one curriculum, no matter what the method of education: what is basic and universal in human experience and practice, the underlying structure of culture.‘ En daarbij wil hij naar een heel ander type school: kleinschalig, decentraal. Dat werkt hij dan weer in andere boeken uit waar hij in dit boek ook naar verwijst, met als uiteindelijke idee dat in het verlengde daarvan de hele maatschappij anders moet gaan functioneren. Zijn toon is activistisch maar ook altijd op een of andere manier sympathiek. Hieronder in een paar filmfragmenten is daar een kleine indruk van te krijgen, in een leuk bij elkaar geknipt tijdsbeeld.

Zijn onderwijsfilosofie wordt daarbij in het boek gelukkig nog veel genuanceerder uitgewerkt. In het onderwijs is het pragmatische, instrumentele (van onder andere James en Dewey) volgens Goodman ontstaan als een alternatief voor het academische, religieuze of hebberige denken. Dat was een goed alternatief. Het is echter rechtstreeks het succes van de managers en werkgevers die precies dat denken van onder andere Dewey hebben omarmd en ingezet in het teken van het georganiseerde corporatieve systeem. Werkelijk progressief onderwijs probeert zich daar niet voor te lenen, door elk radicaal idee steeds weer te omarmen en zo ongrijpbaar te blijven: ‘Different schools laid the emphasis in different places – Dewey was more experimental, Russell more rational, Neill more sex-reformist, the people around Goddard and Antioch more communitarian, Berea more “handicrafts,” Black Mountain more “creative,” Muste and Fincke more political-economical, and so forth.‘ Al die radicale of revoluationaire ideeen van klassestrijd tot syndicalisme, van vrijheid, liberalisme, tot de republiek, van vrije meningsuiting tot de verlichting, en zelfs ‘compulsory education’: al die ideeen waren in principe sterk en wenselijk, maar zijn halfbakken geworden en in de werkelijkheid vermengd en incoherent geworden. Het radicale in deze ideeen moeten we vol blijven houden, niet hun magere schaduw. En dan wel het radicale van die ideeën állemaal tegelijk. Zodat ze iets voor blijven stellen en wel degelijk een coherent en krachtig geheel opleveren. De werkelijkheid hoeft geen laf compromis te zijn. Er is een grote gemeenschappelijke deler waar we in dat soort meer progressief onderwijs vanuit kunnen gaan. ‘I think that almost all schools would have accepted, in varying degrees, all of the following positions: To learn theory by experiment and doing. To learn belonging by participation and self-rule. …” De lijst van Goodman gaat nog wel even door. We moeten geen kritiek op onderwijs hebben vanuit een maatschappelijk oogpunt, we moeten vanuit het onderwijs kritiek hebben op de maatschappij! Radicaal progressief onderwijs in weerwil van de maatschappij dus, een onderwijs dat zich volgens Goodman kenmerkt door grandeur en explosieve speelsheid: termen die inderdaad wel wijzen op een zekere radicaliteit! Het ís daarbij misschien wel geschreven met een grandeur en explosieve speelsheid, dus juist die dingen die hij zo graag zou zien bij alles wat met opvoeding en onderwijs te maken heeft. Het boek is opvoedend, onderwijzend en tegelijk anarchistisch, misschien wel precies dus waar Goodman voor velen in het onderwijs voor staat: het is uiterst prikkelende onderwijsfilosofie – maar vooral niet op een schoolse of academische manier.

Zonder de nuance te verliezen. Het gaat om het creëren van een soort tussenweg waar men niet slaafs mee doet in het georganiseerde systeem maar ook niet compleet afstand neemt hiervan en tot buitenstaander kan worden gereduceerd. Beide opties zijn doodlopende wegen. Goodman heeft een grote sympathie voor de subculturen die juist dat proberen te realiseren. Dit komt omdat ze al bezig zijn de juiste weg te bewandelen en als jeugdculturen juist zo belangrijk zijn voor onze kinderen die daarbij aansluiting kunnen vinden. De hipsters (ja dat bestond toen ook al) en de Beat generatie zijn in ieder geval op zoek naar een leven gebaseerd op een eerlijk, feitelijk bestaan en zonder in de populaire cultuur of algehele maatschappelijke organisatie mee te willen draaien. En die gemeenschappen vinden veel waardering en steun bij elkaar, evenals wat meer perspectief, wat de jongeren juist zo nodig hebben. Het is echter uiteindelijk helaas een ironisch en nergens bevrijdende levenswandel. En die kritiek is enkel om wederom vanuit een bescherming van de menselijke natuur. Dus het is geen afdoen van die jongeren als vervelend of asociaal, maar een oproep aan deze jongeren om de gevoelde teleurstelling of kritiek uiteindelijk wel productief te maken en de maatschappij te veranderen zodat een dergelijke ironie helemaal niet nodig is. Misschien zoals de existentialisten of anderen die op zoek zijn naar een werkelijke ervaring buiten de boekjes, misschien moeten we die nieuwe maatschappij gewoon gaan beproeven. Maar er zijn andere ‘probleemgroepen’ die misschien nog wel meer in de buurt komen van een dergelijke poging om de uitzichtloosheid productief te maken: de onder-geprivileerde groepen die simpelweg geen kans hebben maar desondanks in wat voor context ook een radicaal alternatief willen realiseren, en degenen die gekwalificeerd zijn een wezenlijke omslag vorm te geven maar die walgen van wat de gebaande paden te bieden hebben. Ik zal de twee door Goodman geïdentificeerde groepen hier niet helemaal uitwerken, leest u het zelf vooral na want het is de moeite waard. Onder meer door de prachtige beschrijving van de verschillende levenshoudingen en bijbehorend jargon. Het is enkel al interessant om uberhaupt iets meer te weten te komen van jeugdculturen in het algemeen want Goodman toont zich met hen verwant en voelt elke nuance als geen ander aan. Misschien net iets te veel op mannen gericht, net te patriottistisch, of met een te grote rol voor religieuze gevoelens voor de huidige omstandigheden  – maar het gaat uiteindelijk toch over de wezenlijke menselijke ervaringen, de menselijke natuur in zijn rijkdom, compleetheid en verscheidenheid en dat kent een zekere tijdloosheid, juist als men die inzet om te begrijpen hoe men zich, radicaal en op een wezenlijke manier voor een nog ongedefinieerd alternatief voor een onwelwillende maatschappij kan inzetten.

Het is daarmee een prikkelend, gevoelig, genuanceerd boek waarin de jeugd zijn medestander zal herkennen, en waarin men nonconformisme en activisme in een rijkdom aan vormen verdedigd ziet. Het zal misschien de tegenstanders van Goodman niet overtuigen, maar dat is ook helemaal niet het doel want het wil eerder degenen die worstelen met een dergelijk perspectief aan moedigen en aanjagen: het spreekt vooral de medestanders aan in spitsvondige beschouwingen en liefdevolle beschrijvingen. Niet voor niets is dit boek een lange tijd een standaardwerk geweest voor kritische jongeren en iedereen die zich niet prettig voelde bij hoe onderwijs en maatschappij eruit zagen.

Deze boekbespreking is geplaatst binnen de volgende categorieen: 1960, Creativiteit, Cultuur, Curriculum, Dewey, Ervaring, Illich, Kaboem!, Kinderen, Subversiviteit

One Comment

  1. Pingback: Alexander S. Neill – Summerhill | onderwijs filosofie

Geef een reactie